McEnroe: "Ik kan me niet herinneren dat ik op Wimbledon sinds 1984 zo goed gespeeld heb'; Publiek geeft hart aan oude garde

LONDEN, 26 JUNI. Als een onheilsprofeet, die bij voortduring voor het tennis het einde der tijden aankondigt, draagt John McEnroe zijn steentje bij aan de grote versombering in de sport. Er zijn dagen dat hij het niet meer ziet zitten, mokt en klaagt over de harde opslagen van zijn concurrenten. En verbitterd vaststelt dat zijn sport persoonlijkheden mist die kleur geven aan het internationale circuit, toeschouwers in vervoering brengen met hun acties en emoties. Het zijn overpeinzingen van een oudgediende aan de vooravond van zijn afscheid. Een verslaafde die opziet tegen het afkickprogramma, maar weet dat de zalige roes van het winnen steeds minder is te beleven.

Hij probeert er niet aan te denken. De 33-jarige McEnroe heeft zich voorgenomen dit jaar positief te blijven. Tijdens de open Australische kampioenschappen in januari zei hij dat hij ten minste één van de vijftien jaar van de sport moet genieten. “Dat was niet zo maar een geintje.” Maar het plezier neemt af naarmate het besef groeit dat na iedere overleefde ronde de nederlaag dichterbij is dan de overwinning. De kans op nog één keer een Grand-Slamtoernooi wordt steeds meer fictie en dat valt niet mee voor iemand die niet kan wennen aan verliezen.

Niet bekend

Het laat zich gemakkelijk verklaren. Jimmy Connors, de entertainer die met een vingerknip het publiek op zijn hand kon krijgen en uit die steun een enorme dosis positieve energie haalde, en McEnroe hebben hun opvolgers nog niet. De toppers van nu zijn van een ander kaliber, de enkele showman als Andre Agassi die een stoet gillende meisjes achter zich aan krijgt, slaagt er niet in het hoogste podium te bereiken.

Daarom geeft het publiek zijn hart aan de oude garde. Zoals gisteren op het centre court de Australiër Pat Cash en McEnroe dertienduizend toeschouwers in vervoering brachten. Twee spelers die bekend staan om hun vaak briljante spel op gras en het niet altijd onberispelijke gedrag. De ene, Cash, ogend als een woesteling, na elke twee games een zwart-wit geblokte haarband wisselend. Eigenlijk uitgekeken op het tennis, dat hem te tijdrovend is. Zijn gezinsleven gaat voor. Hij speelde tot aan Wimbledon nog maar zes wedstrijden dit jaar, maakte een enorme duikeling op de wereldranglijst en kwam met een wild card binnen op het terrein van de All England Club. Stilletjes werd er gehoopt dat de grasspecialist op Wimbledon in 1987 - in de finale de bedwinger van Ivan Lendl - in staat zou zijn een stunt uit te halen. Ook tegen McEnroe, goed voor drie Wimbledon-overwinningen (1981, 1983 en 1984).

Ze zijn goed bevriend en hebben de reputatie lijnrechters en umpire te schofferen, als een beslissing hen niet bevalt. Hun gedrag gisteren was in vergelijking met voorgaande optredens bijna onberispelijk. McEnroe wilde de discussie nog wel eens aangaan, vertrouwt zijn eigen waarneming nu eenmaal meer dan die van anderen, schopte af en toe tegen een bal en liet van woede en wanhoop zijn racket wel eens stuiteren op het heilige gras, de scheidsrechter gunde zijn landgenoot tijdens zijn mogelijk laatste optreden het recht op het tonen van zijn gevoelens.

Tegen Cash, met wie hij de passie voor de gitaar deelt, bleef het in zijn ogen binnen de grenzen van het aanvaardbare. Misschien ook wel daarom werd hun duel met de rackets virtuozer dan hun spel op hun favoriete muziekinstrument. De fouten en de wat geringere snelheid werden voor lief genomen. Twee vrienden die elkaars zwakheden aftastten leverden een fascinerende partij op. De 27-jarige Cash liet de meeste mogelijkheden onbenut en ervoer halverwege de vierde set dat McEnroe daar moed uit putte.

De Australiër, die in de eerste ronde Jacco Eltingh in drie sets uitschakelde, had daarvoor al de beste kansen gehad om te winnen. Hij benutte te weinig breekpunten. “Ik had 'm in de tang”, besefte hij, maar in die opperste nood was de vijf jaar oudere McEnroe gretiger, zijn service harder en zuiverder, zijn volleys van een oogstrelende schoonheid. Dat hij na het verpletterende 7-1 verlies van de tiebreak in de derde set en onmiddellijk nieuwe problemen op eigen opslag bij het begin van de vierde niet ineen stortte maar zich juist over dat dieptepunt heen tilde was verbazingwekkend knap.

Mede tegen de achtergrond van het verleden van de twee werd na de vier uur en negen minuten durende vijf-setter (6-7 (3-7) 6-4 6-7 (1-7) 6-3 6-2) al snel gesproken van de mooiste partij ooit gespeeld in een tweede ronde. “Tennis van hoge kwaliteit. Ik kan me niet meer herinneren dat ik hier sinds mijn finale in 1984 zo goed gespeeld heb”, aldus McEnroe. In Australië bracht hij het begin dit jaar tot de kwartfinales, waar de Zuidafrikaan Wayne Ferreira hem de doorgang belette, op Roland Garros duurde het maar één ronde. “Ik heb niet veel kansen meer. Wimbledon en de US Open zijn altijd mijn favoriete Grand-Slamtoernooien geweest”, zei hij. Maar een blik op het schema leert dat hij Jim Courier op zijn weg ontmoet. En hoewel die zich op gras ook nog maar moet bewijzen heeft het er alle schijn van dat McEnroe de snelheid ontbeert om de snoeiharde slagen van 's werelds nummer één te kunnen halen.

In zijn vijftiende profjaar leverde hij in elk geval een bijzondere bijdrage aan Wimbledon. Niet alleen was hij met Cash verantwoordelijk voor de waarschijnlijk mooiste partij tot nu toe, hij hoopte zijn vriend met dit optreden op andere gedachten te hebben gebracht. “Ik zou hem graag nog een paar jaar op Wimbledon zien spelen”, zei hij in Rosmalen, het toernooi waar hij zich voorbereidde. “Hij is veel te goed om te stoppen”, voegde hij er gisteren aan toe.

“Als ik Grand Slams blijf spelen zal ik toch iets meer toernooien moeten spelen”, realiseerde de Australiër zich. “Want ik heb geen zin om altijd maar de verliezer te zijn die zo goed gespeeld heeft. Zoals vandaag tegen John. Want al is hij in mijn ogen de beste speler aller tijden, dat hoeft nog niet te betekenen dat ik van hem moet verliezen”.

Naast de umpirestoel lag een grote hoop haarbanden, die hij na een overwinning in het publiek pleegt te gooien. Nu waren ze een prooi voor de ballenmeisjes. Vlak voor de uitgang keek hij nog één keer om. Waarom? “Om te kijken of ik niets vergeten had”, reageerde hij. En dat had hij. Vergeten te winnen van McEnroe.