Vrijdag 26; Wel geld, geen toneel

De subsidie is op het nippertje toch nog gered - en dus: aan de slag? Niet in het geval van Alex d'Electrique, het hardhandige theatergroepje dat volgens de Raad voor de Kunst een meerjarige subsidie verdiende, volgens de minister niet en uiteindelijk volgens de Tweede Kamer toch weer wèl.

Het bombardement aan agressief getoonzette advertentietjes en het achterlaten van een ontploffend mechaniekje ten kantore van een WVC-ambtenaar hebben hun vruchten afgeworpen: de groep ontvangt voortaan drie ton per jaar, vier jaar lang. Maar wie zou willen weten of dat terecht is, krijgt voorlopig geen kans het te controleren. Het impresariaat Hummelinck & Stuurman heeft zojuist meegedeeld, dat Alex d'Electrique komend seizoen wegens de "subsidieperikelen' niet in de theaters te zien zal zijn.

Wat is dat nu?

Arjen Stuurman legt het desgevraagd uit. Zolang er geen subsidie was, kon dit voorjaar aan de theaters geen nieuwe voorstelling worden aangeboden. Nu de knoop is doorgehakt, zijn alle theaters voor het komend seizoen al volgeboekt. Intussen is, toen de toekomst er door het oordeel van de minister "bijzonder somber' uitzag, tegen de leden van het gezelschap gezegd dat ze niet te vast op het voortbestaan van Alex d'Electrique moesten rekenen. Wie voor volgend seizoen ander werk werd aangeboden, kon daar maar het best ja tegen zeggen. Het gevolg is, dat de groep voorlopig uiteenvalt: één gaat een film maken, twee doen mee aan een VPRO-serie. Pas halverwege volgend jaar gaan ze weer werken aan een nieuwe voorstelling, waarvan de toernee in het najaar van 1993 kan beginnen.

Het had ook anders gekund. Een gezelschap als Carver, dat eveneens lange tijd in onzekerheid verkeerde over subsidiëring, heeft dit voorjaar - alsof er niets aan de hand was - een nieuwe voorstelling aan de theaters aangeboden. Hoe die moest worden gefinancierd (projectsubsidie? werken met behoud van uitkering?), was een kwestie van later zorg. Nu de gewenste overheidssteun tenslotte toch is binnengehaald, heeft Carver de toernee voor het komend seizoen dus al georganiseerd. Het is slechts één voorbeeld uit vele. En het doet onmiskenbaar sympathieker aan dan de houding van Alex d'Electrique.

Maar het illustreert eens te meer hoe slordig er is omgesprongen met de discussie over de subsidiëring van de kunsten. Terwijl in Den Haag onbekommerd met geld werd heen en weer werd geschoven, dacht niemand van de beleidsmakers aan de praktische consequenties - aan de toernees voor volgend seizoen, die dit voorjaar al moesten worden geboekt, aan de nieuwe contracten die eigenlijk al vóór de zitting van de Tweede Kamer hadden moeten worden afgesloten, aan de individuele kunstenmakers die voor onmogelijke dilemma's kwamen te staan. Het waren, kortom, niet de ideale omstandigheden waarin met inzet van alle inventiviteit aan nieuwe voorstellingen kon worden gewerkt.