CDA hijst vlag in Oost-Europa

WARSCHAU, 27 JUNI. Voor de Italiaanse ex-minister van buitenlandse zaken Colombo wordt de Europese Unie van Christen-Democraten (EUCD) onoverzichtelijk. Met een militair vliegtuig dat de Italiaan ter beschikking werd gesteld is hij naar Warschau gereisd om het Congres van de EUCD voor te zitten. “Wat zijn we toch met velen”, zegt Colombo tegen het bonte gezelschap dat voor hem zit. “We moeten meer aan familiarizare doen”.

In de christen-democratische familie is de taakverdeling duidelijk: het CDA zorgt voor de uitgangspunten, de Duitse CDU voor het geld en de Italiaanse DC voor de fraaie woorden. Maar sinds de val van de Berlijnse Muur kloppen christen-democratische partijen uit Oost-Europa op de deur van de EUCD. De vermeende nichten van de "grote familie' staan te dringen: lidmaatschap betekent steun. Maar wie mogen er lid worden en zijn deze partijen wel écht christen-democratisch? Enkele zijn al toegelaten, maar voor de meeste is er een "waarnemersstoel'.

“We hebben het zwaar”, zegt dominee I. Hallaste, leider van de christen-democraten in Estland (EKL). “Tijdens het bevrijdingsproces schaarden de mensen zich wel achter ons. Maar nu heerst er apathie. Politiek is een vies woord, een partij is verdacht. We hebben niets: geen gebouw, geen fax, geen computers en geen gekwalificeerde mensen.” Hallaste ziet in de EUCD een snelle weg naar Europa. “We moeten onze grenzen met Rusland sluiten. De EG, dát is ons doel.”

De partijvorming stuit in Oost- en Midden-Europa op vrijwel steeds dezelfde problemen. Bij de kiezers bestaat grote scepsis over de "nieuwe politici', de opkomst bij verkiezingen is laag en de verdeeldheid groot. Alleen Hongarije kent een stabiel partijenlandschap. In Boedapest zijn christen-democraten erin geslaagd een "politiek centrum' op te bouwen waarop president Antall kan steunen. In andere landen zijn ze in de marge actief, of versplinterd. De Tsjechische en Slowaakse christen-democraten zijn - al vooruitlopend op de nationale boedelscheiding - hun eigen weg gegaan.

In Polen leken de kansen op een sterke christen-democratie op het eerste gezicht het grootst. Het land is vrijwel geheel katholiek, de kerk is sterk, de gelovigen zijn talrijk.

Pag 3: Eén CDA-fundament voor de hele familie

In geen enkel land is de versplintering van christen-democratische partijen zo groot als in het vaderland van de Paus. Op de waarnemersstoelen van de EUCD zitten vertegenwoordigers van meer dan tien Poolse christen-democratische partijen. “We kunnen zeker niet tien Poolse partijen toelaten”, zegt W. van Velzen, voorzitter van het CDA en voorzitter van de EUCD-werkgroep die alle aanvragen beoordeelt.

De Poolse christen-democraten slagen er echter niet in één front te maken: de partijvorming- en afsplitsingen verlopen langs de lijnen van persoonlijke antipathieën. De partijnamen variëren van Christen-Democratisch Platform, -Congres, -Beweging, -Vereniging en -Forum tot Christen-Democratische Partij van de Arbeid. De echte partij-achterban is minimaal tot onbekend, de leiders zijn steeds in conflict. Met zo'n versplinterd partijlandschap is de vorming van een regering bijna onmogelijk.

“Dit is rampzalig”, zegt ex-premier Olszewski inmiddels ook al zijn eigen christen-democratische partij heeft opgericht. “Er is een grote kans dat er nieuwe verkiezingen moeten komen”. Het gevaar is groot dat de opkomst nóg lager zal zijn. Er is in Polen een politiek vacuüm ontstaan dat, zo vreest menig waarnemer, wordt opgevuld door president Walesa die wordt bijgestaan door een kleine kring "adviseurs' zoals zijn chauffeur, zijn biechtvader en zijn woordvoerder.

Olszewski en zijn Poolse concurrenten lopen intussen door de wandelgangen van het EUCD-congres om het lidmaatschap te krijgen. Maar het risico is groot dat alle Poolse waarnemers een "nee' krijgen. Van Velzen voert lange gesprekken met zijn geestverwanten uit Oost-Europa: de "biechtstoelprocedure'. “We laten niet iedereen toe. We willen weten wat voor vlees we in de kuip hebben”, zegt de CDA-voorzitter. Hij onderzoekt eerst of kandidaat-leden wel een achterban hebben, of ze worden geleid door betrouwbare personen en of de uitgangspunten kloppen. Van Velzen wil voorkomen dat het CDA een “zusterpartij” heeft die onverwachts de nationalistische, of zelfs de anti-semitische kaart trekt. Hij zet zijn Oost-Europese geestverwanten eerst in de wachtkamer.

Het CDA werkt aan beginselen, want in financieel opzicht kan het veel minder doen dan de CDU en de CSU die met de Konrad Adenauer Stiftung en Hans Seidel Stiftung vele miljoenen D-marken naar Oost-Europa sluizen. De Duitse partijen sturen computers, copieerapparaten en faxen, terwijl hun vertegenwoordigers in de Oosteuropese hoofdsteden optreden als “partijambassadeurs”. Het CDA heeft een subsidiebedrag ter beschikking van ruim 600.000 gulden en het investeert vooral veel in de Christen-Democratische Academie van Boedapest. De academie, die op de CDA-kaderschool lijkt, organiseert vormingscursussen voor politici van christen-democratische partijen uit Oost-Europa. De onderwerpen verraden de know how die het CDA in de Academie stopt: het imago van de politicus, de politieke cultuur en sociaal welzijn. Van Velzen zit het hoofdbestuur van de Academie voor. “Het is belangrijk dat Oosteuropese christen-democraten in de beginselen worden geschoold, dat ze elkaar leren kennen en er zo netwerken in Oost-Europa ontstaan”.

Van Velzen werkt ook aan een "uitgangspuntenprogramma' voor de EUCD om te voorkomen dat “christelijke beginselen verwateren” door de komst van nieuwe leden. Naast de Oost-Europese waarnemers zitten ook de Britse conservatieven, die al in de christen-democratische fractie van het Europees Parlement zitten. Aanvankelijk was het CDA er geen voorstander van om de Conservatives tot de christen-democratische familie toe te laten: het CDA vreesde voor een “té rechts imago”. Maar de gematigde en pro-Europese lijn van premier Major maakt de samenwerking “beter dan verwacht”. De Conservatieven willen zich sterker in het centrum profileren en zien in de EUCD een mooi platform. “Er is geen verschil tussen christen-democratische en conservatieve partijen”, zegt Van Velzen. “Het gaat om de uitgangspunten, en hoe je die vertaalt”. Hij wil de EUCD in november het nieuwe beginselprogram voorleggen waarin geestverwanten uit Oost-Europa zich moeten uitspreken voor rechten van nationale minderheden binnen de landsgrenzen: voor de christen-democraten uit Roemenië, de Baltische staten, Kroatië en Slowakije geen onderwerp waarmee ze populair worden. En Van Velzen wil de Britse conservatieven voorhouden dat ze sterker moeten opkomen voor - zoals hij in zijn toespraak zegt - the weak and the vulnerable. “De familie moet één fundament hebben. Wat ik voorstel is voor tachtig procent het CDA-programma”.