Sociale Zaken

TAAL KAN ALLES verhullen. Onzekerheid klinkt vriendelijker dan bedenkingen, onthouding is zachter dan afkeuring. Bij het ministerie van sociale zaken, het domein van minister De Vries, gaan achter deze toedekkende termen een falende boekhouding en een kennelijk onvermogen tot verbetering schuil.

Sociale Zaken kampt al jaren met problemen bij de financiële administratie. Daardoor blijven goedkeurende accountantsverklaringen uit. In 1990 keurde de accountantsdienst de jaarrekening af, omdat uitgaven van 19,7 miljard gulden onrechtmatig werden verklaard. De Vries beloofde in de Kamer verbetering en stelde een werkgroep in. Niettemin toonde de jaarrekening over 1991 voor 13 miljard gulden aan onzekerheden en opnieuw weigerden de accountants hun goedkeuring te verlenen. Een neologisme was geboren: geen afkeuring, maar een verklaring van oordeelonthouding - al zal de term accountants bekend in de oren klinken. En er komt een evaluatieonderzoek naar de werkgroep, waarvoor externe adviseurs zullen worden ingehuurd.

Met de werkverschaffing op Sociale Zaken zit het dus wel goed. Maar hoe zit het met de besteding van de tientallen miljarden die het ministerie jaarlijks verdeelt in de sociale zekerheid? Slechte boekhouding betekent geen fraude, ook al is recentelijk het begrip "witte fraude' geïntroduceerd bij bijstandsuitkeringen aan mensen met een baan. Maar het maakt oneigenlijk gebruik gemakkelijk en democratische controle onmogelijk. Bovendien kan een ministerie moeilijk beweren tegenvallers te hebben bij de sociale zekerheid als zijn eigen administratie geen uitsluitsel geeft over de vraag of vorig jaar ruim een kwart van de uitgaven wel klopte. Voor volgend jaar zoekt De Vries nog dekking voor tegenvallers. Hij moet maar eens te rade gaan bij zijn eigen boekhouders.

DE RIJKSOVERHEID heeft zich de afgelopen tien jaar beijverd om greep te krijgen op de begrotingsuitgaven. Dat is redelijk gelukt. Verbeterd toezicht en voortdurende rapportage door het ministerie van financiën hebben de frequentie van verrassingen aan de uitgavenkant drastisch verminderd. In de sociale zekerheid bestaat een dergelijk toezichthoudend mechanisme niet. Dat komt door de versnippering van de uitgaven voor de verzorgingsstaat over het ministerie van sociale zaken en over de uitvoeringsorganisaties die beheerd worden door werkgevers en werknemers.

De afwezigheid van systematische controle wordt afgewenteld op de begroting of op de sociale fondsen en vertaalt zich in de abstractie van de collectieve-lastendruk. De eerste stap naar een lagere lastendruk bestaat uit een controleerbare boekhouding van de sociale uitgaven. Daarvoor is veel meer nodig dan verhullend taalgebruik.