INDONESIË 1

De Staatsgreep door Jacob Vredenbregt 244 blz., Nijgh & Van Ditmar 1992, f 27,50 ISBN 90 388 8274 2

In zijn nieuwe boek De Staatsgreep afficheert Jacob Vredenbregt zich uitdrukkelijk als "hoogleraar in de antropologie aan de Universitas Indonesia te Jakarta'. In de jaren 1963 tot 1966, waarin het boek zich afspeelt, was hij in Indonesië aanwezig ""op velerlei wijze maar bovenal als antropoloog - en daarmee bedoel ik als observator van personen en gebeurtenissen''.

Dat wekt verwachtingen. Maar in de volgende zin is het al mis: ""Ik heb opgeschreven wat ik zag, ondervond en hoorde en nam een lange aanloop voor wat zich afspeelde tijdens de communistische staatsgreep van 1965.''

Communistische staatsgreep? Een groep linkse officieren van luchtmacht en paleiswacht ontvoerde en vermoordde in de nacht van 30 september op 1 oktober 1965 zes topmilitairen, die zij ervan verdacht te behoren tot een "raad van generaals' die een coup tegen president Soekarno beraamde. Generaal-majoor Soeharto, commandant van de strategische reserve, dwong de opstandige officieren binnen 24 uur tot overgave, gaf de PKI de schuld van de moord op de zes generaals en ontketende in de maanden daarop een slachtpartij tegen alles wat links was, daarbij geassisteerd door islamitische moordeskaders. Naar schatting een miljoen mensen kwamen om. Soeharto verdreef Soekarno en nam de macht over. Tot zover de feiten.

In de officiële geschiedschrijving van Soeharto's Nieuwe Orde is de Beweging van Dertig September - afgekort tot Gestapu - geboekstaafd als een mislukte staatsgreep door de PKI, en hebben de slachtoffers hun lot feitelijk aan zichzelf te wijten. Iedere andere lezing is op straffe van opsluiting of erger verboden, en daarom houden de meeste Indonesische historici, politicologen en anderen beroepshalve geïnteresseerden er maar hun mond over.

In het buitenland is dat anders. Over de Gestapu en wat eraan voorafging en op volgde zijn honderden boeken vol geschreven. En hoewel de opvattingen over wat er nu precies gebeurd was nogal uiteenlopen - veel getuigen waren al vermoord voordat de eerste militaire tribunalen waren begonnen - zijn de meeste onderzoekers het er wel over eens dat de lezing van Soeharto c.s. niet klopt.

De antropologische observaties van professor Vredenbregt bestaan vrijwel geheel uit de mededelingen die hij ver van het strijdgewoel heeft opgetekend uit de monden van een stuk of zes blanken en Indo-Europeanen, die in Indonesië zijn blijven hangen, en een stoet van 15- of 16-jarige schandknapen. Die doen, tussen het seksueel bevredigen van de wetenschappelijke waarnemer door, een schier onafgebroken stroom politieke uitspraken die rechtstreeks aan het propagandaboekje van Soeharto lijken te zijn ontleend - ook al door het harkerige en pamflettistische taalgebruik.

Nadat de lezer 188 bladzijden lang met de anti-communistische denkbeelden van Vredenbregts jongensclub vertrouwd is gemaakt, komt dan eindelijk het moment, waarop de wetenschapper op 1 oktober 1965 de radio aanzet en luchtmachtcommandant Omar Dhani hoort zeggen dat de luchtmacht zich achter de Beweging van Dertig September heeft geschaard. ""Ik twijfelde niet meer,'' schrijft de auteur, ""er was maar één partij die voortdurend de mond vol had van subversie en nu ook de CIA genoemd werd, stond het voor mij vast dat de communisten hier de hand in hadden.''

Het wordt nog erger. Terwijl de commando's van kolonel Sarwo Edhie op Midden-Java met hun communistenjacht waren begonnen, schrijft Vredenbregt: ""Commandotroepen uit Midden-Java trokken op naar Midden-Java waar de communisten waren begonnen met terreur- en sabotage-acties, zoals het vergiftigen van waterputten. Maar de commando's bedienden zich in de eerste plaats van pamfletten in plaats van het geweer.''

Sarvo Edhie en zijn mannen hebben in enkele weken tienduizenden "communisten' afgeslacht. Toen zij het werk niet alleen aan konden, gaven zij islamitische jongeren een stoomcursus om hen bij hun bloedige arbeid te assisteren. Sarwo Edhie heeft dat alles zelf later in interviews trots vermeld. Diverse auteurs hebben deze gebeurtenissen uitvoerig beschreven. Zoals Pulitzerprijswinnaar John Hoghes, verslaggever van de Christian Science Monitor, die een van de weinige westerse waarnemers bij de slachtpartijen van Midden-Java was. Hij beschreef in zijn boek Indonesian Upheaval (1967) hoe de commando's in het wilde weg vrouwen en kinderen mitrailleerden, alleen omdat hun dorp als "communistisch' was aangeduid.

Ik kan niet anders concluderen dan dat De Staatsgreep een apologie voor de moordenaars is.