Klokken luiden tegen nieuwe abortuswet; Fel debat "over de vraag of men mensen afschaft of niet'; Bestaande wet leidde tot "abortustoerisme' op grote schaal

BONN, 26 JUNI. In het Zuidduitse Fulda liet aartsbisschop Dyba gistermorgen de klokken een kwartier luiden om zijn gelovigen aan te sporen tot gebed. Bidden namelijk "tegen' de nieuwe abortuswetgeving, een compromis dat de beslissing aan de vrouw laat en dat afgelopen nacht met steun van een groep CDU'ers is aanvaard. Deze verdeeldheid binnen de CDU/CSU, dit politieke ongemak van de grootste Duitse (regerings)partij, maakt het draagvlak voor de nieuwe wet wèl belangrijk groter.

Vooral op die kleine vijftig “afvallige” leden van de CDU/CSU-fractie, onder wie Bondsdag-voorzitter Rita Süssmuth, die trouwens na gisteren eens te meer Intimfeindin van haar partijgenoot kanselier Helmut Kohl mag heten, is de afgelopen maanden soms grote druk uitgeoefend door hun partij en de kerken. Dat wil zeggen: nadat ruimschoots gebleken was dat de christen-democratisch-liberale regeringscoalitie (CDU/CSU/FDP) niet bij machte was zelf met een wetsvoorstel te komen met kans op een parlementaire meerderheid.

Vorig weekeinde nog beschuldigde de Keulse kardinaal Joachim Meisner sommige CDU'ers van gebrek aan ruggegraat (Wankelmut) in een debat “over de vraag of men mensen afschaft of niet”. Gisteravond liet hij de klokken van de Keulse Dom luiden voor een door duizend gelovigen bezochte gebedsdienst tegen het enkele uren later aanvaarde wetsvoorstel. Meisner had zich eerder openlijk, tot verontwaardiging van de hele CDU, al afgevraagd of die partij nog wel recht had op de "C' van christelijk. En hij was ook een zwaar beladen term uit de Duitse geschiedenis niet uit de weg gegaan met zijn oordeel dat er rondom de abortuskwestie sprake was van een duidelijke “Kulturkampf” tegen de christelijke partijen en de kerken.

In het land van de Kirchensteuer, het land met zijn altijd delicate verhouding tussen kerk en staat, ging aartsbisschop Dyba, die geldt als de behoudendste onder de Duitse bisschoppen, vannacht na het Bondsdagdebat voor de televisie nog een stapje verder. “De CDU/CSU moet zich blijven verzetten, want ook een politieke meerderheid heeft niet het recht om onschuldig (ongeboren) leven te laten beëindigen. Wij maken tegen deze wet net zo bezwaar als vijftig jaar geleden tegen het vergassen van gehandicapte kinderen”, zei hij, met een nogal gewaagde posterieure heroïsering van de rol van zijn kerk tijdens het Derde Rijk. Op herhaalde vragen of er niet een beslissend verschil is tussen het toenmalige nazi-regime en de democratisch gekozen Bondsdag van vandaag ging hij niet in.

Er gold in het door radio en televisie uitgezonden debat, dat na maanden van emotioneel touwtrekken over het algemeen kalm en zakelijk was, volgens afspraak geen fractiediscipline. Over de zeven ingediende parlementaire initiatiefvoorstellen, die varieerden van onvoorwaardelijk beslissingrecht voor de vrouw (zoals de PDS en Bündnis '90 voorstelden) tot verscherping van de bestaande Westduitse praktijk (zoals een CDU-minderheid wilde), werd hoofdelijk maar met briefjes gestemd. De vrije stemmingen namen alleen al een kleine twee uur in beslag.

Na het maandenlange debat vooraf waren gisteren in de Bondsdag (527 mannen op 662 leden) weinig nieuwe argumenten meer te horen. Onder de ruim honderd sprekers was er een ruime vrouwelijke meerderheid, waarbij opmerkelijk was dat de Oostduitse vrouwelijke Bondsdag-leden, ondanks flinke druk in hun directe omgeving thuis ten gunste van de Oostduitse Fristenregelung (waarin de vrouw beslist), uiteenlopende voorkeuren kenbaar maakten.

Het debat was over het algemeen zakelijk, maar had soms toch ook een emotionele ondertoon. Anders gezegd: het thema abortus stimuleerde anno 1992 soms tot een opvallende feministisch-emancipatoire stelligheid. De SPD-specialiste Inge Wettig-Danielmeier, die aan de wieg had gestaan van de uiteindelijk aanvaarde parteiübergreifende Gruppenantrag van SPD en FDP zei het zo: “Het gaat hier om de waardigheid van de vrouw, we weten langzamerhand wel wat we aan mannen hebben.” Uta Würfel (FDP): “Niemand betwijfelt de noodzaak van bescherming van het ongeboren leven, maar de verantwoordelijkheid daarvoor mag niet bij een arts, een officier van justitie of een rechter blijven liggen. Dit debat moet tevens bevestigen dat een vrouw verantwoordelijkheid kan dragen, óók en juist die voor het ongeboren leven.”

De tot nu toe in West-Duitsland geldende abortuswetgeving, kortweg aangeduid als "paragraaf 218' (van het wetboek van strafrecht), is omstreeks 180 jaar oud. De praktijk ervan, zeker de gepreciseerde uitleg in een vonnis van een rechter in het Beierse Memmingen en de bevestiging daarvan in de arresten van het Constitutionele Hof in Karlsruhe uit de jaren zeventig, hebben, zoals mevrouw Würfel het zei, tot “permanente vernedering van de vrouw” geleid. En tot een grootscheeps abortustoerisme, bijvoorbeeld naar Nederland. Volgens deze wetgeving is abortus strafbaar en is er slechts sprake van een strafuitsluitingsgrond als de arts zeker is van een medische en/of sociaal-psychologische noodsituatie van de vrouw. In de nieuwe wet blijft de strafbaarheid bestaan, maar zij laat het beslissende oordeel inzake legale abortus aan de vrouw.

In Duitsland zijn in 1991 124.000 zwangerschapsonderbrekingen geregistreerd, waarvan een kleine 50.000 in de vroegere DDR, waar de Fristenregelung (de vrouw beslist) in 1972 wettelijk uitgangspunt werd. Blijkens recente enquêtes is een meerderheid van de Duitse bevolking voor wetgeving zoals de Bondsdag gisteren heeft aangenomen. Een neveneffect van de uitspraak van de Bondsdag is dat zijn keuze voor verruiming van wetgeving, en dus het laten vervallen van de Westduitse regeling, tevens grote groepen Oostduitsers nu eens de indruk geeft dat het parlement in Bonn niet alleen maar bestaande "Westduitse' regelingen voor het verenigde Duitsland prefereert. Zo was de Duits-Duitse psychologie gediend met de uitkomst van het Bondsdag-debat van gisteren. En zo "verloor' kanselier Kohl terwijl hij ook een beetje won. Dat hij zelf ruim vijftien uur zweeg was, zo gezien, niet verbazend.