OM: minder bemoeienis van minister

DEN HAAG, 26 JUNI. Het openbaar ministerie wil de bemoeienis van minister Hirsch Ballin (justitie) op het eigen beleid verminderen. Dat blijkt uit een artikel van de Amsterdamse hoogleraar prof.mr. T.M. Schalken in het Nederlands Juristenblad van deze week.

Schalken analyseert in het stuk een vertrouwelijke brief die de procureurs-generaal, de hoogste ambtenaren van het OM, op 21 april verstuurden aan Hirsch Ballin over de verhouding tussen diens algemene politieke verantwoordelijkheid voor de rechtshandhaving en de specifieke juridische verantwoordelijkheid van het OM. Volgens Schalken willen de PG's een halt toeroepen aan de in hun ogen te sterke doorwerking van de bedrijfsfilosofie van het ministerie van justitie in het OM. Die filosofie is voornamelijk gericht op effectieve normhandhaving: het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. Maar de SG's wijzen erop dat het OM voor zichzelf ook een belangrijke functie ziet in de bewaking van het een behoorlijk niveau van procesvoering. En die functie mag door de invloed van het departement niet op een zijspoor worden gezet.

Inzichten van modern management mogen niet tot doel worden verheven, schrijven de PG's. Als voorbeeld noemen zij het bevorderen van de doorloopsnelheid in strafzaken. Dat is een van de prioriteiten van het departement, maar, zo betogen de PG's, die verhoging van de doorloopsnelheid is geen zelfstandig doel. Ze is gerelateerd aan datgene wat de overheid de verdachte moet garanderen: berechting binnen redelijke termijn. Een moderne bedrijfsvoering moet daarom volgens de PG's ondergeschikt zijn aan een behoorlijke procesvoering. In het denken van het departement maakt het volgens Schalken kennelijk niet uit of een officier van justitie de strafrechtpleging stuurt of een aardappelhandel leidt.