HET OEKRAINE-GEVOEL; De paradox van een anti-Russisch zelfbewustzijn

De Oekraïne had nooit haast en heeft dat nog steeds niet. Met haar onafhankelijkheidsverklaring vorig jaar was de tweede deelstaat van de voormalige Sovjet-Unie niet de vlugste. In woord wordt de wedergeboorte der natie nu alom beleefd en bejubeld. Het Oekraïense sentiment kent amper grenzen. Maar in daad is dat meer retoriek dan werkelijkheid. Van economische hervormingen is geen sprake en met de herondekte erfvijand Rusland worden in Dagomys, ver weg aan de Zwarte Zee, als het er op aan komt ook zonder mokken zaken gedaan.

De reden daarvoor? In de Oekraïne hebben de nieuwe communistische leiders meer macht dan hun oude communistische voorgangers ooit hadden. Zelfs de nationalisten doen daarom tegenwoordig gemene zaak met ze. Onder het mom dat het volk nog te onvolwassen is.

"Honderd procent.' Sasja, een Russische vrije jongen uit Simferopol die net uit de gevangenis is ontslagen, weet het zeker. Terwijl hij op een splinternieuw Oekraïens bankbiljet van tien koepon een paar aantekeningen krabbelt - dit is immers toch geen geld doch slechts ""bedrukt papier, Oekraïens gelul'' - stelt hij zijn prognose onverschrokken vast. ""Er komt oorlog.''

""Honderd procent?''

""Nou ja, negentig procent kans dan. Ze denken toch niet dat we hier uit ons zelf weggaan. Maar kom, neem nog iets. Mijn zus is vandaag jarig.''

Oorlog tussen de Oekraïne en Rusland, bedoelt Sasja. Om de Krim uiteraard, dat prestige-object waarin beide supermogendheden zich hebben vastgebeten, en om de vloot die daar ligt afgemeerd. Dat er nu tussen Rusland en de Oekraïne op papier een akkoord over de marine is bereikt, kan Sasja niet vermurwen.

Aan de andere zijde van het fictieve front is het niet anders. Net als Sasja bereidt Valentin Tambovtsev zich op het onvermijdelijke voor. Tambotsev is in Simferopol voorzitter van de nationalistische Oekraïense beweging Roech. De 23 procent Oekraïeners op de Krim ""hebben nog niet genoeg wapens'', weet hij. ""Maar we zijn de Rubicon over. Ik ben er klaar voor.'' ""Psychologisch'' wel te verstaan.

Die geestelijke training is in zijn ogen meer dan het halve werk. Voor Tambovtsev is de Oekraïense onafhankelijkheid namelijk niet louter een politieke formaliteit. Nee, voor hem is het een culturele missie. ""Het Russische Rijk is begonnen in Kiev. In Kiev-Roes begon duizend jaar geleden onze orthodoxe geschiedenis. Rusland komt dus voort uit de Oekraïne. En niet omgekeerd. Roes werd pas eeuwen later Rusland: eigenlijk pas ten tijde van Peter de Grote die de Eed van Perejaslavl, waarmee de Kozakken in 1654 een verbond met de tsaar sloten, om zeep hielp en ons toen ook maar meteen klein-Rusland begon te noemen.''

Aan dat onrecht dient volgens Tambovtsev nu een einde komen. ""Want de Russen hebben hun nationale gevoel al lang verloren. Kijk maar naar al die Russische emigranten. Wat is daar nou van terecht gekomen? De Oekraïense diaspora is overal sterk, de Russen doen maar wat.''

Natuurlijk, ook Tambovtsev vindt ""mooi weer en mooie meisjes'' uiteindelijk ""veel belangrijker''. Maar nu is het toch ""een prettig idee dat de Oekraïne met haar nucleaire potentieel in de wereld op de derde plaats staat''. En Tambovtsev kan het weten, heeft er althans gevoel voor. Als dienstplichtig officier was hij begin jaren zeventig één van de zestigduizend militaire adviseurs die de Egyptische president Anwar Sadat in de strijd tegen Israel moesten bijstaan. Weliswaar is Tambovtsev tegenwoordig eenvoudig burger/zakenman, hij, de ""man van de actie, de man van de agitatie'', kleedt zich niettemin graag in battle-dress. Hij is zelfs bereid zijn huwelijk met een Russische vrouw op het spel te zetten. ""Toen ik trouwde, was ik ook een sovjet-burger. Nu zijn we allemaal op zoek naar onze identiteit. Veel huwelijken lopen daarom op de klippen.''

Onversneden anti-Russisch

Tambovtsev behoort tot de jonge garde nationalisten in de Oekraïne, de generatie die is opgevoed met het vanzelfsprekende idee dat zijn land deel was van een groot rijk maar recent de negentiende-eeuwse volkskunst, de tradities der boerenstand en het in wezen democratische denken der Kozakken heeft ontdekt. Drie sporen die genoeg aanknopingspunten bieden om als Oekraïener onversneden anti-Russisch te zijn. Want ""de Oekraïne is Europa, Rusland is Azië''.

De populariteit van deze gedachtengang heeft de Oekraïense politieke cultuur het afgelopen jaar danig beïnvloed. De meer politiek getinte nationalisten, zoals de Kievse filosoof Miroslav Popovitsj, voor wie de onafhankelijkheid allereerst een bestuurlijke daad was die het mogelijk moest maken om zonder centralistische controle uit Moskou in eigen huis te gaan hervormen, zijn de laatste maanden op de achtergrond geraakt, nog voordat ze goed en wel iets in de melk te brokkelen kregen. Intellectuelen als Popovitsj proberen hun rationele nationalisme nog steeds uit te dragen. ""Het is een fabeltje dat dé Russen dé Oekraïne hebben uitgebuit.''

""Ik ben niet bang voor de Russen, ik ben bang voor het instabiele Rusland waar zelfs Jeltsin zich nu als een populistische tsaar, een étatist à la Aleksandr Solzjenistyn moet gaan gedragen om de extremistische patriotten tegemoet te komen. De Oekraïense onafhankelijkheid is daarom bovenal een politiek en bestuurlijk middel dat ons de mogelijkheid biedt ons zelfstandig te hervormen.'' Maar applaus? Ho maar.

In december vorig jaar leken mensen als Popovitsj nog gelijk te krijgen. Zelfs de Russen in de Oekraïne spraken zich toen in het referendum in overgrote meerderheid vóór de onafhankelijkheid uit. Ook op de Krim, waar toch tweederde van de bevolking van Russische origine is, koos men voor de Oekraïne. Maar daarna begonnen deze gematigde krachten enigszins te verbleken. President Leonid Kravtsjoek luistert nauwelijks naar ze. Die is tegenwoordig te druk in de weer met zijn eigen Oekraïense aureool, zijn methode om de pure nationalisten uit het Westen wind uit de zeilen te nemen en het volk te doen vergeten dat hij zelf een jaar geleden niet meer was dan de voormalige partij-ideoloog van de communisten.

Je vindt het nieuwe type patriotten nu her en der in de Oekraïne. Een paar jaar geleden was deze vorm van vaderlandsliefde nog het monopolie van de Galitsiërs in het Westen, het deel van de Oekraïne dat nooit tot Rusland had behoord tot het in 1939 deel werd van de uitruil tussen Molotov en Ribbentrop. Daar wisten dissidenten de fakkel van het nationalisme ondanks Stalin en Brezjnev brandende te houden. In de rest van het land had de sovjetmacht zich sinds 1917 echter redelijk snel kunnen vestigen. Door de industrialisatie was de Oekraïne voor de Oktoberrevolutie immers al danig gerussificeerd. Op het platteland mochten de Oekraïense boeren dan nog wel domineren, in de steden waren de Russen al sinds eind vorige eeuw de baas. Na de revolutie hoefde dit culturele proces alleen nog maar voltooid te worden.

Glasgow Rangers

Maar dankzij de opmars van Roech in het Westen en in het intellectuele centrum Kiev is het vuur uiteindelijk overgeslagen. Een populaire voetballer als Oleg Koeznetsov, sinds een paar jaar spelend bij het Schotse Glasgow Rangers, wil bijvoorbeeld niets liever dan een plaatsje in het Oekraïense nationale elftal. Dat de eigen competitie de kwaliteit van het voetbal in zijn land dreigt te ondermijnen, interesseert hem nauwelijks. ""Over twee jaar zijn we er weer'', aldus Koeznetsov terwijl hij zich in de catacomben van het stadion van Dinamo Kiev laat fêteren door zijn landgenoten. En op het Vrijheidsplein in het centrum van dezelfde stad dicht de prettig-gestoorde kunstenaar Valerij Vinarskij, volgens zijn paspoort weliswaar geen Oekraïener maar er wel geboren en getogen, conform de tijdgeest: ""Ongewassen/en ongelukkig/is het mij niet toegestaan/over haar te oordelen/over Rusland:/die geile meid/die nodig heeft/een man, een sadist''.

Zelfs in een stad als Dnepropetrovsk, het oude bolwerk van de in 1982 overleden Leonid Brezjnev, is de blauw-gele tweekleur in top gegaan. Driekwart jaar geleden werden de aanhangers van het Oekraïense nationalisme nog van de straat geslagen als ze daar alleen maar met een pamflet stonden. Een alom gewaardeerde organisatie als Memorial, die zich beijvert voor de slachtoffers van het stalinisme, kon er niet eens een simpele kantoorruimte krijgen. Thans zeggen de lokale bestuurders echter "jij' en "jouw' tegen dezelfde mensen die ze een jaar geleden nog treiterden. Voorzitter Ivan Sjoelik van de plaatselijke Roech-afdeling heeft inmiddels een kabinet betrokken in hetzelfde gebouw waar ook de lokale prefect van president Leonid Kravtsjoek resideert.

""Zonder de Galitsiërs was dit niet mogelijk geweest'', aldus Sjoelik, een decorontwerper die sinds augustus vorig jaar full-time politicus is. ""Zonder het Westen hadden we waarschijnlijk geen hoger niveau bereikt dan Toerkmenistan.''

""Helaas zijn we nog geen Europeanen,'' zegt Sjoelik. ""Als de Oekraïne wel een Europese natie was geweest, hadden we toch nooit het communisme gekend? Maar we moeten nu wel weg uit het Russische Rijk. Want binnen dat rijk zullen we nooit een Europees land worden. Zie maar hoe Rusland nu zelf uit elkaar valt, met alle oorlogen vandien. Rusland is geen Europa. Natuurlijk zijn we al eeuwen deel van het Russische Rijk. Maar onze taal hebben ze ons toch nooit kunnen afnemen: de Tataren niet, de Polen niet en de Russen evenmin. We hebben onze eigen liederen, onze eigen muziek en onze eigen dorpen waar het een veel minder grote troep is dan in Rusland. Bij ons wordt uiteraard ook gedronken maar niet zo liederlijk als in Rusland. Bovendien is de geestelijke cultuur van de Oekraïne anders. We zijn tolerant en geduldig. We hebben de democratische tradities van de Kozakken nooit verloochend, ook niet toen de Polen hier hun aristocratische bewind wilden opdringen of de Russen hun absolutistische bestuur introduceerden. Daarom is het nu wij tegen zij.''

Modderschuit

Het lijkt allemaal zeer voortvarend en dus ook gevaarlijk voor de cohesie van een rijk dat zich nu in razend tempo en vooral ongecontroleerd aan het dekoloniseren is. Maar in de praktijk blijkt het Oekraïense nationalisme op de keper beschouwd meer een kwestie van optisch bedrog. Want waartoe heeft het nationale gevoel tot nu toe in concreto geleid? Tot een verbod aan de commandant van de luchtbasis bij Kiev om met een aantal backfires naar Moskou te vliegen ter opluistering van een luchtvaartshow aldaar! Tot een diepgaand conflict binnen de "autokephale' kerk, waarbij het ene kamp de oude in Canada woonachtige patriarch Mstislav erkent en het andere wil blijven zoeken naar een compromis met de liturgisch en bestuurlijk nagenoeg identieke Russische orthodoxe kerk in Moskou. Tot advertenties in Engelstalige kranten waarin ""Russisch en/of Oekraïens sprekende experts'' worden opgeroepen in Kiev te komen werken, noodzakelijk omdat de Oekraïense diaspora in Canada, Amerika, Australië en Duitsland het laat afweten en het vaderland zo nu en dan slechts met een kort toeristisch solidariteitsbezoekje aandoet.

En het heeft geleid tot de introductie van de koepon, die in afwachting van de nieuwe grivna de roebel op het eigen grondgebied zou moeten vervangen. Juist in dit laatste resultaat, die eigen munt, weerspiegelt zich echter tevens de paradox van het Oekraïense zelfbewustzijn. Het in Canada gedrukte velletje papier (kosten: 28 miljoen dollar) is de trots van de natie maar illustreert vooral dat de nieuwe onafhankelijkheid tot nu toe weinig meer is dan een vlag op een modderschuit.

In januari, toen de koepon werd geïntroduceerd, kreeg de Oekraïense burger twee roebel voor één coupon. Nog geen half jaar later is de koers bijna honderdtachtig graden gedraaid: 120 couponnen tegen 100 roebel, een devaluatie van meer dan vijftig procent die de economische ontwikkeling (nationaal inkomen: min twintig; industriële produktie: min vijftien; agrarische produktie: min 34) in een notendop samenvat. Nergens in de voormalige Sovjet-Unie is de dollar zo duur als in Kiev. ""Het geld groeit hier langzamerhand tot aan het plafond, maar wat we feitelijk produceren kan je zo ongeveer in één koffertje stoppen'', aldus Levko Berjoek, de organisatie-secretaris van Roech die als geen ander de stemming in zijn club kent.

Dubbel spel

Je zou zeggen: voldoende reden voor de nationalistische beweging om de president frontaal op de korrel te nemen. Maar dat gebeurt niet. Kravtsjoek heeft namelijk bijna iedereen in zijn zak. Hij speelt dubbel spel. En dat werkt. Naar buiten hangt hij de nationalist uit, de enige politieke patriot in het land die ook begrijpt wat het vak van staatsman inhoudt. Dit jaar heeft hij de halve Westerse wereld afgereisd. Hij was in Amerika, ging vervolgens naar Frankrijk en Polen en heeft ook al goede zaken gedaan met de Duitsers. En ondertussen bejegent hij Rusland zo scherp mogelijk, met alle dreigementen die hij in huis heeft: met zijn kernwapens, met de vloot op de Krim en met onbenullige douanepostjes. Om het vervolgens weer op een tussentijds akkoordje te gooien, zoals afgelopen week tijdens de topconferentie met Boris Jeltsin in Dagomys aan de Zwarte Zee.

In eigen land daarentegen is continuïteit zijn parool. Rustig aan, niet alles tegelijkertijd overboord. Dat is in een paar woorden zijn programma. Van privatisering is daarom nog niets terecht gekomen. De herverdeling van de grond onder de boeren komt in slakkengang van de grond. Zelfs van wetgeving is nauwelijks sprake. Wolgang Runge, een topambtenaar van het Duitse ministerie van buitenlandse zaken, was vorige maand in Kiev om te onderhandelen over een onderling handelsverdrag. Tot zijn verbazing ontdekte hij toen dat hij wel met volledige volmacht uit Bonn vertrokken was, maar dat zijn gesprekspartners in hun eigen Kiev geen enkele onderhandelingsvrijheid hadden. Of, zoals Runge het diplomatiek zei: ""Wij zijn zo nu en dan nog wat onzeker over de wetgeving en dat bevordert het investeringsklimaat uiteraard niet''.

Het gebrek aan hervormingen is letterlijk zichtbaar: in de gezichten van het bureaucratische en politieke apparaat dat de Oekraïne thans regeert. Nog meer dan zijn collega Jeltsin in Rusland heeft Kravtsjoek ervoor gekozen het bestuur strikt rondom zijn persoon te centraliseren. Zijn "team' is geheel uit oude partijgangers samengesteld. Vitold Fokin, net als Kravtsjoek ex-communist, is ondanks het verzet van Roech nog altijd zijn premier. Ivan Ploesjtsj heeft hij tot parlementsvoorzitter gebombardeerd en de voormalige CPSU'er Konstantin Morozov beheert het ministerie van defensie. Het zijn allemaal mannen die Kravtsjoek nog kent uit de tijd dat hij binnen de partij met zijn eigen carrière bezig was. In den lande benoemt hij eveneens louter bekenden als "vertegenwoordigers der president', de prefecten die moeten voorkomen dat de lokale volksvertegenwoordigingen de overhand zouden kunnen krijgen. En in de bedrijven, op boerderijen hebben de oude bazen uiteraard ook nog steeds de leiding. Zelfs het aantal departementen en staatscomité's is vertrouwd groot: rond de vijftig. De pogingen van de volksvertegenwoordiging om daar iets aan te veranderen, hebben alle schipbreuk geleden. Want ook in het parlement beschikt Kravtsjoek over een stabiele meerderheid van ex-kameraden die het hem niet lastig willen maken.

Kortom, de communisten zijn in de Oekraïne nog steeds de baas. Zij het met dit verschil dat ze vroeger verantwoording verschuldigd waren aan het secretariaat van de partij en nu aan het kabinet van de president.

De reden hiervoor ligt voor de hand en is de nieuwe machthebbers maar ten dele te verwijten. Niet alleen wil Kravtsjoek de macht van zijn eigen "netwerk' niet uit handen geven, hetgeen de uiteindelijke consequentie van een serieus anti-centralistisch hervormingsbeleid zou zijn. Kravtsjoek wil het bestaande bestuurlijke kader ook niet tegen de haren instrijken. Hij weet immers dat er nog geen nieuwe generatie voor handen is om de macht over te nemen. Een beweging als Roech bij voorbeeld is nagenoeg uitgespeeld en heeft weinig te bieden. Roech blijkt nu vooral een morele spiegel te zijn geweest die de cynische machtsdragers kon worden voorgehouden juist ómdat de toenmalige autoriteiten toen zo cynisch waren dat ze geen oog meer hadden voor de tijdgeest. Maar nu de oppositie in de slipstream van Kravtsjoek haar morele kapitaal zou kunnen gaan incasseren, mist ze de broodnodige praktische kwaliteiten. ""De intelligentsia sympathiseert slechts met ons. Meewerken wil ze niet'', aldus Ivan Sjoelik uit Dnepropetrovsk.

Sterker, de nieuwe onafhankelijkheid heeft de nationalistische beweging van het eerste uur zelfs gespleten. Kort na de onafhankelijkheid is het binnen Roech tot een informele scheuring gekomen tussen hen die uit realisme met Kravtsjoek in zee zijn gegaan en de "pure' vleugel die nog altijd geen vertrouwen wenst te hebben in deze ex-communist. De radicaal-nationalistische Republikeinse Partij van de ex-dissidenten Levko Loekjanenko (een advocaat uit Lvov die 28 jaar gevangen heeft gezeten en nu bij wijze van rehabilitatie door Kravtsjoek is benoemd tot ambassadeur in Canada) en Stepan Chmara is om die reden ook formeel uiteen gevallen.

Gefluisterd

En de burgers? Die hebben zich van de politiek afgewend. Tien min of meer serieuze politieke partijen, die niettemin geen van allen ook maar een grammetje macht bezitten, is hen te veel van het goede. ""Juridisch zijn we onafhankelijk, met veel nieuwe symbolen bovendien. Maar dat is slechts uiterlijkheid. De mensen zijn daarom inert geworden, apatisch. En onze leiding straalt louter vermoeidheid uit'', verzucht Sjoelik.

In arren moede wenden de democratische fakkeldragers van weleer zich nu daarom één voor één tot Kravtsjoek en diens clan. Zelfs de eis dat hij Fokin zou moeten ontslaan, wordt nog slechts gefluisterd. Strak presidentieel bestuur, een harde hand van boven, is thans het uitgangspunt. ""De verschillende vertegenwoordigende lichamen zijn niet meer dan machteloze organen'', zo vertolkt Ivan Sjoelik het gemoed. ""Die demonstreren telkens weer dat ze geen macht hebben. Verkiezingen om het conflict tussen wetgevende en uitvoerende macht aan de burgers voor te leggen? Nee! Die zouden we verliezen, er zou waarschijnlijk niet eens een meerderheid van de kiezers opkomen. De kwestie is nu dus: presidentieel bestuur of helemaal geen bestuur.''

""We hebben geen ontwikkelde democratische beweging'', concludeert ook professor Miroslav Popovitsj. ""De dissidenten van vroeger vertegenwoordigden waarschijnlijk slechts vijf procent van de bevolking. Ook Roech, waarin opposanten en verlichte communisten elkaar een paar jaar geleden hebben gevonden, heeft het vernieuwingsproces niet kunnen dragen. Waarom? Omdat Oekraïeners niet van riskante experimenten houden. Dat is ons politieke temperament.''

In Dnepropetrovsk uitte deze terughoudendheid zich kort geleden aldus. Toen Kravtsjoek er zijn voormalige kameraad Pavel Lazarenko tot prefect van het district wilde benoemen, meenden de plaatselijke Roech-leden een eigen man naar voren te moeten schuiven, een jonge enthousiaste nationalist die wel schone handen leek te hebben. Op een bijeenkomst in de stad, waar het probleem besproken zou worden, nam de laatste echter plotseling het woord. ""Ik heb een zonde begaan'', sprak hij beschaamd. ""Ik ben lid geweest van de Komsomol, ik was zelfs afdelingsvoorzitter.'' Lazarenko snelde hem onmiddellijk te hulp. ""Een zonde, Sasja? Je was waarschijnlijk gewoon een talentvolle jongen. Ik heb meer zonden op mijn geweten.''

"zondige' Pavel Lazarenko. ""Wij zijn nu eenmaal geen Kroaten'', aldus professor Popovitsj. Alle Sasja's en Valentins op de Krim ten spijt.