"Vaste hectaretoeslag moet prijssteun boeren vervangen'; Hoogleraar bepleit forsere wijziging EG-landbouwbeleid

ROTTERDAM, 25 JUNI. Professor (en akkerbouwer) C.P. Veerman geeft de Europese landbouwhervorming, waarover de EG-ministers het vorige maand eens werden, ten hoogste vier of vijf jaar. Daarna zullen de politieke geesten rijp zijn voor een veel ingrijpender koerswijziging dan op basis van het plan van landbouwcommissaris Ray MacSharry is afgesproken. “Men ruziet al over de financiering en straks over de uitvoerbaarheid”, aldus de hoogleraar aan de Erasmus-universiteit.

De Nederlandse "landbouwintelligentsia' vertoont sinds enige tijd een opmerkelijke eensgezindheid over de richting waarin de landbouw moet gaan. Heel wat wetenschappelijke groepen hebben de afgelopen jaren rapporten gepresenteerd over de noodzaak de landbouw grondig te hervormen. Hoogleraren als Veerman, J. de Veer (Universiteit Amsterdam), G. van Dijk en P. Struik (Wageningen) zitten na langdurige brainstorming op één lijn. Onder hun invloed is zelfs grondlegger van het Europese landbouwbeleid S. Mansholt volledig van zijn geloof in een door tariefmuren en hoge prijzen beschermde Europese markt gevallen.

Deze week waren al die deskundigen bijeen voor een internationaal congres aan de Rotterdamse Erasmus-universiteit met als thema "Naar een duurzame en concurrerende landbouw in Europa'. Zonder twijfel een gedenkwaardige conferentie, omdat voor het eerst alle eerder gepresenteerde visies over een economisch, sociaal en ecologisch verantwoorde landbouw ineen leken te vloeien. De congres-verklaring wordt als het "Floriade-paper' (naar de plek waar de eerste dag van het driedaagse congres werd gehouden) de wereld in gestuurd.

Kern van de (oorspronkelijk door De Veer ontwikkelde) gedachte is dat de prijssteun aan de boeren in de EG voor àlle produkten volledig wordt afgebroken. Als compensatie krijgen alle boeren een vaste hectaretoeslag. Ook quota-regelingen zoals voor melk moeten, in fasen, worden afgeschaft. Het plan van MacSharry, die de prijssteun slechts gedeeltelijk afschaft in ruil voor inkomenssteun aan de boeren, is in de ogen van Veerman cum suis maar half werk. Het interventiesysteem wordt bij MacSharry gewoon gehandhaafd, waardoor toch weer internationale conflicten over een vrijere wereldhandel kunnen ontstaan.

Belangrijkste achtergrond van de eensluidende opvatting van de deskundigen over een Europees landbouwbeleid is de ontwikkeling in Oost-Europa. Sinds de val van de Berlijnse muur is volgens hen een economische grens voor landbouwprodukten tussen Oost en West om logistieke redenen nauwelijks te handhaven, nog afgezien van het feit of het politiek en sociaal wel wenselijk is.

Andere gelijktijdige ontwikkelingen hebben het denken over landbouwbeleid volgens Veerman in een complete stroomversnelling gebracht. “Het "global-village-syndroom' heeft het besef ondermijnd dat je voor je voedselvoorzienig van lokale produktie afhankelijk moet zijn. Als je kiwi's uit Nieuw-Zeeland haalt, waarom dan geen graan uit Argentinië”, zegt hij. “Daar is de kritiek vanuit de milieuhoek bijgekomen. En dan gaat het niet alleen om allerlei belastende stoffen, maar ook om de natuurlijke en culturele waarde van landschappen en de bio-ethiek.” Dat maakt volgens de hoogleraar-boer de discussie over de functionele plaats van de landbouw onontkoombaar.

Hij noemt het door hem bepleite systeem waarbij de prijssteun voor alle grondgebonden produkten volledig is afgebroken en de boeren ter compensatie een vaste toeslag per hectare krijgen “robuust en eenvoudig.” Dit in tegenstelling tot de keuze die MacSharry heeft gemaakt, waarbij alleen graan een rol speelt. Bovendien kent MacSharry allerlei soorten koepremies. “Hoe controleer je dat in een land als Italië? In Nederland heeft elke boer tenminste nog een teeltregistratie en fiscale boekhouding.”

Over de kosten maakt hij zich weinig zorgen. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau is het plan zeker niet duurder dan het huidige beleid en in elk geval goedkoper dan de berekende hogere uitgaven in het plan-MacSharry. En daarbij zijn de veel hogere uitvoeringskosten voor "MacSharry' nog niet eens in de beschouwing betrokken.

Dat de boeren worden gecompenseerd voor de volledige afschaffing van de prijssteun vloeit volgens Veerman voort uit de gedachte dat de boer meer doet dan alleen voedsel produceren. “De opbrengst die op de markt wordt gerealiseerd is niet langer de maatstaf voor de economische produktiewaarde. Ook de sociale opbrengsten van zijn activiteiten voor milieu en landschap tellen.”

De boeren volledig aan de vrije markt overlaten zou “onaanvaardbare” consequenties hebben, vandaar ook de inkomenscompensatie. Veerman: “Uit de natuurhoek wordt wel eens makkelijk gezegd: laat de natuur op het boerenland dan maar zijn gang gaan. In een cultuurlandschap als het onze is dat heel wat anders dan in een gebied dat al woest en ledig is. Je moet er niet aan denken als je tweederde van het landbouwareaal in Europa laat verwilderen. Dat zou enorme maatschappelijke gevolgen hebben. Neem de kleinschalige structuur van het landschap in Duitsland met de plaatselijke muziekkapel, turnvereniging en winkeliers. Je kunt niet iedereen in flats opbergen, dan krijg je muizengedrag.”

Voor de overheid blijft dus een belangrijke taak weggelegd. Zij moet per regio de randvoorwaarden aangeven voor de landbouwproduktie. Zo zou de moderne landbouw zijn gang moeten kunnen gaan in gebieden met nauwelijks biologische waarde. Daarnaast moet de overheid bijdragen aan het inkomen van de boeren. “Maar het inkomen moet niet helemaal van de staat komen. Anders maak je van de landbouw een staatsbosbeheer. Dat haalt het initiatief van de boeren weg.”

Vreest Veerman niet dat de landbouwproduktie in West-Europa bij invoering van het door hem bepleite beleid grotendeels zal verdwijnen? “Er zal eerder een verschuiving plaatsvinden. Hier krijg je meer kwaliteitsproduktie. We zullen meer uitgangsmateriaal zoals zaaizaad en pootaardappelen produceren, waar we nu al heel goed in zijn. Maar de produktie van vlees zal in Nederland voor een belangrijk deel wegvallen.”

Volgens Veerman stimuleert de scherpe prijsdaling ook nieuwe toepassingen van bestaande produkten, zoals de omzetting van bietsuiker tot bio-ethanol, dat als brandstof kan worden gebruikt. De vaste hectaretoeslag zal volgens hem ook de boeren stimuleren tot een meer kapitaalintensieve landbouw. “Zeker in een land als Nederland, waar de boer gewend is veel kapitaal in zijn bedrijf te steken. Hij voelt door de vaste hectaretoeslag minder risico en zal dus meer durven experimenteren. Dat geeft kansen aan de geïntegreerde landbouw en de biologisch dynamisch landbouwproduktie. Precies wat we beogen.”

De Europese Gemeenschap staat in de ogen van Veerman voor een cruciale keuze. “Door middel van sanering kan geen concurrerende positie van de grondgebonden produktie worden bereikt zonder zeer grote offers op het gebied van landschap, milieu en leefbaarheid. Want Europa is geen Oekraïne, Argentinië of Verenigde Staten.”