Kanker geeft psychosociale problemen; Kankercentrum pleit voor speciale therapie voor patiënten

ZEIST, 26 JUNI. Kanker is meer dan een kwaadaardige wildgroei van cellen alleen. Een mens kan er angstig, onzeker en depressief van worden. In het jargon wordt dan gesproken van psychosociale problemen. Die vereisen psychosociale zorg en dat is een lang miskend kind in de medische wetenschap. “Er is nu duidelijk meer belangstelling voor”, zei gisteren drs. G. Meijerink in de wandelgangen van een in het KNVB-Sportcentrum in Zeist gehouden symposium. Zij is stafmedewerker psychosociale zorg bij het Integraal Kankercentrum Midden-Nederland (IKMN) in Utrecht. Dat centrum organiseerde de bijeenkomst.

“Als men mij naar de appreciatie vraagt, dan denk ik dat de ziekenhuizen in het algemeen toch gemakkelijker overgaan tot de aanschaf van een nieuw röntgenapparaat dan tot het aanstellen van een maatschappelijk werkende. Dat heeft te maken met de medische macht en met het gegeven dat psychosociale zorg minder concreet wordt bevonden.” De huiver van de medische stand ten opzichte van psychosociale zorg zou - hoewel langzaam tanende - nog altijd bestaan. Een medisch specialist moet het eens zo hebben uitgedrukt: “Mensen met kanker hebben al iets ergs; daar moet je niet nog eens iets ergs aan toevoegen, namelijk een psycholoog.”

Het symposium was bedoeld om de beleidsmakers gunstig te stemmen en financiering te verkrijgen voor structurele psychosociale zorg: in het ziekenhuis geïntegreerd in het totale aanbod van zorg, buiten het ziekenhuis in een of meer centra. Maar van de vier vertegenwoordigers van het departement van Volksgezondheid die zich hadden ingeschreven, was er niet één aanwezig.

Waren ze er wel geweest, dan hadden ze de bevindingen kunnen vernemen van het IKMN nadat men een vijftigtal kankerpatiënten gedurende een bepaalde tijd psychosociale zorg had verleend. Van een meerderheid van de terminale patiënten die inmiddels zijn overleden, kwam, aldus de onderzoekers, vast te staan dat ze dankzij de therapie positiever omgingen met de dood. Een meerderheid van de andere patiënten zei dat in het omgaan met de ziekte duidelijk zaken ten goede zijn veranderd.

In ziekenhuizen waar maatschappelijk werkenden aanwezig zijn, wordt psychosociale zorg aan kankerpatiënten meegenomen in het totaal aan maatschappelijk werk. Buiten de ziekenhuizen is van hulp nauwelijks sprake. De psychosociale zorg wordt namelijk gerekend tot de geestelijke gezondheidszorg. Wie met problemen tengevolge van kanker te maken krijgt, kan terecht bij de regionale instellingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg, de RIAGG's.

Volgens mevrouw Meijerink is echter een speciale begeleiding nodig. “Kankerpatiënten beleven hun ziekte heel intensief, de ziekte brengt heel eigen vormen van onzekerheid met zich mee. Als men pijn aan zijn teen voelt, denkt men dat men er kanker aan heeft. Kanker komt bovendien voor in alle leeftijdsgroepen en in een groot aantal vormen. Kankerpatiënten kunnen geen onderwerp zijn van geestelijke volksgezondheid, omdat ze psychisch eigenlijk in orde zijn. In tegenstelling tot mensen in geestelijke nood zijn het vaak juist mentaal heel sterke mensen, die in professionele begeleiding alleen hulp zoeken om de eigen kracht te versterken en om daarmee de ziekte te lijf te gaan.”

Directeur mr. A.L.K. Blokland van het IKMN pleitte voor de vestiging van een centrum voor psychosociale zorg. Hij zei dat hij de overheid zal blijven benaderen om daar geld in te steken. Volgens hem zou een dergelijk centrum, inclusief de aanstelling van maatschappelijk werkenden en psychotherapeuten niet meer dan 524.000 gulden hoeven te kosten. “We hebben berekend”, aldus mevrouw Meijerink, “dat de gemiddelde kosten per kankerpatiënt per jaar in zo'n centrum minder zijn dan één ligdag in een academisch ziekenhuis.” Die kost momenteel tussen de 600 en 700 gulden.