Opvolgingsstrijd Likud verhevigd

TEL AVIV, 26 JUNI. De Likud-minister van defensie, Moshe Arens, heeft gisteravond in een waardig vraaggesprek voor de televisie zijn definitieve vertrek uit de politiek aangekondigd. Aangezien ook premier Yitzhak Shamir, die door de verkiezingsnederlaag van zijn Likud-partij zwaar aangeslagen is, heeft aangekondigd zijn politieke loopbaan spoedig te zullen beëindigen, is de opvolgingsstrijd in Likud onmiddellijk in alle hevigheid losgebarsten. De ministers Ariel Sharon en David Levy dingen als vertegenwoordigers van de overblijvende "oude garde' naar de macht. Enkele jonge "prinsen', zoals Benjamin Ze'ev Begin, de zoon van de overleden Likud-leider Menachem Begin, Benjamin Netanyahu en Dan Meridor, dingen eveneens naar het leiderschap van door de verkiezingsuitslag getraumatiseerde Likud.

Minister Arens schreef de grote nederlaag van Likud tegen de Arbeidspartij onder meer toe aan een gebrek aan enthousiasme van het Israelische volk voor de "Groot-Erets-Israel-ideologie'. Volgens hem zien de Israeliërs daarin geen afdoend antwoord op de gecompliceerdheid van het Palestijnse vraagstuk. Het is de eerste maal dat een Likud-leider de kloof tussen het volk en de partij zo openlijk etaleert.

Premier Shamir brengt vandaag in een vraaggesprek met Ma'ariv weinig enthousiasme op voor de naar de macht hunkerende jonge garde in zijn partij. Volgens hem zijn er onder de jongeren te veel die er gematigde en pragmatische denkbeelden op na houden. Likud moet volgens hem een leider met een sterke ideologische ruggegraat kiezen die op de bres voor "Erets-Israel' zal weten staan. Shamir legt in dit vraaggesprek zijn vertragingstactiek in het overleg over de Palestijnse bestuursautonomie als volgt uit: “Ik zou het overleg over de autonomie tien jaar hebben gerekt, in welke periode het aantal (joodse zielen) op een half miljoen zou zijn gekomen.”

Minister Arens wees gisteravond de felle machtsstrijd in Likud als een van de factoren aan die Likud op 23 juni ten val hebben gebracht. “Er is geen plaats voor blinde ambitie in de politiek”, zei Arens, doelend op Sharon en Levy die de afgelopen jaren achter de rug van Shamir al verwikkeld waren in een openlijke opvolgingsstrijd.

Arens zou het politieke bijltje er niet bij hebben neergegooid indien Likud afgelopen dinsdag sterk genoeg uit de stembus tevoorschijn was gekomen om de Arbeidspartij een regering van nationale eenheid op te leggen. Hij ging er min of meer van uit dat hij in zo'n situatie het leiderschap van Likud, met steun van Shamir, zou kunnen overnemen. Nu ook Shamirs politieke ster aan de hemel van Likud is verbleekt, zag Arens zijn kansen om partijleider te worden in rook opgaan. Op 67-jarige leeftijd heeft Arens niet het politieke uithoudingsvermogen en karakter om een felle parlementaire oppositie tegen de Arbeidspartij te leiden. De door de verkiezingsnederlaag gefrustreerde jongeren in Likud eisten dinsdagnacht al dat de leiders zou opstappen. Shamir en Arens hebben daar meteen gehoor aangegeven, met dien verstande dat Arens de vertrek-show uit de politiek van Shamir heeft gestolen.

Arens hield het er gisteravond op dat niet alleen de partijleiders maar ook het partijapparaat verantwoordelijk is voor de geleden verkiezingsnederlaag.

In de geest van de "bekentenis' van minister Arens zei Meir Shitrit, een jonge Likud-politicus, gisteren dat het Israelische volk er moe van was geworden dat Likud van de Erets-Israel-ideologie “een godsdienst” had gemaakt. Daaraan werden, volgens zijn analyse van de geleden verkiezingsnederlaag, alle andere problemen ondergeschikt gemaakt, inclusief de maatschappelijke vraagstukken in de ontwikkelingssteden die in 1977 een belissend aandeel hadden in de Likud-zege. Volgens Shitrit werd Shamir omringd door politici die hem van de “politieke waarheid” vervreemdden.

Ondertussen is vanmorgen na het tellen van de stemmen van de soldaten de meerderheid van het linkse blok van 62 naar 61 gedaald. De Arbeidspartij viel van 45 naar 44 zetels terug, terwijl de rechtse Tsomet-partij van zeven naar acht steeg en de eveneens ultra-nationalistische Vaderlandspartij op drie zetels kwam.