Weinig verschil tussen "officiële' kunstenaars en "refusés'; Broodstrijd op twee Salons

Tentoonstelling: 1e Keus, Salon van Utrechtse kunstenaars. T/m ma. 29 juni in de Margriethal I, Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs Utrecht, vr. 13-21u. ma. 13-18u, za. en zo. 10-18u. Catalogus ƒ 25. Gelijktijdig: Salon des Refusés in de Bernhardhal I. Catalogus ƒ 20.

De Salon van Utrechtse Kunstenaars die tot en met maandag plaatsvindt in de Jaarbeurshallen is de grootste tentoonstelling op het gebied van de beeldende kunst. Dat beweren althans de organisatoren, het Centraal Museum en de Stichting Utrechtse Beeldende Kunst (suB-K).

Moet van deze mededeling een afschrikwekkende werking uitgaan of schuilt er iets anders achter? Om zich tot de "grootste' te kunnen uitroepen rekent de Salon ook de zevenhonderd kunstwerken mee van de honderddertig kunstenaars die geweigerd zijn. Zij zijn nu ook te zien, maar in een andere hal van de Jaarbeurs. De Salon heeft zelf zijn tegenpool in het leven geroepen, de anti-salon van de Refusés', die nagenoeg hetzelfde aantal vierkante meters in beslag neemt als de "officiële' Salon.

Natuurlijk hebben de organisatoren niet zelf de "Salon des Refusés' opgezet, maar wel is aan het eerste het beste verzoek voldaan om de adressenlijst van geweigerde kunstenaars prijs te geven.

Weinig stijlvol. Je zult als kunstenaar maar een brief ontvangen met "Geachte refusé(e)'. Tweederde van de afgewezenen ging dan ook wijselijk niet in op het verzoek om deel te nemen aan de "Salon des Refusés', die is georganiseerd door Manon van Hassel, Caroline Ruizeveld, Anke Sloots en Tineke Papma, vier kunstenaars die zelf voor de officiële salon waren geweigerd.

Na aanvankelijk op onwillige subsidieverstrekkers te zijn gestuit - dat hoort bij het spel - ontving de "Salon des Refusés' uiteindelijk toch de gevraagde subsidies, nota bene van dezelfde geldbron als de tegenpartij - ongeveer de helft van de drie ton die de "officiële' salon ontving van onder andere gemeente en provincie.

Van de vierhonderd reacties op een advertentie in een kunstvakblad koos een selectiecommissie van de "officiële' Salon op basis van kwaliteit 55 kunstenaars uit met als doel een breed overzicht te geven van de beeldende kunst uit Utrecht en omliggende gemeenten.

Wie de "officiële' Salon in de Margriethal bezoekt moet meteen erkennen dat de juryleden Marja Bosma, Sjarel Ex, Fons van Grinsven, Eelco Prent, Bea de Visser en René van der Wiel erin geslaagd zijn om een kwalitatief goede en gevarieerde presentatie te hebben gemaakt. Ook de inrichting naar een idee van de schilder René Daniels is geslaagd. In de hoge Margriethal staan in een vlinderstrikachtige opstelling schotten van verschillende hoogte, zeer geschikt om ruimten te creëren van wisselend karakter.

De leeftijd van de deelnemers varieert van ruim tachtig - Hans van Dokkum - tot in de twintig - Dennis Koek en Sandra Vlinder - en ook het feit dat de een "vernieuwend werkt, de ander traditoneel' is niet gelogen. Een aantal kunstenaars, zoals Carel Blotkamp en Dick Bruna exposeert op verzoek van de organisatie.

De goede verstaander begrijpt dat "grootste tentoonstelling' ironisch moet worden opgevat. Zelden zijn twee exposities met werk van levende en vrije kunstenaars zo doelbewust gemaakt met de bedoeling om kwaliteitsverschillen aan te tonen. Op het eerste gezicht lijkt er inderdaad een hemelsbreed verschil in kwaliteit te bestaan tussen de Salon en de rebellerende anti-Salon. Maar bij nader inzien zou je je een aantal kunstwerken van de ene naar de andere hal kunnen brengen zonder dat iemand, zelfs iemand die goed bekend is met de Utrechtse kunstwereld, er erg in heeft.

Anders dan in de tijd van de echte Salon, toen het schilderij Déjeuner sur l'herbe van Manet nog voor een schandaal zorgde en het om verschillen in artistiek inzicht ging, gaat het in Utrecht meer om broodstrijd en het is dan ook een treurige vertoning dat die op deze manier uitgevochten wordt. Sinds de afschaffing van de BKR, sociale regeling voor kunstenaars, hebben jury's en commissies steeds meer invloed gekregen op de inkomsten van de kunstenaar. De "geweigerden' lijken de kunstambtenaren op deze manier in de kaart te spelen, door zichzelf als tweede keus te presenteren. De tentoonstelling maakt vooral nieuwsgierig naar de kunst van de totaalweigeraar, die uitverkoren noch geweigerd is.