Zorgeloosheid

In onze buurt woont een man - er wordt over hem gefluisterd dat hij een kunstenaar is, vermoedelijk een schilder - aan wiens hele voorkomen je kunt zien dat hij het leven buitengewoon ernstig neemt. Een tikje voorover gebogen loopt hij met een grimmig gezicht over straat. Als hij voorbijkomt, gaan honden en kinderen hem instinctief uit de weg alsof hij een schaduw vooruitwerpt van een groot en ontroostbaar verdriet.

Soms wordt hij vergezeld door een vrouw (zijn vrouw?), waarbij gezegd moet worden dat vergezeld misschien niet het juiste woord is. Hoewel zeker niet islamitisch, loopt de vrouw altijd twee meter achter hem. Zij houdt hem nauwlettend in de gaten, vooral als hij hardop een polemiek met zichzelf begint. De enkele keer dat zij verbaal met elkaar communiceren, gaat het op een snauwerige, ruzie-achtige toon. Het zijn maar een paar woorden. Dan knikt de vrouw naar de man en vervolgens stappen zij zwijgend door. De man lijdt. Hij torst het leed van de wereld. De vrouw waakt over hem als Maria Magdalena. Wanneer hij sterft, zal zij naast zijn graf staan als de laatst overgebleven volgeling die altijd in hem heeft geloofd.

Bij ons in de buurt is men bang voor het tweetal. In ieder geval worden zij zoveel mogelijk gemeden. De aanblik van zoveel in zichzelf gekeerd leed is afstotelijk en angstaanjagend. Niemand is bereid tot contact, zelfs niet als zou blijken dat in deze man een nieuwe Van Gogh schuilgaat.

Van alle menselijke eigenschappen is zorgeloosheid misschien wel de meest benijdenswaardige. Een zorgeloos mens wordt niet gehinderd door heimwee naar het verleden, noch door de angst voor een toekomstige dood. Een zorgeloos mens leeft alleen in het heden. Hij (of zij enz.) heeft weinig oog voor gevaar, beleeft allerlei avonturen, kent nauwelijks schaamte en is altijd vrolijk. Iedereen is graag in de buurt van een zorgeloos mens. Over het algemeen is de zorgeloze mens een uitstekende verteller. Hij weet zijn omgeving te boeien met verhalen over wat hij allemaal heeft beleefd. Naar mijn gevoel is A. den Doolaard altijd het perfecte voorbeeld geweest van de zorgeloze mens. Let op, die wordt dik over de honderd, omdat toekomst helemaal niet voor hem bestaat.

Heel succesvol is de zorgeloze mens in de liefde. De zorgeloze man bijvoorbeeld weet de mooiste meisjes te veroveren en valt van de ene verliefdheid in de andere. Trouweloosheid wordt hem niet eens kwalijk genomen, want niemand verwacht van hem een langdurig verblijf. Ach wat ben ik toch altijd jaloers op hem geweest! De ware zorgeloze man is iemand die moeiteloos in staat is een goede relatie te onderhouden met al zijn ex-vrouwen.

U kunt nu misschien begrijpen waarom Jezus de omgang met vrouwen afzwoer en ongetrouwd stierf aan het kruis. Hij moest het leed van de hele wereld op zijn schouders nemen en dat maakte hem uiteindelijk ongeschikt voor de liefde. En u kunt misschien nu ook begrijpen waarom de rooms-katholieke kerk zo vasthoudt aan het celibaat voor de priester. Wat moet een zorgeloos mens aan het bed van een stervende of aan de groeve van een overledene? Op dit punt zijn ze in Rome veel slimmer dan je denkt.

Mijn hele leven heb ik getracht een zorgeloos mens te zijn. Lijden was eigenlijk niets voor mij. Had ik pijn in mijn schoenen, dan kocht ik nieuwe schoenen. Maar ik geef toe dat het niet altijd vol te houden was. Schopenhauer heeft eens opgemerkt dat wij in onze goede dagen nog niet beseffen welke rampen er voor ons klaarliggen, zodat wij nog het meest lijken op lammetjes die dartelen in de wei, terwijl de slager al zijn keuze maakt.

In een van zijn Vermischte Bemerkungen zegt Wittgenstein dat zorgen zijn als ziekten. Je moet ze accepteren, want je ertegen verzetten is het domste wat je kunt doen. Zorgen, voegt hij eraan toe, komen bij vlagen. Dat laatste is ook mijn ervaring. Je zit op een terrasje in de zon. Plotseling holt een kind voorbij met een hoepel. Dat verbaast je, want afgezien van plaatjes in vooroorlogse boeken, heb je nooit eerder een kind met een hoepel gezien. Je gaat naar huis, maar dat beeld houdt je vast en bijna onheilspellend dreigt het uit te groeien tot wat ze tegenwoordig een depressie noemen. Austoben lassen, laten uitzieken. Er zit niets anders op. Ik haat zorgen.