ELEANOR ROOSEVELT

Een Amerikaanse aristocraat Eleanor Roosevelt. Volume One 1884-1933 door Blanche Wiesen Cook 587 blz., geïll., Viking 1992, f 62,50 ISBN 0 670 80486 X

Eleanor Roosevelt is miskend. Zowel in de reguliere geschiedenis als in de feministische geschiedschrijving. Dit is de grondtoon van de biografie door Blanche Wiesen Cook, een omvangrijk boek dat de eerste vijftig jaar van haar leven bestrijkt (deel 2 verschijnt volgend jaar).

Erg verwonderlijk is die miskenning niet, zoals Cook ook in de inleiding toegeeft. In haar autobiografische geschriften doet Eleanor Roosevelt er alles aan om zichzelf als onbelangrijk, amateuristisch en dienstbaar af te schilderen: haar politieke activiteiten waren alleen maar bedoeld ter ondersteuning van haar man Franklin D. Roosevelt en kwamen niet voort uit behoefte aan invloed of plezier in het politieke spel.

Deze hele zelfkarakterisering wordt door Cook van tafel geveegd. "ER', zoals ze het hele boek door wordt aangeduid, had wel degelijk aardigheid in politiek. Vijftig jaar lang heeft ze zich ermee bemoeid. Ze spendeerde ontelbare avonden in rokerige kamers aan discussies tot diep in de nacht. Ze had zitting in allerlei commissies en in wat we nu actiegroepen zouden noemen. In de jaren twintig ging ze op in de feministische beweging en de Democratische-Partijpolitiek. Ze was bijvoorbeeld voorzitter van de vrouwenafdeling van de New York Democratic State Committee, eindredacteur en penningmeester van het blad Women's Democratic News. Ook hield ze zich bezig met de Volkerenbond en de oprichting van een Internationaal Gerechtshof. In 1928, toen de ster van haar man FDR begon te rijzen en hij gouverneur van New York werd, was zij een van de bekendste en invloedrijkste Democraten in de Verenigde Staten.

TEGEN UITBUITING

Dat ER in tegenwoordige feministische kringen niet als een van de kopstukken uit de historische portrettengalerij geldt, kan ik niettemin wel begrijpen. Daar was ze eenvoudig niet radicaal genoeg voor. Een principe als gelijke rechten voor mannen en vrouwen (zoals neergelegd in het equal rights amendment - ERA) vond ze niet zo belangrijk. Het ging haar om de strijd tegen armoede en uitbuiting van vrouwen en kinderen. In 1923 vond er bijvoorbeeld een hooglopende ruzie plaats tussen diverse feministische groepen over de invoering van de 48-urige werkweek. De ERA-aanhangers vonden dat die voor iedereen moest gelden; de "protectionisten' (onder wie Eleanor) vonden dat er maar begonnen moest worden met vrouwen, omdat die het meest te lijden hadden onder de limietloze werkweken. De ERA-aanhangers brachten daar tegenin dat, als alleen vrouwen deze protectie zouden genieten, zij ook in groten getale ontslagen zouden worden, omdat ze dan niet meer met mannen zouden kunnen concurreren.

Eleanor Roosevelt bevond zich in de progressieve vleugel van de Democratische Partij, binnen het feminisme hoorde ze bij de gematigden. Ze heeft zich haar hele leven ingezet voor nobele doelen, maar een uitgesproken feministische visie, zoals bijvoorbeeld Virginia Woolf die had, heb ik niet kunnen ontdekken. Niet dat dat nodig is, het is alleen Blanche Wiesen Cooks credo in de inleiding om ER wèl in dat licht te beschouwen, hetgeen op mij een beetje een met de haren erbij gesleepte indruk maakte - achteraf, toen ik het boek uit had.

Nu had ER haar milieu ook niet bepaald mee, als het gaat om de ontwikkeling van radicalisme. Ze werd geboren in 1884 als oudste dochter van Elliott Roosevelt en Anna Hall. Haar ouders hoorden tot de tweehonderd rijke families van New England die al meer dan honderd jaar met elkaar trouwden. Haar oom was Theodore (Teddy) Roosevelt, haar latere man Franklin een achterneef. Haar moeder was een koele society-schoonheid, die overleed toen ER acht was. Haar vader, een losbol die te veel dronk, volgde twee jaar later. Vanaf haar tiende werden Eleanor en haar jongere broertje Hall (haar andere broertje was al eerder overleden) opgevoed door haar grootmoeder van moederszijde.

De sfeer in die Victoriaanse, Amerikaanse high society was behoorlijk verstikkend. De mannen hielden zich onledig met jachtpartijen en waren aan de drank; de vrouwen hielden de kinderen (en zichzelf) binnen het keurslijf van de sociale codes. Voortdurend moesten er familieschandalen bezworen worden - ER's vader bijvoorbeeld had verschillende matresses en een onwettig kind. Toen ER een jaar of veertien was, werd haar slaapkamerdeur in het huis van haar oma van drie zware grendels voorzien om nachtelijke bezoeken van dronken ooms te verhinderen.

SCHOONMOEDER

Het onderwijs intussen hield niet over, althans niet voor Eleanor - voor meisjes werd dat niet als prioriteit beschouwd. Pas toen ze op haar vijftiende naar een finishing school in Engeland werd gestuurd (al dan niet toevallig een hele goede school) leefde ER op. Afgezien van de momenten met haar vader was dit de enige gelukkige periode uit haar jeugd: een tijd waarin ze over kunst, literatuur en geschiedenis leerde, politiek en filosofie bestudeerde en vooral leerde om zelfstandig na te denken en te discussiëren.

Op haar achttiende moest ze "uitkomen' op het debutantenbal. Ze had er weinig zin in, want ze wilde liever naar college, maar haar grootmoeder kende geen pardon. Ze moest zich neerleggen bij de conventie. Kort daarop ontmoette ze Franklin Delano Roosevelt (niet echt een familielid dat ze vaak gezien had als kind - hij was van een wat armere tak, al was hij zeker niet onbemiddeld) en in 1905 trouwden ze. Eleanor was nog geen 21 jaar. Haar oom Teddy de president gaf de bruid weg en monopoliseerde vervolgens de aandacht van de bruiloftsgasten met het vertellen van grappen en anekdotes. ER stond erbij als een gast op haar eigen bruiloft.

De vijftien jaar die volgden waren geen onverdeeld genoegen. Nadat ze het grootste deel van haar jeugd bij anderen had doorgebracht (ook al hield ze veel van haar grootmoeder, ze had niet het gevoel dat het haar eigen huis was), werd ze onmiddellijk na haar huwelijk weer bij een ander ondergeschoven: haar schoonmoeder. Franklin was enig kind, zijn vader was al lang geleden overleden, en zijn moeder, die zich een tijd vergeefs tegen het huwelijk had verzet, kon geen afstand van hem doen. Het jonge echtpaar trok bij Sarah Delano Roosevelt in en ER had nergens zeggenschap over, niet over de inrichting van het huis, niet over wat er gegeten zou worden of wie er uitgenodigd moest worden en maar nauwelijks iets over de vijf kinderen die ze binnen tien jaar baarde.

Een saillant detail van deze gang van zaken was de indeling van de huiskamer: twee gerieflijke leunstoelen stonden aan weerszijden van de open haard geposteerd. Daarin zaten naar ouder gewoonte FDR en Sarah. Eleanor had geen eigen plek. Ze zat wat achteraf op een sofa of bij het vuur op de grond.

Pas in 1918 kwam er een wending in dit leven vol dodelijke saaiheid, toen ze bij toeval stuitte op een stapel liefdesbrieven, gericht aan FDR en geschreven door zijn secretaresse Lucy Mercer. Omdat haar man ijlend van de koorts van een reis was teruggekomen, had ER zijn koffer uitgepakt. Overmand door wanhoop bood ze hem een scheiding aan, maar FDR deinsde daar voor terug, want hij was net serieus met zijn politieke carrière begonnen en een scheidingsschandaal zou hem lelijk opbreken. Ook Sarah deed haar uiterste best om de familie(eer) te redden.

LESBISCHE RELATIES

Toen de crisis eenmaal overwonnen was en ER haar depressie te boven kwam, ging er een andere wind waaien door het Roosevelt-gezin. Op zichzelf wonen deden ze al, want FDR was minister van marine geworden onder president Woodrow Wilson en ze hadden naar Washington moeten verhuizen (Sarah was achtergebleven in New York). Bevrijd van de aanwezigheid van haar schoonmoeder en gesterkt door het besef dat haar man bij haar in het krijt stond, kon Eleanor eindelijk de kracht opbrengen om haar eigen leven te leiden, dat wil zeggen zich actief in de politiek te begeven en, nog belangrijker, haar eigen vrienden te kiezen. Later, toen haar man een zware aanval van polio te verduren kreeg (hij ging de rest van zijn leven gebukt onder de gevolgen daarvan), verzorgde ze hem liefdevol en deed er alles aan zijn lijden te verlichten. Ook trad ze op als zijn persoonlijke politieke uitkijkpost en hield hem op de hoogte van alle ontwikkelingen, opdat hij niet uitgerangeerd zou worden.

Veel van haar werk deed ze ten behoeve van haar man, maar er waren ook bezigheden die particuliere interesses weerspiegelden. FDR, het moet gezegd, stelde zich loyaal op, al bleef hij zijn reputatie als "flirt, billeknijper en knietjesstrijker' waarmaken. Maar hij was in ieder geval geen alcoholist, voor een Roosevelt in die tijden al heel wat. Hij moedigde zijn vrouw aan haar vleugels uit te slaan, luisterde naar haar opinies en volgde vaak haar adviezen, zij het zonder haar daar ooit publiekelijk erkenning voor te geven.

Ook ER's persoonlijk leven werd een stuk interessanter. Via de feministische clubs kwam ze in aanraking met een aantal vrouwen die getweeëlijk samenwoonden, met wie ze diepe vriendschappen sloot. Deze samenlevingsvorm werd in die tijd "a Bostonian marriage' genoemd, tegenwoordig spreekt men van lesbische relaties. Met een stel, Nancy Cook en Marion Dickerman, bouwde ze een cottage in Val-Kill, waar ze zich ver weg van alle beslommeringen kon terugtrekken. Later richtten ze ook een school op, naar het model van ER's Engelse finishing school waar zij zulke goede herinneringen aan bewaarde. Eleanor gaf er jarenlang les, totdat ze het moest opgeven omdat haar man tot president van Amerika was gekozen.

De biografe geeft aanwijzingen voor een paar gepassioneerde liaisons in ER's middelbare jaren. Niet alleen de vriendschappen met de "Bostonian marriage-partners' Cook & Dickerman (twee andere goede vriendinnen waren Ester Lape en Elizabeth Read, maar vooral Lape) waren omgeven met een erotisch aura; ook ER's jarenlange betrekkingen met haar lijfwacht Earl Miller (twaalf jaar jonger dan zijzelf, ex-bokskampioen en onvoorwaardelijk toegewijd) hadden een hoog intimiteitsgehalte. De belangrijkste van deze liaisons is waarschijnlijk die met Lorena Hickok geweest, sterverslaggeefster van Associated Press en de New York Times. Ze schreven elkaar tot hun dood dagelijks brieven. Die van ER waren tussen de 12 en 20 kantjes lang. Op een gegeven moment zei Lorena dat Eleanor het overzicht van haar dag niet alleen aan haar moest verspillen. Ze kon er beter een column van maken. Dit gebeurde ook. Het werd de column "My Day', die gepubliceerd werd in talloze Amerikaanse kranten.

RETORICA

De meeste van de brieven zijn verbrand door de betrokkenen. Hickok heeft er een aantal geredigeerd en uitgetypt. Hier en daar heeft ze een gevaarlijke passage over het hoofd gezien. Zo schrijft Lorena op een gegeven moment naar ER: ""Ik denk aan je ogen, met die plagerige glimlach erin en aan het gevoel van dat zachte plekje, precies ten noord-oosten van je mondhoek tegen mijn lippen.' Dit klinkt behoorlijk intiem. Aan de andere kant kwam bij de kunst van het briefschrijven in die tijd zeker voor dames uit de hogere stand ook een flinke hoeveelheid retorica te pas. In de brieven van ER aan haar schoonmoeder kwamen passages voor als: ""U bent altijd de liefste, zoetste mamma voor uw kinderen en ik kijk uit naar onze volgende lange avond samen, wanneer ik de hele tijd gekust wil worden.'

Of er in deze verhoudingen nu wel of geen sprake was van ontrouw is eigenlijk niet zo belangrijk. ER en FDR hadden een modus vivendi gevonden, waarin ze elkaar vrijlieten wat hun persoonlijk leven betrof (de nieuwe secretaresse van FDR, Missy LeHand, was hem toegewijd tot haar laatste snik - Eleanor vond het allemaal best, juichte het zelfs toe), terwijl ze in het publieke leven als tweeëenheid opereerden. Treffender is dat die privacy gewaarborgd kon blijven. Ter vergelijking kan de ophef dienen over het feit dat Nancy Reagan wel eens lunchte met Frank Sinatra.

Eleanor Roosevelt heeft een welbesteed leven geleid. Dat kan nu al gesteld worden, terwijl deel 2 van de biografie, met het verhaal over het langdurige verblijf op het Witte Huis, de Tweede Wereldoorlog en de mensenrechtenstrijd erna nog moet verschijnen. Maar of ze in dat deel toch nog echt feministisch zal blijken, betwijfel ik. Toen haar dochter Anna op achttienjarige leeftijd te kennen gaf dat ze niet wilde uitkomen op een debutantenbal en liever naar college ging, kon daar geen sprake van zijn. De traditie moest gevolgd worden. ER was zeer sociaalvoelend, maar ook een conformist.