"Ik wist niet eens dat de Deense coach kon praten, hij zei nooit wat'; Wie had er nou van een speler als Torben Piechnik gehoord?; Möller-Nielsen maakt de opstelling aan de keukentafel

Voor Nederlanders zijn FRANK ARNESEN en S⊘REN LERBY de bekendste exponenten van een frisse Deense voetbalgeneratie. De twee vrienden voor het leven - samen in 1975 van het kleine Fremad Amager naar het grote Ajax gekomen - behoorden in de jaren tachtig tot een fantastisch nationaal elftal. Toch werden ze met Denemarken nooit, zoals nu, de glorieuze nummer één van Europa.

Frank Arnesen en S⊘ren Lerby zagen beiden thuis in de familiekring voor de tv het Deense wonder in Gothenburg. Ze vielen bijna van de bank van verbazing. Na afloop vierden de twee Nederlandse Denen hun eigen feestje en kwamen de flessen op tafel. “Denen houden van feesten. Om die reden winnen we zo vaak”, zei een uitgelaten Arnesen. “Dit is waanzinnig.” Ook Lerby drukte zich in dergelijke bewoordingen uit. “Mooi, hè. Denemarken bevond zich als outsider natuurlijk in een mooie positie. Er was geen druk en zodoende kon het elftal rustig in het toernooi groeien. Iedereen liep zich stuk op de Denen. Er was geen doorkomen aan.”

Adri van Tiggelen was bij het EK misschien wel de beste Nederlander. De PSV'er is 35 jaar oud. Arnesen is ook 35, Lerby 34. Dus hadden ze er eigenlijk ook bij kunnen zijn in Zweden. Hun lichaam stond dat echter niet toe. De twee Denen waren na een loodzware en lange profcarrière gewoon op. Voor beiden was PSV hun laatste club. Arnesen stopte in 1988, Lerby twee jaar later. Lerby: “Ik werd het laatste seizoen bijna dagelijks aan mijn knie behandeld. Ik was na elke wedstrijd of training helemaal kapot. Thuis zagen ze me alleen nog op de bank liggen.”

Arnesen werd sinds zijn periode bij het Spaanse Valencia vier keer aan zijn knie geopereerd en brak bij PSV tot overmaat van ramp in de laatste minuut van de laatste competitiewedstrijd (tegen DS '79) van het seizoen 1987-'88 zijn enkel, zeventien dagen voor de Europa-Cupfinale tegen Benfica en een maand voor de start van het Europese kampioenschap in Duitsland. “Het einde kwam eigenlijk als een bevrijding. Ik heb jaren met pijn gespeeld. Ik kon nog maar bij vlagen goed spelen.”

Arnesen en Lerby hebben zich al lang bij hun lot neergelegd. Ze hadden tijdens het Europese kampioenschap geen moment heimwee naar de bal. Maar ze misten wel het grootste Deense voetbalsucces uit de historie. Van enige jaloezie ten opzichte van het gouden team is echter geen sprake. Arnesen: “Ben je gek. Dit is hartstikke leuk, fantastisch.” Hij stuurde meteen bij thuiskomst van vakantie een felicitatie per fax naar het trainingskamp van de Denen. Afgelopen nacht volgde er uiteraard weer een.

Arnesen had voor het toernooi geen enkele verwachting van het onvoorbereide Denemarken. “Ik wist alleen zeker dat de Denen zich niet zouden laten afslachten. Zo zitten we niet in elkaar. We vechten tot we erbij neervallen. Ik had ook wel verwacht dat we een puntje zouden halen, tegen Engeland met name. Dat gebeurde ook. Maar daarna wonnen we van Frankrijk, Nederland en nu dus van Duitsland. Dat is in strijd met alle logica.”

Hij verwachtte voor de finale niet dat de vermoeide Denen nog eens zouden kunnen stunten. “Maar ik had de drie keer daarvoor ook steeds gedacht dat we geen schijn van kans zouden maken. Toch was er ik er nu van overtuigd dat Duitsland zich niet ook zou laten verrassen.”

Arnesen bekeek op de eindstrijd na alle EK-wedstrijden in zijn vakantiehuis onder de Spaanse zon. Ook Lerby bleef bij vrouw en kinderen. Hij reisde alleen voor Nederland-Denemarken naar Zweden en zag na afloop hem bekende winnaars en verliezers langs zich trekken. Hij voelde zich toen, bekent Lerby, “best een beetje lullig”. “Het is niets voor mij om in zo'n kleedkamergang te gaan staan. Maar ik moest voor de tv Kees Jansma te woord staan en had grote haast omdat ik mijn vliegtuig moest halen. Maar wat voor houding moet je daar beneden nou aannemen? Tegen de Nederlanders kan je weinig zeggen en ik vond het ook weer overdreven om met de Denen te gaan staan juichen.”

“Daar kan ik”, bekent Lerby, “nou nog wel jaloers op zijn, zo'n ontzettend blij elftal, de vreugde om een overwinning. Het hand-in-hand-gevoel. Dat kunnen alleen voetballers onder elkaar hebben. Lekker onbevangen blij zijn met elkaar. Dat zijn de fijnste momenten uit je leven. Die mis ik best wel, ja. Als trainer beleef je zoiets toch anders. Dan heb je te maken met je reserves en denk je vaak meteen weer aan de volgende wedstrijd.”

Arnesen bekent bij de wedstrijd tussen de hem dierbaarste twee landen moeite te hebben gehad zijn voorkeur te bepalen. “Ik ben Deen, maar ik had voor de wedstrijd het gevoel van: laat Nederland maar winnen, want dan krijg je een fantastische finale tegen de Duitsers.” Toen zijn landgenoten echter met 1-0 voorkwamen sprong Arnesen van blijdschap een meter de lucht in. “En bij 2-1 dacht ik weer: Nederland, scoor nou maar. Het was een gekke gewaarwording, niet echt leuk eigenlijk.”

Zowel Arnesen als Lerby rekende vooraf op een EK-finale tussen Nederland en Duitsland. “Een knaller eerste klas, natuurlijk.” Arnesen noemt de onverwachte misstap van Oranje tegen Denemarken “amateuristisch, maar wel begrijpelijk”. “Zoiets overkomt ons allemaal weleens. Ik heb het zelf ook meegemaakt. Meerdere keren zelfs. Lilleström-Ajax bijvoorbeeld. We zouden in Noorwegen wel even makkelijk winnen. Mooi niet. We verloren kansloos met 2-0. Tegen Denemarken was Nederland er niet bij met zijn hoofd. Tactisch zijn de Nederlanders de besten in de wereld. Ze weten alles. Maar juist in dat opzicht was het afgelopen maandag een complete chaos.”

Lerby: “Ik kan me goed voorstellen dat Michels nu denkt van: had ik maar zo gedaan of had ik maar zus gedaan. Maar dat is achteraf gepraat. Ik had bij de wedstrijd tegen Denemarken wel een voorgevoel. Alle Nederlanders hadden het al over de finale. Toen dacht ik al van: hé, hé, eerst nog de halve finale. Je kan een toernooi beter slecht beginnen. Dan ontstaat er een soort anti-stemming en van daaruit kan je je dan verbeteren.” Arnesen: “Nederland had in de halve finale honderd keer beter Frankrijk, Engeland of Zweden kunnen treffen dan die vakantiegangers uit Denemarken. Wie had er nou van spelers als Kent Nielsen, John Jensen of Torben Piechnik gehoord?”

Bij het EK van '84 en het WK van 1986 hadden de Denen zelf ook een elftal met allemaal bekende spelers die bij Europese topclubs speelden. Ze behoorden bij de genoemde toernooien dan ook tot de favorieten. De beker werd echter niet gewonnen. Bij het EK in Frankrijk verloor Denemarken, net zoals Nederland nu, na strafschoppen in de halve finale, van Spanje. Deze keer miste Marco van Basten een penalty, toen was het een andere vedette, Preben Elkjaer-Larsen. Arnesen: “We speelden die Spanjaarden een uur van de mat. Die Arconada kon er niet veel van, maar uitgerekend tegen ons keepte hij uitstekend. Hij stopte een schot van Ivan Nielsen van drie meter.”

Ook in 1986 versperde Spanje de Denen de weg. Het werd in de tweede ronde van het WK in Mexico 5-1. Arnesen speelde die wedstrijd niet. Hij had zich laten gaan tegen Matthäus en de rode kaart gekregen. “Mijn eigen stomme schuld. En ik was echt in topvorm.” Hij zag vanaf de tribune zijn team met 1-0 voorkomen. “Die Spanjaarden lieten toen hun hoofd hangen. Ze werden volledig weggespeeld, tik, tik, tik. Toen maakte Jesper Olsen die historische fout (verkeerde terugspeelbal, red), in de laatste seconde van de eerste helft en stonden we ineens gelijk.”

Die klap kwamen de Denen niet meer te boven en kregen na rust vier tegentreffers te incasseren. Denemarken had in de eerste ronde nog overtuigend van Schotland, Uruguay én, toen ook al, West-Duitsland gewonnen. Arnesen: “We hadden ons bewuster moeten zijn van onze mogelijkheden. We werden door iedereen als favoriet beschouwd, maar zo zagen we het zelf niet. Dat was een stomme instelling.”

Verhalen over uitspattingen in het Deense kamp noemt Arnesen zeer overtrokken. “Er was wel degelijk discipline. Dat wilden we zelf ook. Ik kan me voor het WK van '86 nog een hoogtestage in Colombia herinneren. Daar hebben de meeste van ons geen druppel alcohol gedronken. Ik zelf dronk alleen Spa-blauw. We lachten altijd wel veel, aan tafel en op de kamers. Denen hebben een geweldige humor.” Arnesen ziet wel overeenkomsten met Nederlanders. “Die zijn ook extrovert en nuchter.” Lerby: “Bij ons en in Nederland wordt er niet met tomaten gegooid als een ploeg die heeft gefaald thuiskomt. Dat ligt in landen als Italië en Spanje anders. Daar is de druk veel groter.”

Elke interland van de Denen betekende destijds een vrolijke reünie van spelers uit alle delen van Europa en vooral een weerzien tussen Frank Arnesen (52 interlands) en S⊘ren Lerby (68 interlands). Ze waren al vrienden toen Ajax ze in 1975 als tiener-talenten naar Amsterdam liet komen. “We gingen toen al samen, met onze vriendinnen, op vakantie.” Arnesen speelde na zijn Ajax-tijd bij Valencia en Anderlecht en Lerby bij Bayern München en Monaco. De hereniging tussen de twee Denen vond echter in 1987 bij PSV plaats. Arnesen: “Ik ben toen alleen maar bij PSV gebleven omdat S⊘ren kwam. Ik kon naar Neuchatel Xamax, maar hij had Kees Ploegsma nadrukkelijk gevraagd of ik kon blijven.”

De twee hebben regelmatig contact, meestal telefonisch. Arnesen gaat zijn tweede seizoen als invloedrijk elftalleider bij landskampioen PSV in, dit keer met Hans Westerhof als hoofdtrainer. Lerby heeft na zijn ontslag na vijf rumoerige maanden bij Bayern München geen club. Hij hoeft ook niet meer zo nodig. Spijt van zijn avontuur in München heeft hij niet. “Want ik weet nu waarover ik spreek. Ik vind het heerlijk om naar voetbal te kijken, maar dan als toeschouwer. Als trainer ben je zo afhankelijk van anderen. Kijk eens naar Michel Platini. Die zag Frankrijk slecht spelen en kon er niets aan doen. En Michels was na de wedstrijd tegen Duitsland nog de grote man en dan zie je hem een paar dagen later machteloos naar die penalty's kijken.”

“Er leiden vele wegen naar Rome”, stelt Lerby. “M⊘ller-Nielsen (Deense bondscoach, red) kreeg veel kritiek te verduren, maar nu is hij de gevierde man. Hij komt van het platteland en als ze hem vragen hoe hij aan zijn opstelling komt vertelt hij dat hij met zijn vrouw aan de keukentafel zit en er dan wel uitkomt. Nu vinden ze zo'n antwoord leuk, maar als het slecht gaat wordt hij ermee om zijn oren geslagen.”

Arnesen en Lerby maakten M⊘ller-Nielsen in hun actieve tijd nog mee als assistent van bondscoach Sepp Piontek. Lerby: “Ik wist niet eens dat hij kon praten. Hij zei nooit wat.” Arnesen: “M⊘ller-Nielsen gaat van kracht en veel lopen uit en niet van mooi voetbal. Daarom heeft hij spelers nodig die luisteren. Michael Laudrup en Jan Mölby passen daar niet in. Dat is jammer voor het amusement. Succesvol is het wel.”

Arnesen wacht wel vol spanning de periode na het gouden EK af. “Die wordt echt niet zo makkelijk voor Denemarken. Tegenstanders komen straks voor de WK-kwalificatie naar Kopenhagen toe om tegen de nummer één van Europa te spelen. Ze zullen hun tactiek aanpassen en verdedigend spelen. Wat kan Denemarken dan?” Volgens Arnesen is het zeer spijtig dat de Denen voor lange tijd één van hun steunpilaren, Henrik Andersen, zullen moeten missen. De verdediger brak tegen Nederland zijn knieschijf. Andersen is afkomstig van dezelfde club als Arnesen en de twee speelden nog samen bij Anderlecht. “Henrik is altijd een beetje eenzacht ei geweest. Hij wilde niet koppen omdat hij bang was voor zijn kapsel, dat soort werk. Pas nu bleek wat hij werkelijk kan. Heb je gezien hoe hij Ruud (Gullit, red) uit de wedstrijd speelde?”

Arnesen vindt ondanks de nederlaag van de Duitsers in de finale Thomas Hässler de ster van het EK '92. “Maar lang niet zo'n grote als Van Basten in '88.” De PSV'er is teleurgesteld over het niveau van het toernooi in Zweden. Met name Frankrijk is hem zwaar tegengevallen. “Wat was dat triest.” “De spelers van Olympique Marseille waren gewoon op”, legt Lerby, ex-speler van AS Monaco, uit. “De Fransen hadden geen vorm, geen scherpte. Ze stonden in de laatste tien minuten tegen Denemarken gewoon te kijken.” Arnesen: “Nederland-Duitsland heeft het EK een beetje gered. De druk was zo groot in die wedstrijd, maar toch werd er uitstekend gespeeld. Absolute wereldklasse.”