Ouder moederschap

NEDERLANDSE VROUWEN baren hun eerste kind op steeds hogere leeftijd. Sinds kort wijzen artsen in Nederland op de gezondheidsrisico's die daaraan zijn verbonden. De Nederlandse vrouw is nu gemiddeld 27 jaar oud als ze haar eerste kind krijgt. Niet-kerkelijke, in steden wonende, goed opgeleide vrouwen zitten boven dat gemiddelde.

Oudere vrouwen zijn minder vruchtbaar en gebruiken daarom sneller kunstmatige voortplantingstechnieken zoals een hormoonbehandeling of in vitro fertilisatie. Een van de gevolgen daarvan is dat een veel groter aantal meerlingen geboren wordt dan bij de natuurlijke voortplanting. De toename van twee- en drielingen is een belangrijke oorzaak van de stijging van het aantal te vroeg geboren kinderen. Niet alle te vroeg geboren kinderen hebben daar in hun latere leven last van, maar van de groep "veel te vroeg' geboren kinderen (32 tot 37 weken zwangerschap) zal ongeveer de helft een blijvend merkbare handicap hebben.

Het aantal kinderen met Downsyndroom (mongooltjes) zal de komende jaren blijven stijgen, ondanks vruchtwateronderzoek dat aan zwangere vrouwen boven 36 jaar wordt aangeboden waarna bij ontdekking van een foetus met chromosoomafwijking vaak tot abortus wordt besloten. Want naarmate vrouwen later kinderen krijgen, stijgt de kans op de geboorte van mongooltjes. De opschuivende baringsleeftijd heeft tot gevolg dat toch meer mongooltjes bij niet-gescreende vrouwen geboren worden die nog geen 36 jaar zijn. Andere problemen die zich in dit verband voordoen zijn dat oudere vrouwen vaker een kans lopen op een miskraam, op borstkanker of op mislukking van de poging om langs kunstmatige weg zwanger te worden.

ARTSEN HEBBEN lang hun mond gehouden over deze gezondheidsrisico's. Pas sinds het afgelopen half jaar wordt hierop in medische publikaties en oraties in toenemende mate gewezen. Was de emancipatiegolf te sterk om tegenvuur te geven? Of was de bezuinigingsdruk in de gezondheidszorg nog niet zo hoog dat artsen zich bezorgd maakten om de medische en financiële gevolgen van zwangerschap op oudere leeftijd van de vrouw?

De medicalisering van de voortplanting, de schadelijke gevolgen voor de volgende generatie en de bijwerkingen voor de oudere moeders zelf zijn een ongewenst gevolg van een maatschappelijke verandering - de emancipatiegolf - waarin vrouwen werden aangemoedigd te studeren en carrière buitenshuis te maken.

Dat werd mogelijk door goede, probleemloze anticonceptie, zodat gezinsuitbreiding gepland kan worden. Nederland heeft relatief de meeste pilgebruiksters en de minste abortussen ter wereld.

Toen infectieziekten nog zonder antibiotica moesten worden bestreden, pleitten artsen aan het begin van deze eeuw voor de aanleg van riolering en drinkwaternetten. Medisch gezien zou het tijd worden om nu, vanuit het oogpunt van preventieve geneeskunde, te pleiten voor jonge moeders. Maar sociaal gezien is dat nogal wat, want al gauw rijst dan de achterhaalde gedachte dat de jonge vrouw zich maar beter met haar kind in een doorzonwoning moet terugtrekken.

VOOR DE BEVORDERING van baren op jonge leeftijd om gezondheidsredenen kunnen ook voorzieningen worden opgebouwd: betere kinderopvang, ouderschapsverlof en bijscholing van herintreedsters op de arbeidsmarkt. Dit zal de maatschappelijke verschuiving van jonge vrouwen die eerst kiezen voor studie en het perspectief van een baan niet keren, maar kan wel de gezondheidsrisico's en medische kosten van veranderend voortplantingsgedrag beperken. Een vrije keuze en het vermijden van stigmatisering staan voorop, maar een taboe mag er op het thema niet liggen.