Acties tegen SoHo Guggenheim; Eerste expositie in nieuw museum zou discriminerend zijn

Guggenheim Museum, SoHo. 575 Broadway. Zo, ma, wo 11-18u. Do, vrij, za 11-22u. Di gesloten. Toegang 5 dollar. "From Brancusi to Bourgeois, Aspects of the Guggenheim Collection' duurt t/m 27 augustus. In september opent "Chagalls Jewish Theatre Murals'.

NEW YORK, 27 JUNI. Begin dit jaar protesteerden de "Guerilla Girls' (een prominente groep die al jarenlang actie voert tegen de ondervertegenwoordiging van vrouwen en minderheden in de gevestigde kunstinstellingen) en de "Women's Action Coalition' tegen de plannen van het Guggenheim Museum om de nieuwe vestiging in SoHo te openen met "Four White Boys': Brancusi, Kandinsky, Carl Andre en Robert Ryman. Het museum wachtte toen nog op een positieve aanbeveling van de "Community Board' van SoHo aan het stadsbestuur, die nodig was om het onder Monumentenzorg vallende negentiende-eeuwse loftgebouw op 575 Broadway, als museum te mogen gebruiken. Haastig werden Louise Bourgeois (vrouw!) en Joseph Beuys (politiek correct!) aan het programma toegevoegd.

Onvoldoende. Enkele honderden vrouwen en wat mannen demonstreerden donderdagavond jongstleden voor het roodstenen gebouw tussen Broadway en Mercer Street op de hoek van Prince Street. Daar werd een besloten receptie gehouden voor de Newyorkse "high society', deelnemende kunstenaars en andere coryfeeen uit de kunstwereld. De demonstranten droegen witte papieren zakken op het hoofd, wat helaas een iets Ku Klux Klan-achtig effect gaf. Op de achterkant stond te lezen: "What's new and happening at the Guggenheim for the discriminating art-lover? The same old isms: racism, sexism, classism, ageism, Eurocentrism, nepotism, elitism, phallocentrism'. Een afbeelding van een gorillakop, kenmerk van de "Guerilla Girls', sierde de voorkant.

Terwijl op Broadway nog kunst werd uitgeladen, gingen op Mercer Street de exquis geklede gasten onder politiebewaking de trap op het museum binnen, gevolgd door obers die opstegen uit de kelder met schalen met de heerlijkste hapjes. Enkele genodigden liepen onwillekeurig in de maat van het dreigende tromgeroffel van de huisband van het WAC, en gescandeerde slogans: "2, 4, 6, eight, Guggenheim should not discriminate'. Bekenden, als Leo Castelli, en vooral vrouwen, werden uitgefloten. "Shame, shame, shame'. Ook Carl Andre moest het ontgelden. Zijn vrijspraak van moord op zijn vrouw, de kunstenaar Ana Mendieta, die in 1985 uit een raam viel, sprong of geduwd werd, ligt in SoHo nog steeds bijzonder gevoelig. Een spandoek vroeg: "Carl Andre is at the Guggenheim, where is Ana Mendieta?'. Het tromgeroffel werd soms onderbroken door een intens treurige, meerstemmige klaagzang: "Ana, Ananana'.

Symptomatisch voor de sfeer die hangt rondom de Guggenheim-Renaissance, is dat de New York Times op vrijdagochtend met geen woord repte over de demonstratie. Wel stond er op de eerste pagina van het stadsnieuws een truttig verslag van het huwelijk van de kunstenaar Dan Slavin dat donderdagmiddag in het Wright-gebouw op Fifth Avenue plaatsvond. Uitgebreid werden de "monastiek-witte' bruidsjurk, en de taart beschreven. Er stond een foto bij van de jonge bruid en de 59-jarige bruidegom voor diens totem van neonlicht.

Moeilijk dus om de SoHo Branch, die op 1 juli officieel opengaat, binnen te stappen zonder vooroordelen. Op de begane grond leken ze bevestigd te worden. De vier galeries daar zijn veel kleiner dan de museumwinkel, waardoor het publiek straks binnengeleid wordt opdat het geld het laatje inrolle. Beuys en Bourgeois strijden er om ruimte. Zo dicht op elkaar vallen de overeenkomsten op. Bij voorbeeld van twee bronzen beeldjes: een ondersteboven hangend dood konijntje, met uitstulpende ingewanden, "Rabbit' (1970), van Bourgeois en Beuys' "Tierfrau' (1949), een naakt vrouwenfiguurtje, zwaar in de heupen, met een klein hoofdje waar een haasachtig oor uitsteekt. Boven wacht echter een verrassing. Architect Arata Isozaki heeft de tweede verdieping slechts door midden gedeeld. De gigantische, open loft met houten (transparant-grijs gebeitste) vloeren en witte pilaren zijn kenmerkend voor galeries in SoHo. De zaal met de Rymans en Brancusi's is werkelijk adembenemend. Brancusi's sensuele, gladgepolijste beelden van bruin hout, koper en wit of beige marmer krijgen alle ruimte. Ze vormen een volmaakt evenwicht met Rymans variaties in wit, die aan de lange muren hangen. Diffuus daglicht komt door de rolvitrage voor de grote ramen aan de korte oost- en westkant. In deze omgeving komen de fijnzinnige nuances in het werk van Ryman in de toon en de verfstreek; de bewerkte en onbewerkte delen van de verschillende ondergronden buitengewoon goed tot hun recht. Hierna is in de andere zaal de extroverte kleurenpracht van de rijen en rijen Kandinsky's extra vreugdevol. Ze zijn op zichzelf al een plaats in dit museum waard. De composities van vierkante ijzeren of koperen platen op de vloer van Carl Andre zijn hier bijna overbodig. Of men het met het "politieke" beleid van het Guggenheim Museum eens is of niet, gezegd moet worden dat deze invasie door "Uptown' van "Downtown' een aanwinst is. Het is een stut in de rug van het enigszins ingezakte SoHo. Ook de buren, zoals "The New Museum' en "The Alternative Museum', die bekend staan om hun aandacht voor kunst van vrouwen en minderheden en sociaal-geengageerde kunst, zullen van de verwachte toenemende aanloop profiteren.