Kamer: Bosio is geen slachtoffer van illegale wapen- en drugshandel

DEN HAAG, 26 JUNI. De Franse zakenman M. Bosio is begin jaren tachtig niet het slachtoffer geweest van een illegale wapen- en drugshandel die achter de schermen geleid werd door de Amerikaanse CIA en DEA. Tot die conclusie komt een speciale Kamercommissie die de zaak-Bosio onderzocht in een gisteren openbaar gemaakt rapport.

Bosio ontving in 1982 een subsidie van 650.000 gulden van het ministerie van economische zaken om zijn failliete bedrijf in airconditioningsystemen voor auto's nieuw leven in te blazen. Volgens Bosio werd zijn bedrijf vervolgens door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA en de narcoticabrigade DEA gebruikt als dekmantel bij undercover operaties in de drugs- en wapenhandel.

De Kamercommissie heeft hiervoor geen bewijzen kunnen vinden. Wel vindt de commissie dat het kabinet de Tweede Kamer opening van zaken moet geven over de manier waarop politie en justitie in Nederland samenwerken met de Drugs Enforcement Agency (DEA).

De commissie vindt ook dat de regering opening van zaken moet geven over de positie van informanten van de politie, hoe ver hun bescherming reikt en wat de gevolgen zijn voor informanten die criminele activiteiten ontplooien.

De commissie doet de Kamer deze aanbevelingen omdat zij geen duidelijk beeld heeft kunnen krijgen van de handel en wandel van de Antilliaanse Arnhemmer H.J. Parisius (47), die een hoofdrol heeft gespeeld in de Bosio-zaak.

Parisius heeft een strafblad (diefstal, heling, oplichting), maar is tevens informant (geweest) van de politie. Hij heeft geweigerd voor de Kamercommissie te verschijnen, evenals vijf anderen van de zestien personen die de commissie had opgeroepen.

De Bosio-commissie heeft haar conclusies getrokken op basis van wat zij zelf “beperkende omstandigheden” noemt. Zo heeft zij de grootste moeite moeten doen om de door haar opgeroepen betrokkenen bij de affaire vertrouwelijk opening van zaken te laten geven. Desondanks stelde commissievoorzitter Tommel gistermiddag dat de conclusies van het onderzoek bij meer medewerking niet anders zouden hebben geluid.