Journalistiek en moraal in Rusland

JALTA, 27 JUNI. Aleksandr Rjaboesjev bespeelt alle klavieren tegelijk. Soms is hij journalist, dan weer zakenman en een enkele keer is hij politicus. Maar welke rol hij ook ook vervult, zijn taal is altijd hetzelfde. “Okee, jongens, vooruit, mannen, moet je nou eens horen ...”, roept hij in al zijn rollen om de anderhalve minuut. De dynamiek druipt ervan af.

Officieel is Aleksandr Rjaboesjev journalist. Hij heeft een keurige opleiding in dat vak genoten en een redelijke ervaring opgedaan in vele delen van het Sovjet-imperium. Thans vertoeft hij in Jalta van waaruit hij werkt als de Krim-correspondent van de Komsomolskaja Pravda, het grootste dagblad van de voormalige Sovjet-Unie, dat ook nog een goede naam heeft.

Veel tijd besteedt hij daar over het algemeen echter niet aan. Slechts op verdwaalde momenten kan je in de krant nog wel eens een stukje van Rjaboesjev aantreffen. Aleksandr heeft het namelijk veel te druk met zijn business. Als hij al eens een artikel naar Moskou doorseint, is het hooguit dienstbaar aan de Russische "zaak'. Want weliswaar ambieert Aleksandr het "presidentschap' van de Krim “nog niet”, wat niet is kan uiteraard nog komen.

Praktische ideeën heeft hij in elk geval in overvloed. Een oplossing voor het Oekraïens-Russische conflict? Hij zou het wel weten. “Nodig Jeltsin en Kravtsjoek hier in Jalta uit, zet ze op het strand, met voldoende drank en meiden, en de problemen zijn binnen vijf minuten de wereld uit.”

Aleksandr is zijn commerciële loopbaan begonnen, toen hij merkte dat je als journalist ongestoord kan rommelen. Een papiertransactie hier, een handeltje in software daar. Niemand die op je let en altijd een alibi bij de hand.

In Jalta hebben de zaken nu een echte vlucht genomen. Hij heeft er een heel netwerk opgebouwd van "vrienden'. Zo komt hij aan die halve advertentiepagina, die hij wekelijks voor de lokale editie van de Komsomolka acquisiteert. Op dezelfde wijze dient hij zijn Oostenrijkse partners, die grootste plannen hebben met het toerisme. Een echt business-centre, waar journalisten en zakenlui elkaar moeten kunnen ontmoeten omdat “beide vakken tenslotte erg op elkaar lijken”, is nu zijn volgende doel geworden.

Met een eigen zwarte Volga rijdt hij het eiland over. De auto en chauffeur Viktor, een man die vroeger voor Chroesjtsjov, Brezjnev en Gorbatsjov reed - “Gorbatsjov? Een zuinige man. Bovendien, dit land heeft helemaal geen basis voor democratie. Nee, dan Brezjnev? Zo'n vent, een van ons” - zijn officieel in dienst van het parlement. Maar Viktor stelt nooit lastige vragen als hij de kogelronde Aleksandr moet vervoeren. Dat is 'm geraden ook. Viktor en zijn auto kosten Rjaboesjev honderdduizend roebel per maand, circa 200 gulden. Dat is niet alleen een prettige inkomstenbron voor de volksvertegenwoordiging, maar ook voor al die tussenpersonen en Viktor, die natuurlijk ook een graantje meepikt.

Aleksandr is de laatste tijd deel geworden van een clan waarin hij niet meer de baas over zichzelf is. Zo heeft hij een kamer in het Tsjechov-huis van het hoofdstedelijke Literaire Fonds, een buitenverblijf waar over het algemeen slechts schrijvers en hun familie vakantie houden maar dat nu door de directeur tegen harde munt wordt geëxploiteerd. De leiding van het schrijverspension heeft dan ook meer dan oppervlakkige belangstelling voor het zakelijke wel en wee van hun journalistieke vriend.

Goddank loopt het de laatste tijd storm met buitenlandse cameraploegen en andere collega's. Die weten vaak van niets, willen alles en dienen dus in klinkend geld te betalen. Zo houdt Aleksandr zijn hoofd boven water.

Geen haan die er bovendien naar kraait. Iedereen vraagt tegenwoordig geld voor alles, weet ook Aleksandr Rjaboesjev. Nieuws is handel en dus is journalistiek doodgewoon business. Dat begreep Der Spiegel vorig najaar als een der eersten toen het de video-opnamen van de verhoren der putschisten wilde opkopen. Ongeveer vijfduizend dollar zou deze scoop het parket van Rusland opgebracht hebben, zo schreven de Russische kranten. Krokodilletranen. Want Der Spiegel heeft hoe dan ook een trend gezet.

De prijslijst in de voormalige Sovjet-Unie ziet er sindsdien als volgt uit. Een shotje van ontevreden burgers in een winkel is het goedkoopst: tien dollar. In een metro filmen is al wat duurder: 150 dollar. Een kijkje in de archieven van de KGB kost 200 dollar, een vraaggesprek met de procureur-generaal van het openbaar ministerie 250 dollar. Een tripje naar de "gesloten marinebasis' Sevastopol plus gesprek met admiraal: 100 plus 500 dollar, uit te keren aan het ministerie van defensie in Moskou. Een filmploeg die een wapenfabriek in Toela wil bezoeken, dient 1.000 dollar neer te tellen. Hetzelfde bedrag moet worden betaald voor een reportage vanuit een gesloten nucleaire stad als Tsjeljabinsk-70. En een documentaire over de Moskouse politie, inclusief een nachtelijke patrouille, is voor 2.000 dollar te koop.

In het licht van die vrije marktverhoudingen is Aleksandr Rjaboesjev uit Jalta nog goedkoop.