JACQUES DELORS; Meest succesvolle voorzitter

Met een passend gebrek aan feestelijkheid is vanochtend in Lissabon de Franse socialist Jacques Delors (66) herbenoemd als voorzitter van de Europese Commissie. In Groot-Brittanië en Denemarken is Delors de afgelopen maanden symbool geworden van de supra-nationale ambities die "Europa' na Maastricht zou willen vervullen. Alle irritaties over Brusselse bemoeizucht lijken zich te ontladen, net nu de Europese burger zich definitief voor één munt, één markt en een gemengd federaal-intergouvernementeel Europees bestuur zou moeten uitspreken. Juichtonen voor de nieuwe voorzitter zijn dan niet op hun plaats, zo voelde de Europese Raad vanochtend in Lissabon fijntjes aan.

Toch is Jacques Delors behalve de langstzittende ook de meest succesvolle voorzitter die de Commissie, het uitvoerend orgaan van de Europese Gemeenschap, tot nu toe heeft gehad. Delors was voordat hij in 1984 aantrad minister van financiën, burgemeester, hoogleraar, bankier, europarlementariër en vakbondsbestuurder, "militant syndicaliste' zoals hij zelf zegt. Delors trof de Gemeenschap in 84 aan in een toestand van zogeheten "Eurosclerose'. Het landbouwbeleid was vastgelopen, de binnen-Europese handel groeide al jaren niet meer, werkloosheid steeg snel, het politieke aanzien van de EG was gering. Delors bracht een nieuwe dynamiek. “Eigenlijk heb ik toen niets origineels voorgesteld - het ging om het uitvoeren van het Verdrag van Rome van 1957”, zo schrijft hij bescheiden in zijn bundel "Le Concert Europeén' (editions Odile Jacob - 1992).

Het centrale idee van 1957 was immers het economische integreren van destijds zes Europese landen, waarna de politieke eenwording vanzelf zou volgen. Delors ging er weer mee aan de slag en zette het project "Europa 1992' op touw - de verwezenlijking van één markt zonder grenscontroles voor het einde van 1992. Ook maakte hij een einde aan de jaarlijkse worstelpartijen om het budget door een vijf-jarenplan (het pakket Delors I) bij de regeringsleiders erdoor te drukken. Vriend en vijand erkennen dat sindsdien Europa in opmars is, overigens flink gestimuleerd door de ineenstorting van het Oostblok in 1989. Alle ogen in Oost-Europa zijn gericht op de EG, als kennelijke bron van welvaart, politieke stabiliteit en vrede.

Medio jaren tachtig bracht Delors het thema van de monetaire unie op de agenda, dat dateerde uit het begin van de jaren 70. Volgens Delors was een monetaire unie een logisch vervolg op Europa 1992. Na de val van de Muur werd daaraan op Duits verlangen de politieke unie, met onder andere een gezamenlijk buitenlands beleid en een flink opgetuigd Europees parlement, aan vastgeknoopt. Dat heeft Delors nooit gezind - het leek hem te gecompliceerd en politiek nog niet haalbaar, niet alleen niet in Groot-Brittannië maar ook niet in Frankrijk. Het verdrag van Maastricht dat eruit voortvloeide is dan ook niet geworden wat Delors er van had gehoopt - half december wees hij nog de dubbelzinnige federale/intergouvernementele structuur van de hand als "onwerkbaar' en verlammend voor de EG.

Het liefst wil Delors van Europa een wereldmacht maken, die kan concurreren met Japan en de VS. Voor Europa is zijn leuze “La survie ou le déclin”, vrij te vertalen met “stilstaan is achteruitgang”. De Franse wil om vooraan te staan op het wereldtoneel te staan is onmiskenbaar. Maar in een Europese staatsvorming zegt Delors niet te geloven. In haast mystieke termen schrijft de voorzitter in het voorwoord van zijn recente boek over het Europa dat "verrijkt' wordt door de lidstaten die op hun beurt worden "gestimuleerd' door Europa. Het gaat niet om het afstaan van soevereiniteit aan Brussel, maar om het delen ervan met andere Europese landen, meent hij. Zo ziet hij ook de relatie van de EG met zijn vaderland. “Europa is bezig om Frankrijk wakker te maken”. Dat is in deze wankele dagen na het Deense nee een waarheid als een koe. Toen Delors het op 6 januari opschreef zal hij het wel anders bedoeld hebben.