Massacolleges

Dat massacolleges beter door kleinschalig onderwijs kunnen worden vervangen, zoals A.J.F. Köbben schrijft in zijn artikel "Massacolleges zijn uit de tijd' (NRC Handelsblad, 15 juni), kan ik beamen. Maar het door hem gegeven alternatief is onrealistisch en doet de beeldvorming van het universitair onderwijs geen goed.

Köbben stelt voor een docent de begeleiding te laten verzorgen van drie groepjes van vijftien studenten, wekelijks drie uur in een intensieve werkcollege-vorm bijeen te brengen. Ik laat in het midden of drie uur contacttijd per week wel zo geweldig is - naar mijn mening is het wat schriel - maar bestrijdt toch uitdrukkelijk de door het artikel gewekte suggestie: “als zou hiermee dan negen uren van de docent gevuld zijn, en that's it.” Mag ik de rekensom even voortzetten?

Als de docent goed is, bereid hij de colleges voor - ook bekende stof vraagt om voorafgaande concentratie op het lesgeven. Stel deze voorbereidingstijd op drie uur voor alle drie de sessies tezamen. Als de stof nog gedeeltelijk nieuw gemaakt moet worden, is dit uiteraard een grove onderschatting. Dan vereist Köbbens onderwijsintensiteit een flinke inspanning van de studenten, resulterend in door de docent na te kijken en van feedback te voorziene werkstukken. Mogen we de gevraagde forse inspanning van de studenten belonen met een minimale individuele aandacht? We stellen dat de docent met het werk van elke student wekelijks een half uurtje bezig is (nauwelijks voldoende voor het leveren van serieus commentaar).

Al met al hebben we nu de 38-urige werkweek van deze docent al op ruim drie uur na gevuld. In dit restant wordt deze nog aangesproken op een bijdrage aan het draaien van de universitaire organisatie, moet aan onderwijsvernieuwing doen, het eigen vak bijhouden, en last but not least artikelen schrijven voor vooraanstaande internationale tijdschriften om ten minste nog iets van een carrièreperspectief overeind te houden.