Kamer besefte laat wat "Schengen' betekent

DEN HAAG, 27 JUNI. Met de morrende goedkeuring deze week door de Tweede Kamer van het Verdrag van Schengen kwam een eind aan zeven jaar weerbarstig discussiëren over een even gecompliceerd als omstreden dossier. Illustratief daarvoor was het slagveld waarin de hoofdelijke stemmingen over "Schengen' donderdag uitmondde: D66-woordvoerder Wolffensperger, die de Schengenplannen voortdurend fel heeft bestreden, stemde voor. Het CDA had goedkeuring afhankelijk gemaakt van het in het leven roepen door het kabinet van een "vliegende brigade' van tachtig extra marechaussees achter de Duitse grens. De ministers Hirsch Ballin (justitie) en Ter Beek (defensie) gaven nul op het rekest, maar toch: het CDA stemde voor, met uitzondering van het fractielid Mateman. Van Traa, woordvoerder van de PvdA en verklaard tegenstander van Schengen, stemde inderdaad tegen. Maar de meerderheid van zijn fractie stemde vóór. Dat roept de vraag op namens wie Van Traa het woord voerde tijdens alle debatten over dit onderwerp. Voor die acht andere tegenstemmende fractiegenoten? Of namens de hele fractie, die toen het erop aankwam moest optreden als stemvee ter behoud van de coalitie?

Voorafgaand aan de stemming lichtten woordvoerders van verschillende fracties in sombere stemverklaringen toe dat zij door "Schengen' waren opgezadeld met een onmogelijk dilemma: het verdrag deugt niet want in controle door parlement of rechter is niet voorzien, het asielbeleid zal verder verslechteren en met de bescherming van persoonsgegevens in het gemeenschappelijk opsporingsregister (SIS) is het in sommige Schengenstaten droevig gesteld.

Aan de andere kant van de afweging staat het feit dat na het mislukken van de poging op de top in Maastricht eind vorig jaar om het vrij verkeer van personen en goederen communautair te regelen, alleen intergouvernementele verdragen als Schengen leiden tot Europese integratie. En dat proces gaat door, desnoods zonder Nederland, zoals staatssecretaris Dankert (Europese zaken) de Kamer bij herhaling heeft laten weten.

Het roerige slot van de Kamerbehandeling van Schengen staat in schril contrast tot de slaperige sfeer waarin in 1985 het oorspronkelijke Akkoord tussen Duitsland, Frankrijk en de Benelux als hamerstuk werd goedgekeurd. De Kamer verkeerde in de veronderstelling dat dit Akkoord voornamelijk betekenis had voor het vrachtvervoer tussen Rotterdam en het Duitse achterland. En er was nog iets met een groene kaart achter de voorruit in de auto die "Schengenburgers' in staat stelde ongecontroleerd grensposten te passeren.

De Kamer werd wakker toen de veel verdergaande maatregelen begonnen door te lekken uit de ambtelijke werkgroepen die werkten aan de Uitvoeringsovereenkomst die in 1990 werd gesloten. Tussen 1985 en nu raakte het goederenvervoer uit het zicht. Inmiddels zwol vanaf 1987 de stroom asielzoekers en illegale vreemdelingen aan met eindbestemming West-Europa. Het zwaartepunt van Schengen verschoof van economische doelstellingen naar gevoelige problemen op het gebied immigratie en criminaliteit. En de Kamer kwam, eigenlijk pas na het mislukken van de Europese top in Maastricht tot het volle besef, dat het Verdrag van Schengen niet tijdelijk zou zijn, maar permanent. Op de valreep nam de Kamer een amendement aan, en nu eenstemmig, dat de Staten-Generaal instemmingsrecht geeft bij ontwerp-besluiten van het Uitvoerend Comité, een soort dagelijks bestuur van "Schengenland'. Daarmee voerde het parlement een belangrijke staatsrechtelijke vernieuwing door die tot gevolg heeft dat er naast het communautaire en het intergouvernementele model van Europese besluitvorming een model van intergouvernementeel bestuur met parlementaire verankering zal ontstaan. Of dat inderdaad zo zal zijn, moet blijken wanneer de de Tweede Kamer na de zomer het asielverdrag van Dublin, dat bijna identitiek is aan Schengen, behandelt.