Galileo's wraak

Waar we vroeger nogal opkeken tegen de Rechterlijke Macht, tegen de Advocatuur en zelfs tegen Notarissen, is er altijd wel iemand in onze kennissenkring die een dergelijk ambt vervult en ons met zorg..., tante Betje. (Ik heb het natuurlijk niet over jou, Jan.) We hebben zelfs allemaal in onze kennissenkring, althans het lijkt wel of we ze persoonlijk kennen, een aantal ronduit malafide notarissen, slechte en plat-sprekende advocaten-in-spijkerbroek of erger, en volstrekt wereldvreemde rechters - om van officieren van justitie maar te zwijgen.

De boel is er niet op vooruit gegaan, maar wij persoonlijk hebben door schade en schande veel geleerd, of misschien wel een prachtige snelcursus gevolgd via de televisie, waar de ene rechtbankscène de andere opvolgt, sinds de reguliere film het onderwerp ontdekte.

Het komt allemaal omdat we de schurk willen zien boeten, hem willen zien ineenkrimpen bij het horen van de harde, onomstotelijke bewijsvoering van de sympathieke aanklager(ster). We weten langzamerhand meer over juryrechtspraak dan goed voor ons is, en ook Nederlandse televisie-omroepen beginnen series aan te maken waarin het recht wordt uitgebeeld. Kranten hebben hun vaste rechtbankverslagen en daarin komen we, evenals in Amerika, herhaaldelijk de getuige-deskundige tegen, iemand die ons met het gelijk van zijn titel alles kan doen slikken, tot de meest waanzinnige en gevaarlijke beweringen.

Neem nu alleen het ""was ontoerekeningsvatbaar tijdens het plegen van het delict''. Met andere woorden: was even niet goed snik en hoeft dus niet te zitten, maar kan wel voor onbepaalde tijd ter beschikking worden gesteld, een vreselijk oordeel zonder veel verweer.

In Amerika verscheen kort geleden het boek Galileo's Revenge: Junkscience in the Courtroom, waarin Peter Huber, van het Manhattan Institute, een aantal van dergelijke experts aanpakt. Mag een school een kind weigeren dat HIV-positief is wanneer een als deskundige verkleed iemand verklaart dat er gevaar is voor besmetting, of is dat onwettelijke discriminatie gebaseerd op paranoïa, en niet op wetenschap, vraagt Huber zich af in een artikel in The Scientific American. Zo worden er in Texas mensen geëlektrocuteerd in verband met de door een psychiater-deskundige uitgesproken verwachting inzake ""toekomstig gevaarlijk gedrag''. In veel gevallen volgt de rechtbank een methode die sinds 1970 de ""laat ze allemaal maar binnen''-methode genoemd wordt, en waarbij men erop rekent dat twaalf ferme juryleden wel het kaf van het koren kunnen scheiden.

Wij hebben gelukkig nog niet die absoluut vermorzelende uitspraken in civiele procedures, waarbij de verliezende partij zo maar 3 of 5 miljoen moet betalen, of moordzaken waarbij een verdachte, hoewel niemand hem of haar heeft gezien, middels ""sterke aanwijzingen'' tot de elektrische stoel veroordeeld wordt. Er zijn nu in de VS ook zogenaamd klinische ecologen die een correlatie vaststellen tussen verspreide chemische luchtverontreiniging en iets dat ze ""chemisch opgewekte aids'' noemen. Op deze gronden is al veel geld uitbetaald aan arbeiders die ziek geworden waren. Verloskundigen zijn aangepakt omdat hun verloswijze zou hebben bijgedragen aan de mogelijkheid dat het kind zou sterven aan een spastische verlamming tijdens de verlossing.

Veel van deze onzin is terug te voeren op het steeds minder goed functionerende jury-systeem, hoe goed ook bedoeld in aanvang. We hebben allemaal gezien wat er gebeurt als je vier blanke politiemannen, beschuldigd van mishandeling van een zwarte, voorleidt voor een uitsluitend blanke jury uit een overwegend blank voorstadje waar een hoog percentage van dergelijke blanke agenten woont. En dan hebben we het tot nu toe slechts over ingewikkelde wetenschappelijke vraagstukken. We mogen nog van geluk spreken dat in Nederland rechters over de wetenschappelijke zwaarte van getuigen-deskundigen moeten oordelen. In Amerika blijken steeds dezelfde welbetaalde "geleerden' op te treden bij rechtbanken waarbij ze hun vaak afwijkende theorieën mogen afvuren op niets vermoedende jury's, in plaats van op hun wetenschappelijke collega's. Hun salaris staat in schril contrast tot de universiteitssalarissen. Want ze bewegen zich nu ineens tussen de buitengewoon hoog betaalde advocaten, met hun percentage van de toegekende smartegelden en compensaties, advocaten die derhalve grof geld over hebben voor mensen die zich professor mogen noemen, er ook zo uitzien en die precies die verhalen kunnen vertellen die de advocaat goed uitkomen.

Het geneesmiddel Bendectin, probaat werkend tegen zwangerschapsmisselijkheid, door de Food & Drug Administration na de gebruikelijke zware testen toegelaten, kwam onder vuur van een advocatenbureau dat op basis van één onderzoek met dierproeven duizend claims verzamelde van gebruikers dat Bendectin mogelijkerwijs gebruiksgebreken veroorzaakte. Het middel werd uit de handel genomen, de claims betaald en het American College of Obstetricians en Gynaecologists concludeerde dat met het verdwijnen van Bendectin een belangrijk geneesmiddel wegviel, zonder vervanging.

Achteraf bleek dat de dierproeven gemanipuleerd waren en dus op fraude berustten.

In Nederland is het nog niet zo erg. Maar met het verhogen van het smartegeld en de schadeloosstelling kunnen we erop wachten.