Londen wil dit najaar al onderhandelen met nieuwelingen; Onenigheid over uitbreiding EG

LISSABON, 27 JUNI. De Europese Gemeenschap zal begin volgend jaar beginnen met onderhandelingen over toetreding van landen van de EVA, de Europese Vrijhandelsassociatie. De regeringsleiders van de EG hebben daartoe gisteren besloten op hun top in Lissabon.

Vooral Groot-Brittannië, dat per 1 juli de EG-voorzittershamer overneemt van Portugal, is voorstander van snelle uitbreiding van de Gemeenschap. Londen wil al dit najaar beginnen met de toetredingsgesprekken, nog voordat de ratificatie-procedure van het verdrag van Maastricht achter de rug is. Verreweg de meeste lidstaten willen die ratificatie wèl afwachten. Het verdrag van Maastricht regelt de omvorming van de EG tot een economische, monetaire en politieke unie.

De gesprekken over toetreding zullen worden gevoerd met Oostenrijk, Zwitserland, Finland, Zweden en mogelijk ook met Noorwegen, indien dat land zich daarvoor nog aanmeldt. Alle lidstaten van de EG zijn voorstander van uitbreiding. Een woordvoerder van de Franse president Mitterrand sprak over de vorming van “een doctrine van uitbreiding”. Dat eerst ratificatie van het verdrag van Maastricht wordt afgewacht, is volgens hem “een elementaire zaak van gezond verstand”. "Maastricht' is immers het verdrag op basis waarvan de nieuwkomers toetreden tot de Europese Unie, aldus de woordvoerder.

De Britten zeiden precies het tegenovergestelde. Volgens hen was er in de Europese Raad juist ruime steun voor hun standpunt: onderhandelen kan best voordat de ratificatie is voltooid. Londen ziet in snelle uitbreiding van de Gemeenschap een middel om de macht van Brussel te beperken. De Britse premier John Major en diens minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, lieten er gisteren in Lissabon geen twijfel over bestaan dat Groot-Brittannië het komende voorzitterschap vooral zal gebruiken om overbodige regelgeving vanuit Brussel te bestrijden. Als het aan Londen ligt, zal de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, voortaan haarscherp moeten aangeven waarom een nieuwe verordening vanuit Brussel nodig is. De Europese regelgeving moet voortaan worden “gefilterd”, aldus een woordvoerder van Major. Verouderde of overbodige richtlijnen moeten zo snel mogelijk worden begraven.

De twaalf regeringsleiders besteedden gisteravond speciale aandacht aan het onderwerp subsidiariteit. Daarmee wordt bedoeld dat regelgeving zo dicht mogelijk bij de burger moet worden gerealiseerd. Sinds de Denen begin deze maand het verdrag van Maastricht afstemden, wordt binnen de EG intensief gediscussieerd over de kloof die kennelijk is gegroeid tussen Europa en de burgers in de lidstaten.

De Britse premier Major en diens Italiaanse ambtegenoot Andreotti bepleitten het tot stand komen van een nauwer onderling contact tussen de nationale parlementen in de lidstaten. Op die manier kan eveneens nieuwe inhoud worden gegeven aan het begrip subsidiariteit, zei gisteren ook premier Lubbers. Lubbers suggereerde eerder om opnieuw het dubbelmandaat tussen nationaal parlement en Europees parlement in te voeren.

In de verklaringen na afloop van de top, die pas vanochtend defintief zijn opgesteld, zullen ook “positieve” signalen worden gegeven aan onder andere Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije. Via de bestaande associatie-akkoorden zullen de betrekkingen met die landen op zo veel mogelijk economische terreinen worden uitgebreid. Hetzelfde geldt voor Turkije, dat al in 1964 een associatieverdrag sloot met de EG waarin uitzicht werd geboden op het lidmaatschap van de Gemeenschap. Toetreding van Turkije is “op korte termijn” evenwel nog steeds niet aan de orde, aldus minister Van den Broek. Turkije verdient echter wel een “zorgvuldig” signaal, waarbij het perspectief van toetreding blijft bestaan.

De Europese Commissie pleitte gisteren bij monde van commissaris Andriessen voor nog verdergaande samenwerkingsverbanden van de EG met landen in Centraal- en Midden-Europa.