Tuincolumns van Sarah Hart gebundeld; Onder de rode beuk

Sarah Hart: Buitenlust. Vert. Rudy Kousbroek. Uitg. Terra, 160 blz. Prijs ƒ 29,50.

Hoe groot is de tuin van Sarah Hart? De tuin hoort bij een huis in het centrum van Leiden en ligt ingeklemd tussen twee muren. In het midden staat een rode beuk, die zomers bijna de hele tuin beschaduwt. Dat doet vermoeden dat de tuin niet zo groot is. Maar de beuk van Hart is een reusachtig exemplaar, want in zijn schaduw is plaats voor sneeuwklokjes, cyclamen en bergenia's, voor rozen (de variant Souvenir du Dr. Jamain), koningslelies en een vijgeboom, voor Japanse anemomen die eigenlijk uit China komen, voor de Ceratostigma willmottianum, en zelfs voor de Manypeeplia Upsidownia.

De nu gebundelde columns van Sarah Hart over tuinieren verschenen in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant. Net zoals de schaakrubriek van Hans Ree in datzelfde voegsel gelezen wordt door mensen die niet kunnen schaken of het in ieder geval nooit doen, zijn de columns van Sarah Hart ook leesbaar voor mensen die geen tuin hebben en zelfs geen kamerplanten. De columns van Sarah Hart staan vol met weetjes waarvan ik nooit vermoed heb dat het plezierig was om ze te weten te komen. Dat de planten in een tuincentrum in alfabetische volgorde worden uitgestald bij voorbeeld. Misschien valt er van dit soort informatie in het boek van Hart zo te genieten omdat ze het zelf pas sinds kort weet en daardoor bereid is er iets langer over na te denken dan iemand bij wie de indeling van tuincentra al sinds jaar en dag bekend is. Hoe zou een tuin eruitzien met uitsluitend planten waarvan de naam met de letter S begint, vraagt zij zich af. En zou iemand dat merken?

Toen Hart twee jaar geleden haar tuin kreeg wist ze niets van tuinieren, ze was nog nooit in een tuincentrum geweest en in de nieuwe tuin stond niet veel meer dan de monumentale beuk en een paar andere bomen. Ze moest alles nog leren en daarvan doet ze ons in de columns verslag. De meeste tijd gaat heen met het uitzoeken van planten die willen gedijen in de schaduw van de beuk, met wie Hart een ware haat-liefde verhouding heeft opgebouwd. Binnen deze beperkte catagorie valt Hart niet alleen op een plant om zijn uiterlijk, maar ook om zijn historie. Zo wil zij graag het goudkleurige gras van Mr. Bowles bezitten omdat deze Engelsman in zijn tuin een tehuis had aangelegd voor zwakzinnige planten, waaronder een gouden regen die dacht dat hij een eik was.

Sarah Hart tuiniert niet alleen. Ze heeft een dochtertje dat goed uit de voeten kan met tuinlatijn en ze laat zich tijdens het wieden en planten gezelschap houden door Engelse tuinboekenschrijvers en de presentator van het BBC programma Gardener's World. Ook Beatrix Potter, Odysseus en Slauerhoff, die een Chinees gedicht over een chrysant uit het Engels vertaalde, komen haar tuin binnen. De kloof tussen de theorie (let bij het planten van bollen op of de goede kant boven is) en de praktijk (maar wat is de goede kant?) levert grappige passages op, al wordt het herhalen van de mededeling dat Hart een beginneling is op den duur wat koket. Na dertig columns weet zij al oneindig veel meer over tuinieren dan de gemiddelde lezer, tuin- of geen tuinbezitter.

Weten wat de beste kleren zijn om in te tuinieren of hoe het lichaam van de tuinier er eigenlijk uit zou moeten zien om optimaal te kunnen wieden, snoeien en harken, is meegenomen, maar ik lees toch liever over de hartstocht.

Lyrisch

Hart is op haar best als zij lyrisch is. Zij is nooit lyrisch over haar tuin als geheel, wel over individuele planten. In het begin van haar boek zegt ze: “Het blijkt dat je een uitgebreide kennis van planten zou kunnen hebben zonder precies te weten hoe ze er eigenlijk uitzien.” Het blijkt nu ook dat je van planten kunt genieten zonder dat je weet hoe ze eruit zien. Wat zegt Hart over de bloemen van de Codonopsis clematida, gekleurd door het teerste Chinese blauw, delicater dan het beste Sung-porselein? “De extatische verrassing is verborgen binnenin de bloem, een geheime genieting die de natuur alleen heeft weggelegd voor bijen, vlinders en plat op hun buik liggende tuinders. (-) Vergeleken hierbij wordt het porselein van de buitenkant bijna alledaags; het is alsof een non onder haar kloostergewaad een regenboogkleurige tutu aanhad.” Misschien komt een in literatuur geïnteresseerde kweker nog eens op het idee een plant naar Sarah Hart te vernoemen, en dan het liefst een nieuwe soort witte dovenetel (Lamium maculatum Album): als je over het blad strijkt klinkt het volgens Hart alsof iemand een brief zit te lezen.