De wraak van Autodrop

'Het Geheim van ....' 'Raadselen rond...' 'De Verdwenen....' Waar zijn toch de jongensboeken gebleven zoals ze in de dagen van weleer werden geschreven en geillustreerd? Deze week een sapnnend volleybal- verhaal van Max Pam.

Wie kent niet de naam Marco Goudriaan? Zijn volleybalroem is bekend tot in alle uithoeken van de wereld. Menige tegenstander heeft zijn harde vuist gevoeld wanneer Marco, hoog opspringend, het leder onhoudbaar over het net ranselde. Ja, iedereen kent zijn naam! Toch kennen slechts weinigen het verloop van Marco's avontuurlijke leven en weten ook slechts weinigen dat hij zijn carriere is begonnen bij Autodrop.

Eerst kon Marco Goudriaan zijn ogen nauwelijks geloven en moest hij de brief wel vijf keer lezen, voordat het tot hem doordrong dat het werkelijk waar was.

“Beste Marco”, begon de brief, “De laatste tijd heb je in het jeugdteam van Autodrop bijzonder goed gepresteerd en het is voor een belangrijk deel aan jou te danken dat het jeugdteam nog steeds meedraait in de top. In overleg met onze trainer Harry Festinger hebben wij dan ook besloten je uit te nodigen voor de selectietraining van het eerste.”

Marco's ogen vlogen over het papier. “Zoals je weet”, ging de brief verder, “doet Autodrop volop mee aan de strijd om de landskampioenschap, maar wij hebben nog een paar zware wedstrijden voor de boeg, zoals die tegen Rentokil en Nilfisk Stofzuigers, terwijl ook de partij met Durex Safe Sex niet mag worden onderschat. Wel moeten wij je ervoor waarschuwen dat deze uitnodiging nog niet betekent dat je onmiddellijk in het eerste zal worden opgesteld.”

Marco haalde even adem en las toen verder: “Je bent een getalenteerde volleyballer, maar je bent nog jong. Ga er dus maar vanuit dat je voorlopig op de reservebank zult zitten. Niettemin vragen wij, nee, eisen wij van jou de volledige inzet die van elke topsporter mag worden verlangd. Wij verwachten je woensdagmiddag a.s. om 15.00 uur op de training. Autodrop op top!”

Die woensdagmiddag was Marco Goudriaan al om half drie aanwezig. De kleedkamers waren nog gesloten en Marco keek over het speelveld, dat er nog verlaten bijlag. Hoe vaak was hij hier niet geweest? Reeds als jongetje van vijf had hij hier aan de hand van zijn vader de competitiewedstrijden van Autodrop bijgewoond. Hier had hij nog de promotie meegemaakt van Autodrop naar de Serie A. Een bewogen beslissingswedstrijd was dat geweest, waarin de Autodroppers in de verlenging van de vijfde set het favoriete Klene's Dubbelzout hadden verslagen.

Later, toen Marco elf was, volgde hij stiekem vanachter het hek de trainingen van de selectie. Ademloos van bewondering had hij gekeken naar de spelers van het eerste. Daar had je de spelverdeler Pieter Puree (2.05m), die samen met de all-rounder Ruud Brokken (2.18m) het onpasseerbare tweemansblok vormde. Dan waren er de hoofdaanvallers Martin Slagboom (2.34m), Gerard Hanekamp (2.41m) en Karel "de knoest' van Benthem (2.55m), maar Marco's grote held was toch aanvoerder Ron Scherper die met zijn lengte van 2.92m de indrukwekkendste speler was van Autodrop.

Scherpers grootste wapen was natuurlijk zijn enorme sprongservice, waarmee hij de bal over het net striemde. Als Ron werkelijk in vorm was dan sprong hij wel vier meter hoog. Marco dacht aan die legendarische Europa Cup-wedstrijd tegen het Zwitserse Knorr Suppen, toen Ron met zijn achterhoofd tegen het plafond van de sporthal was gesprongen. Maar van opgeven had Ron natuurlijk niet willen weten en met een bandage om de bloedende schedel had hij niet alleen de wedstrijd voortgezet, maar ook nog eens de beslissende treffer gescoord.

En met diezelfde Ron Scherper mocht Marco nu meetrainen! Wie weet, misschien zou hij ooit nog eens met Ron in het Nederlands team spelen. Misschien zouden zij samen aan de Olympische Spelen meedoen... Marco hoorde het Wilhelmus spelen, de vlaggen werden gehesen en hij zag zichzelf naast Ron op het podium staan.

“So, youngster, wat sta jij daar te dromen!” Marco voelde een stevige hand op zijn schouder. Het was de trainer. “Ga jij je eens snel omkleden, het is hier geen middelbare meisjesschool”, zei hij lachend. Die middag leerde Marco meer dan in de voorafgaande jaren. Smashen, blokkeren, snoekduiken, onderhands passen, floaten, alles werd uitvoerig geoefend onder het nauwlettend oog van mijnheer Festinger. De middag was al voorbij, toen de trainer zei dat het zo wel genoeg was en de spelers geheel bezweet de douche mochten opzoeken.

Toen Marco met zijn natte haren buiten stond, werd hij aangehouden door Ron Scherper. “He, wacht even, ik loop een eindje met je op.” Onderweg begon Ron te praten. “Volleybal”, zei Ron, “is een teamsport. Het gaat om het resultaat, om de gezamenlijke prestatie. Je moet individuele beslissingen nemen, maar het individu is niets. Dat is de paradox. Het gaat om de groep. Begrijp je?” Marco wist niet zeker of hij deze wijze woorden wel begreep, maar hij knikte en op de hoek van de straat namen zij afscheid.

Die zondag speelde Autodrop de belangrijke wedstrijd tegen Durex Safe Sex. Marco zat op de bank, maar niettemin genoot hij volop. Aanvallend was Durex wel een aardige ploeg, maar de afweer stelde niet veel voor. Vooral Ron, die in topvorm verkeerde, sloeg met zijn gevreesde sprongservice grote gaten in de verdediging van Durex. Er werd heel gemakkelijk in drie sets gewonnen. Een week later werden ook de Nilfisk Stofzuigers met dezelfde cijfers verslagen.

Na afloop van die wedstrijd liepen Ron en Marco weer gezamenlijk naar huis. Bij een bakkerij hield Marco halt. “Wacht even Ron”, zei hij, “ik heb mijn moeder beloofd warme kadetjes mee te nemen.” Toen Marco met de kadetjes terug kwam, zag hij hoe Ron druk stond te praten met een man die hij niet kende. Het was een onguur heerschap met een snorretje, gekleed in een iets te lange regenjas. Onder zijn bruine hoed waren zijn ogen onzichtbaar. Door zich verdekt achter een heg op stellen, kon Marco het gesprek volgen.

“Zondag is de wedstrijd tegen Rentokil om de landstitel”, zei de man met de regenjas, “wij bieden je vijftigduizend gulden als je alle ballen in het net slaat.”

“Nooit van mijn leven. Ik heb dat smerige geld van jou niet nodig.”

“Je weet niet wat je doet. Wij kunnen ervoor zorgen dat je plotseling positief bent.”

Ron stoof op. “Ik heb nog nooit iets heb gebruikt!” schreeuwde hij, terwijl hij de man bij zijn kraag pakte en hem met grote zwaai tegen een boom wierp. Daar bleef de man liggen, terwijl zijn hoed over zijn hoofd zakte. Op dat moment kwam Marco achter de heg te voorschijn. “Wat is er gebeurd, Ron?” vroeg hij. “Oh, niets”, antwoordde Ron, “weer een van die vervelende handtekeningenjagers.” Op weg naar huis zei Ron niet veel meer en zwijgend namen zij dit keer afscheid.

Die middag vindt de beslissende wedstrijd plaats tegen Rentokil. Maar het loopt niet goed. Het lijkt wel alsof Ron er niet met zijn hoofd bij is. Hij speelt erg onzeker en zijn sprongservice belandt voortdurend in het net. Zijn medespelers raken gedemoraliseerd; een time-out brengt geen ommekeer. Die eerste twee sets gaan verloren.

Op dat moment ziet Marco, die op de bank zit, de man met de hoed en de regenjas. Hij scharrelt wat rond en glipt ongezien de kleedkamers binnen. Marco springt op en begint te rennen. “Rustig”, zegt hij tegen zichzelf, “rustig, jezelf niet verraden.” Marco sluipt de kleedkamers binnen, maar de man is nergens. Waar zit hij? Hij kan toch niet van de aardbodem zijn verdwenen?

Tenslotte doet Marco voorzichtig de deur open van de kamer, die behoort aan de wedstrijdarts. Daar is de man met de hoed! Marco ziet hoe de man een poeder te voorschijn haalt en daarmee de urine-buisjes vult, die klaar staan voor de dopingcontrole. Marco begrijpt alles! Hij stormt de kamer binnen en werpt zich op de man met de hoed. Na een felle worsteling slaagt hij erin de man te overmeesteren en met een gordijnkoord bindt hij hem vast aan een stoel.

Dan holt Marco terug naar het veld. “Waar zat je in godsnaam?” schreeuwt de trainer met een wanhopig gebaar, “je moet erin. Wij staan met 140 achter in de derde set!”. Marco sprint het veld op en tikt als echte professional de vingers aan van Ron. Ron begrijpt alles. “Don't worry, be happy”, zegt Marco.

En zo kon het voor de eerste keer in de geschiedenis van het Nederlandse volleybal gebeuren dat de beslissende treffer in een landskampioenschap werd gescoord door een jongen met een lengte van 1 meter 63.