Grootmeesters van het trompetspel soleren op uitbundig klankfeest

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest ter gelegenheid van de International Trumpet Guild Conference 1992. Dirigent: Jordan Dafov. Solisten: Maurice André en Timofei Doksjitzer (trompet), Rob Broek (piano). Programma: Dukas: Fanfare uit La Péri; Marcello en Hummel: Trompetconcerten; Sjostakowitsj: Pianoconcert nr. 1 met trompetsolo; Janacek: Synfonietta. Gehoord: 26/6 in de Grote Doelenzaal te Rotterdam.

Sinds de oprichting in 1975 van de International Trumpet Guild in Amerika heeft het jaarlijkse congres van dit genootschap zich voornamelijk afgespeeld in de beslotenheid van de campus der verschillende universiteiten. Rotterdam heeft de eerste conferentie van deze trompettisten in Europa totaal anders aangepakt. Uiteraard lezingen, master-classes en andere ontmoetingen voor de vierhonderd congressisten alleen, maar daarnaast druk bezochte publieksconcerten op verschillende locaties met als hoogtepunt het concert door het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de Doelen.

Niet het orkest zelf, met verve musicerend onder leiding van de Bulgaarse gastdirigent Jordan Dafov, stond echter deze avond in de schijnwerpers. Die waren gericht op de beide grootmeesters van het trompetspel, de vermaarde Fransman Maurice André en de hier wat minder bekende Rus Timofei Doksjitzer, een zo mogelijk nog groter fenomeen. Doksjitzer lijkt, hoewel hij tien jaar ouder is dan André en te kampen heeft gehad met gezondheidsproblemen, in zijn spel jong te zijn gebleven. Hij was virtuoos in een eigen bewerking van Sjostakowitsj' Eerste Pianoconcert waarvan hij de trompetsolo dermate uitbreidde dat de solistische rollen min of meer werden omgedraaid. Het resultaat was niettemin schitterend en deed toch nog volledig recht aan pianosolist Rob Broek die op het laaste moment Ronald Brautigam moest vervangen. Zijn differente touché en trefzekerheid waren geheel aan de trompetsolist gewaagd. Maurice André soleerde in de beroemde Trompetconcerte van Marcello en Hummel, stralend van toon gespeeld en in de finales met buitelende vaart toewerkend naar een triomfantelijke apotheose. De ovaties werden nog onderstreept door een hem toegekende onderscheiding voor zijn vele luisterrijke opnamen. Het was tenslotte een aardig idee om aan het begin en einde van Janaceks Synfonietta elf gerenommeerde congressisten mee te laten spelen. Het klankfeest werd er des te uitbundiger door.