INDONESIË 2

Inkwartiering door Ruth Havelaar 127 blz., De Geus 1992, f 27,50 ISBN 90 5226 071 0

Het boek Inkwartiering van Ruth Havelaar is geschreven door een Nederlandse die jarenlang in Indonesië woonde en intens te maken had met Gestapu, de machtsovername van Soeharto onder het mom van het ingrijpen bij een "communistische staatsgreep'. Inkwartiering neemt het op voor de honderduizenden slachtoffers die bij die bloedige militaire ingreep vielen.

Ruth Havelaar was het pseudoniem van Jitske Mulder. Zij was getrouwd met de Indonesische schrijver en vertaler Hersri, die nu als politieke balling in Nederland woont. Hersri was een van de honderdduizenden Indonesiërs die na Gestapu door het leger werden opgepakt. Hij bracht vele jaren door in het beruchte concentratiekamp op het eiland Buru en werd eind 1979 vrijgelaten, zonder ooit te zijn berecht. Een half jaar later ontmoette hij Jitske Mulder en hij trouwde met haar.

Voormalige politieke gevangenen (ex-tapols) vormen een onderkaste van rechtelozen. Ook hun vrouwen en kinderen, ouders, broers, zusters, neven en nichten torsen dat stigma met zich mee. Jitske Mulder heeft van dat getekende leven vol angst en onzekerheid een trefzeker beeld gegeven in een kristalheldere stijl zonder enige opsmuk. Inkwartiering is een ontroerend relaas van angst, vertwijfeling en, ondanks alles, hoop. De titel is ontleend aan de gedwongen inkwartiering van Duitse soldaten in Nederlandse huisgezinnen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daardoor konden de bezetters hun slachtoffers tot in hun huiskamers in de gaten houden, precies zoals de Indonesische militairen tot op de huidige dag de ex-tapols geen moment van rust en vrijheid gunnen.

De verhalen in Inkwartiering zijn deels vanaf 1985 verschenen in het Australische tijdschrift Inside In-donesia, uiteraard onder schuilnaam omdat Jitske Mulder aanvankelijk nog in Indonesië woonde. Zij kwam in 1987 met haar gezin naar Nederland omdat zij kanker had en zich ernstig zorgen maakte over de toekomst van haar dochtertje. Wanneer zij in Indonesië zou overlijden, zou haar kind immers onbeschermd achterblijven en als kind van een ex-tapol overgeleverd zijn aan de grillen van leger en politie.

Zelf heeft Jitske Mulder de Nederlandse uitgave van haar verhalen niet meer mogen meemaken. Zij overleed in 1989, twee jaar na haar terugkeer in haar geboorteland. Twintig dagen voor haar dood schreef zij de laatste regels van haar boek. Ze gaan over een wandeling die zij ooit maakte langs de river de Brantas, die in 1965 wekenlang rood gekleurd was van het bloed van tienduizenden onschuldig vermoorde slachtoffers. De schrijfster staat stil voor het huis waar haar schoonzuster in die tijd had gewoond en waar zij de talloze lijken, ""met bamboe aan elkaar gebonden als vlotten'', voorbij had zien drijven.

""Ze is er nooit overheen gekomen, het werd een ziekte die ze de rest van haar leven met zich mee zou dragen. [...] De Brantas heeft haar bezoedeld, zoals de rivier dat ontelbare anderen heeft gedaan.

""Ik doe mijn ogen een poosje dicht. Dan kijk ik weer naar de rivier en nu maakt ze me rustig. Er zijn op dit moment geen dode lichamen. Er is alleen een rivier in een prachtig landschap.

""Eens zullen er bloemen de rivier komen afdrijven, rode en witte bloemen, en het zullen er net zoveel zijn als de dode lichamen die door de stroom meegesleurd werden naar de Javazee. Kinderen zullen in het water spelen en zich met de rode en witte bloemen versieren en elkaar toefluisteren: "Het drama is voorbij. De waarheid is tot bloei gekomen, kijk maar naar de bloemen! Sang Merah-Putih, de Indonesische vlag behoort ons!'

""Vaarwel Indonesië, ik zend je mijn hoop, mijn tranen en mijn liefde.''