Cyclisch aandeel legt het af tegen defensief fonds

AMSTERDAM, 27 JUNI. Na het koersdebâcle van Philips en de forse daling van de dollarkoers zijn de cyclische conjunctuurgevoelige fondsen duidelijk uit de gratie op de Amsterdamse effectenbeurs. Effectenhuizen zijn altijd naarstig op zoek naar aandelen die ze kunnen aanbevelen en komen dan al snel uit op de "defensieve' financiële sector.

De malaise bij de cyclische conjunctuurgevoelige fondsen kwam deze week nog het duidelijkst tot uiting bij raambekleder Hunter Douglas, die ruim dertien procent in koers terug moest. Verkooporders uit de Verenigde Staten stuwden de omzetten tot groter dan normale waarden op.

Nadat eerst de lagere dollar de koers van Hunter Douglas drukte, kwam daar later nog bij dat verscheidene banken en commissionairs, waaronder ABN Amro, hun winstprognose voor Hunter Douglas naar beneden bijstelden. Aanleiding daarvoor waren lagere aluminium prijzen en teleurstellende cijfers over de huizenbouw in de VS.

Een vrolijker verhaal houden de analisten van de diverse effectenhuizen over de financiële sector. ABN Amro, Aegon, Amev, Stad Rotterdam en Internationale Nederlanden Groep (ING) behoren op het moment tot de laagst gewaardeerde aandelen die op de Amsterdamse beurs staan genoteerd.

Op Aegon na ligt de - zichtbare - intrinsieke waarde van de grote financiële instellingen aanzienlijk boven hun beurskoersen. Bovendien ligt van deze fondsen door de conservatieve boekingsmethoden de zogenoemde "embedded value' nog eens aanmerkelijk hoger dan de intrinsieke waarde. Dit geldt vooral voor ING, dat als enige nog de van de afgesloten levensverzekeringen de eerste kosten in het eerste jaar ten laste van het resultaat brengt.

In vergelijking met buitenlandse bedrijven zijn de Nederlandse verzekeraars minder afhankelijk van de inkomsten uit schade-activiteiten, die minder stabiele resultaten opleveren dan de activiteiten in het levensverzekeringsbedrijf. Bovendien liggen beleggingen in aandelen en onroerend goed percentueel lager, waardoor een stabieler beleggingsresultaat wordt gerealiseerd.

Vraag is waarom de koersstijging van de financiële waarden de afgelopen maanden is achtergebleven bij die van brede graadmeters, zoals CBS-koersindex algemeen. Een interessante verklaring komt van comissionair Bangert, Pontier & Partners. De commissionair stelt dat de geringe belangstelling voor de financiële waarden een gevolg is van de huiver bij buitenlandse beleggers voor deze aandelen. Reden daarvoor zijn vooral de slechtere marktomstandigheden die banken en verzekeraars met name in het Verenigd Koninkrijk en de VS ondervinden.

De gewoonte van Nederlandse banken en verzekeraars om een groot gedeelte van hun dividend in aandelen uit te keren, het zogenoemde stockdividend, schrikt buitenlandse beleggers ook af. Daardoor kennen de Nederlandse fondsen een lage groei van de winst per aandeel.

De marktwaarde van de financiële concerns is te groot om geheel door het binnenland te worden opgenomen. Als het beleggingsklimaat voor dit soort fondsen in vooral het Verenigd Koninkrijk en de VS verbetert zal de vraag vanuit het buitenland voor de Nederlandse financiële fondsen toenemen. “De ervaring leert dat dit soort veranderingen snel kunnen optreden”, aldus Bangert, Pontier & Partners.

De Amsterdamse commissionair signaleert dat de eerste tekenen van herstel al zichtbaar zijn. In de VS hebben de banken in het eerste kwartaal van 1992 voor het eerst een herstel lagen zien. In het Verenigd Koninkrijk lijkt een eind te komen aan de negatieve performance ten opzicht van de hele markt.