Nieuw kapitaal voor Porceleyne Fles

DELFT, 26 JUNI. Ze raken niet zo snel in paniek daar bij de Porceleyne Fles. Maar toen een Japanse toeriste twee jaar geleden 15.000 handbeschilderde Delftsblauwe kerstbelletjes bestelde, liep de bloeddruk van het personeel toch even op. De Japanse, die de wereldfaam van het bedrijf onbewust koppelde aan een miljardenomzet, forceerde een handjevol handschilders tot avonden overwerk. De order van in totaal 1,2 miljoen gulden vormde in één klap eentiende van de jaaromzet en is de grootste uit de rijke historie van het 339 jaar oude bedrijf.

Directeur H.W. Koster van de Delftse onderneming kan nog steeds lachen om het voorval. Het toont de charme van zijn bedrijf dat hij typeert als “een instituut vol artiesten”. Bij de Porceleyne Fles, waar 150 mensen werken, bestaat geen massaproduktie; alles is handwerk. Aan het ontstaan van een Delftsblauwe vaas komt geen machine te pas. Het aardewerk van de oudste plateelbakkerij van Nederland wordt met de hand beschilderd voordat de ovenwarmte de zwarte verf omdoopt in het beroemde Delftsblauw.

De Delftsblauwe vazen en tegeltjes zijn vooral geliefd bij Japanners en Amerikanen, die het spul het liefst zelf komen halen. De toeristen besteden bij een bezoek aan de fabriek in Delft tientallen guldens meer dan de doorsnee Belgische of Nederlandse bezoeker. Een Amerikaanse bezoeker legt gemiddeld 75 gulden neer na een tour door de winkel aan het eind van een rondleiding bij de Porceleyne Fles. De Japanse toerist geeft met gemak het dubbele uit. Maar als deze groep het massaal laat afweten, voelt de Porceleyne Fles de klap meteen. Zo veroorzaakte de Golfoorlog een sterke terugval van het toerisme naar Nederland. Vooral de Amerikanen bleven massaal weg. De ruim twee ton winst van Porceleyne Fles in 1990 sloeg vorig jaar om in een verlies van bijna acht ton op een licht gedaalde omzet van 11,6 miljoen gulden. Minder dan de helft daarvan (45 procent) komt uit de export van Delftsblauw.

Vorige week stelde Koster de aandeelhouders van één van de kleinste beursfondsen van Nederland gerust. Het lopende boekjaar zal volgens de directeur weer met winst worden afgesloten en de omzet zal circa 20 procent stijgen. Daarnaast vertelde hij dat de investeringsmaatschappij Wolters Schaberg uit De Bilt grootaandeelhouder van de Porceleyne Fles is geworden. Wolters heeft een belang van 49,9 procent in het Delftse bedrijf overgenomen van de Nationale Investeringsbank (NIB). Samen met Koster wil Wolters Schaberg de komende maanden onderzoeken hoe de financiële situatie van de aardewerkfabriek te versterken is.

Koster is erg verheugd over de nieuwe aandeelhouder. Vijf jaar geleden riep hij tijdens een aandeelhoudersvergadering al eens om versterking van het eigen vermogen. Belangstellenden konden zich melden, zo was de boodschap.

Pag 10: Financiële injectie moet winst verhogen

Maar aanvankelijk klopten alleen “geldwolven met holdinkjes op de Kaaiman-eilanden” aan zijn deur. Het lijkt erop dat Wolters Schaberg uiteindelijk voldoet aan de eisen van de Porceleyne Fles: ze hebben veel geld, eisen weinig invloed en zijn Nederlands.

Koster heeft een beleidsplan voor de Porceleyne Fles klaarliggen dat hij binnenkort met de investeerders wil uitwerken. Hij denkt in de toekomst “echt flinke winst” te kunnen maken als de omzet twee à drie miljoen gulden stijgt. Daar is volgens Koster wel een financiële injectie van de nieuwe aandeelhouder voor nodig. Bij een hogere omzet kan de winst volgens Koster snel groeien.

Uiteindelijk wil Koster een rendement op het eigen vermogen halen van 10 tot 15 procent. Bij een eigen vermogen van vier miljoen zou dan een winst van minimaal vier ton worden geboekt. Voor eind 1996 gokt Koster zelfs op een rendement van 20 à 25 procent.

Echt rijk zal Wolters nooit worden van Porceleyne Fles. “We hebben ze ook nooit een goudmijn beloofd”, legt Koster uit. De koper beaamt dat. “Dit is een stuk Nederlands erfgoed. We vinden het een leuk bedrijf om geld in te stoppen”, zegt Wolters-directeur C.J. van der Bijl. Maar voor alle duidelijkheid voegt hij eraan toe: “We streven natuurlijk wel naar een aanvaardbaar rendement. Je moet altijd op z'n minst meer verdienen dan de bankrente. In dat opzicht is dit zeker geen speeltje voor ons, laat dat duidelijk zijn”, waarschuwt Van der Bijl.

De huidige marktkapitalisatie van de Porceleyne Fles is 3,9 miljoen gulden. De aandelen van het bedrijf staan genoteerd op de Amsterdamse effectenbeurs en waren vanmorgen 141 gulden waard. Van de 40.000 gewone en 20.000 preferente aandelen zijn er 28.000 gewone en 11.999 preferente geplaatst. Het fonds neemt op de beurs een aparte plaats in. Aan de handel valt, zoals een handelaar het uitdrukt, “geen droog brood te verdienen” omdat het overgrote deel van de stukken vastzit. Naast het belang van Wolters Schaberg is 32 procent in handen van het Duitse echtpaar Johanna en Hans Oertel. De rest van de aandelen is verdeeld over kleine aandeelhouders die zich volgens Koster “kenmerken door een grote betrokkenheid bij het produkt dat wij hier maken.”

Dat moet ook wel, want om het dividend hoeven ze het niet te doen. Dat wordt al sinds 1972 niet meer uitbetaald. Wellicht dat aan die traditie nog voor het eind van deze eeuw een eind komt. Koster: “Het beleidsplan loopt tot 1996. Als alles goed gaat bestaat er een reële kans dat we in 1995 weer eens een dividend gaan betalen”.

Tot dat moment krijgen alle aandeelhouders jaarlijks op de vergadering hun eigen dividend: een Delftsblauwe vingerhoed, asbak of vaas. In de meeste gevallen zijn die artikelen meer waard dan een aandeel van de Porceleyne Fles.