In Ethiopië breekt een nieuwe burgeroorlog uit; Guerrillastrijders vechten niet meer naast maar tegen elkaar

NAIROBI, 26 JUNI. Steeds harder wordt in Ethiopië op de oorlogstrommels geslagen. Volgens de twee antagonistische partijen, het EPRDF en het OLF, zijn op verscheidene plaatsen sinds begin deze week gevechten uitgebroken. In het oostelijke Jijiga bliezen OLF-strijders een elektriciteitscentrale en een wapendepot op. In Ambo, een OLF-bolwerk ten westen van Addis Abeba, vernietigde het OLF zijn eigen kantoor en trok zich vervolgens terug op het platteland.

Meles Zenawi, president van Ethiopië en leider van het Ethiopische revolutionaire democratische volksfront (EPRDF), beschuldigt het Oromo bevrijdingsfront (OLF) ervan landmijnen op wegen te leggen en EPRDF-troepen aan te vallen. Vice-secretaris-generaal Leenco Lata van het OLF op zijn beurt zegt dat het EPRDF de aanval heeft geopend. Volgens Leenco is de nieuwe burgeroorlog in Ethiopie al begonnen.

De al maanden sudderende spanningen tussen EPRDF en OLF leidden vorige week tot een breuk tussen beide voormalige guerrillabewegingen. Het OLF verweet het EPRDF de uitslag van de eerste vrije verkiezingen ooit gehouden in Ethiopie “bij voorbaat te hebben gestolen”. Door intimidatie kon er volgens het OLF afgelopen zondag geen sprake zijn een vrije gang naar de stembus en het OLF besloot daarom niet aan de verkiezingen deel te nemen. Eerder deze week trok het OLF zich vervolgens terug uit de coalitieregering met het EPRDF en uit het interimparlement.

De politieke geschillen tussen beide partijen vinden hun oorsprong in een nooit opgelost conflict uit de tijden in de bush. Het EPRDF vocht in het ruwe, ontboste en bergachtige noorden onder de Tigreërs en later ook onder de Amharen tegen het militaristische regime van president Mengistu. Doel van de zeventuur jaar durende strijd was de val van Mengistu en het scheppen van nationale eenheid, maar dan met meer bevoegdheden voor de regio's. Het militair veel minder effectieve OLF vocht in het weelderige groene zuiden voor dekolonisatie van het woongebied der Oromo's, met als optie een onafhankelijk Oromia.

Besprekingen over een gemeenschappelijk front tegen Mengistu mislukten in 1990. Het OLF vreesde overheersing door het EPRDF en het EPRDF weigerde zich te scharen achter de door het OLF voorgestane optie van een onafhankelijk Oromia. Het EPRDF ging vervolgens onder gevangengenomen regeringssoldaten strijders van Oromo-afkomst recruteren en richtte met hen de Democratische Oromo Volksorganisatie (OPDO) op.

Na de EPRDF-zege op Mengistu's regime in mei 1991 waren het EPRDF en OLF tot elkaar veroordeeld, alleen samenwerking zou een nieuwe burgeroorlog kunnen voorkomen. Ondanks het diepe onderlinge wantrouwen vormden beide partijen een coaltieregering.

“Wie Oromoland controleert, regeert Ethiopie”, vatte Leenco Lata van het OLF eerder dit jaar in een gesprek met deze krant de machtsstrijd met het EPRDF samen. “Het EPRDF wil geheel Ethiopië controleren. Daarom heeft het de Oromo's de oorlog verklaard, beperkt het onze activiteiten en sluit het onze kantoren op het platteland.”

EPRDF-leider en Ethiopisch president Meles Zenawi beschuldigde op zijn beurt het OLF ervan “de etnische kaart te spelen” om de identiteitsgevoelens van de Oromo's tot een uitbarsting te brengen. “Het OLF heeft nooit zijn streven naar een onafhankelijk Oromia opgegeven. Daarom hebben we het nooit met hen kunnen vinden”, aldus Meles.

Na het wegvallen van de dictatuur kregen overal in Ethiopië eeuwenlang onderdrukte verlangens van de diverse etnische groepen plotseling de vrije loop. Iedere etnische bevolkingsgroep ging voor haar eigen belangen ijveren. De regering in Addis Abeba erkende de etnisch geïnspireerde aspiraties, stimuleerde decentralisatie en beloofde autonomie voor de regio's. Maar het bleek dat de etnische groepen veelal nog niet in staat waren controle uit te oefenen over hun regio's. Clans, sub-clans, grootschalige families en leden van dezelfde etnische groep maar van een andere religie gingen elkaar bestrijden - meer met wapens dan met argumenten.

Het EPRDF miste de mankracht en de wil om in deze conflicten te interveniëren. In plaats van een democratiseringsproces kwam er een proces van etnische desintegratie op gang.

Het OLF wakkerde onder de ongeveer 25 miljoen Oromo's - de helft van de Ethiopische bevolking - de gevoelens van een eigen identiteit aan, predikte dat er een einde moest komen aan "de eeuwenlange kolonisatie van Oromia' door andere etnische groepen en verweet het EPRDF verlangens te koesteren de nieuwe kolonisten van Oromia te worden. De Oromo-afdeling van het EPRDF, de OPDO, gooide nog meer olie op het vuur door op soms hardhandige wijze aanhang te vergaren onder de Oromo's, daarbij gebruikmakend van de EPRDF-troepen die tijdelijk het nationale leger vormen. De aanzet tot een nieuwe oorlog werd zo al enkele maanden geleden gegeven.

Er tekent zich steeds duidelijker een noord-zuid conflict af in Ethiopië. Onder Mengistu en keizer Haile Selassie, die beiden steunden op een elite van Amharen, woedde de oorlog dertig jaar goeddeels in het noorden. Met vooral onder de Oromo's geronselde regeringssoldaten werd het noorden een slagveld van vernietiging en terreur. Die strijd leidde tot de afscheiding van de provincie Eritrea en een naar bijbelse tijden teruggebombardeerde provincie Tigray. Dankzij de door de noordelijke guerrillabewegingen opgezette civiele overheidsstructuren heerst er nu vrede en rust in Eritrea en Tigray.

Oorlog dreigt nu in het zuiden, woongebied van het Oromo-volk en centrum van de Ethiopisch agrarische economie. In de Ethiopische keizerrijken waren de Tigrese en Amhaarse elites de overheersers, de Oromo's voelden zich de onderworpenen. Een aan xenofobie grenzende angst onder de Oromo's voor een nieuwe overheersing - nu door het EPRDF, lees: de Tigreeërs - maakt iedere samenwerking met de regering in Addis Abeba uiterst complex en problematisch.

Als de oorlog uitbreekt kan het OLF over 20.000 tot 50.000 soldaten beschikken. Het EPRDF telt 120.000 man, van wie een deel zich elders in het land moet ophouden om ook daar de precaire veiligheidssituatie te handhaven. Wapens zijn er in overvloed in Ethiopië. Verscheidene gewapende milities en EPRDF-commandanten verkopen geweren aan guerrillagroepen in buurland Somalië.

Binnen het OLF bestaan tegenstellingen tussen de militaire en politieke top. De militairen zouden al veel eerder bereid zijn geweest de oorlog te hervatten en ze negeerden de laatste maanden naar verluidt directieven van de politieke leiding om de vrede met EPRDF-troepen te bewaren. Diplomaten in Addis Abeba van de Europese Gemeenschap, de Verenigde Naties, Canada, Zweden en de Verenigde Staten ondernamen gisteren hectische pogingen om OLF en EPRDF om de tafel te krijgen. Maar zij zijn er nog niet in geslaagd contact te leggen met de OLF-militairen in het veld.