Bedreigd Nederlands (3)

In haar artikel betoogt Liesbeth Koenen, dat taal niet gereguleerd kan worden. Ze behandelt voornamelijk een extreme vorm van taalregulering, waarin ieder nieuw woord door een officiële commissie moet worden goedgekeurd en wijst verder op de grote verbetenheid waarmee bevolkingsgroepen zich soms verzetten tegen pogingen hun hun taal af te nemen. Maar voor iedere overheid en op ieder gebied is er een grens aan wat ze in de praktijk kan doordrijven.

Toch is de macht van de overheid de taal van haar volk te reguleren geen fictie door het feit dat ze niet alles met de taal van haar volk kan doen. De standaardtalen, die soms door honderden miljoenen mensen met een redelijke uniformiteit gesproken worden, zijn een produkt van overheidsbeleid. Welke standaardtalen er ontstaan, en over welke gebieden ze zich verbreiden, hangt sterk af van politieke factoren.

Een voorbeeld daarvan is de historische verhouding tussen het Nederlands en het Duits. In de Middeleeuwen bestond er helemaal geen scherpe grens tussen het Nederlands en het Duits. Er bestond noch een Nederlandse noch een Duitse standaardtaal; de "Nederlandse' dialecten gingen geleidelijk over in de "Duitse'. Toen echter - primair door niet-linguistische oorzaken - Nederland en Duitsland verschillende staten waren geworden, redigeerde de Nederlandse overheid op grond van Nederlandse dialecten een Nederlandse standaardtaal en de Duitse overheid op grond van Duitse dialecten een Duitse standaardtaal. En nu heeft een streek het Nederlands of het Duits tot officiële taal, al naar gelang hij in Nederland of in Duitsland ligt, niet naar gelang het plaatselijke dialect taalkundig nauwer verwant is met het standaard-Nederlands of met het standaard-Duits.