Het gaat Zeelenberg nog veel te langzaam in Assen

ASSEN, 26 JUNI. De vlaggen van de sigarettenmerken wapperen in de blauwe lucht. De walm van warme race-olie vult de neusgaten en de oren klappen dicht als een monteur een Honda op de standaard zet en hem even warmdraait. Daar komt een renner aangehinkt. Hij is mager, als alle coureurs, en hij heeft een donkere krullenbol. Het is Wilco Zeelenberg, de beste 250 cc rijder van Nederland. Zeelenberg, die vorig jaar bij de TT in Assen vele ronden lang op kop lag en nog bijna gewonnen had ook.

Maar nu hinkt de sinds kort in België woonachtige renner en af en toe vertrekt zijn mond. Vier weken geleden crashte hij op het circuit van Barcelona. Hij brak zijn linker enkel en zijn linker sleutelbeen, maar zojuist heeft hij weer een paar rondjes op zijn Suzuki gedraaid. Met ruim 250 op de Veenslang en bijna 100 door de Strubben, want in Assen wil Zeelenberg niet ontbreken. Het is al erg genoeg dat hij twee weken geleden in Hockenheim niet van de partij was.

“Ga je morgen rijden, Wilco?” Hij ploft neer op een scootertje. “Ik weet het nog niet. Ik kan rijden, maar het schakelen gaat erg moeilijk. Vooral het opschakelen. Het gaat te langzaam en ik heb weinig gevoel in mijn voet.” De trainingstijden bewijzen het. Zeven seconden scheiden hem van Biaggi, de snelste rijder tot nu toe, en behalve Biaggi gingen er nóg negenentwintig renners sneller dan Zeelenberg.

Waarom moest het ook zijn linkervoet zijn? Als een motorrenner één voet heeft die het goed moet doen dan is het wel de linker. Links zit het schakelpedaal waarmee de zes versnellingen worden bediend. Per ronde wordt dat pedaal tientallen keren naar beneden gedrukt (voor het terugschakelen) en omhoog geduwd (voor het opschakelen).

Het schakelpedaal verplaatsen naar rechts, dat was een mogelijkheid geweest. Het rempedaal verhuist dan naar de linkerkant. Technisch kon het, maar het idee werd snel verworpen: te gevaarlijk. Je kunt er 99 keer aan denken maar de honderste keer gaat die linkervoet weer schakelen en die rechtervoet weer even remmen. Kapotte motoren en nog meer gebroken botten zijn dan het resultaat. Elektrisch schakelen dan, met handbediening? Dat kon ook, maar het stuitte op een veto van de technici van Suzuki. Het elektrische systeem van de motor zou er door ontregeld raken.

Dus zocht Zeelenberg het in zijn voet. Nu zit er in zijn dikke linkerlaars een constructie waar een Suzuki zich niet voor hoeft te schamen. Het gips ging eraf en een orthopedisch instrumentmaker construeerde twee precies passende hulzen, gemaakt van met koolstof versterkte kunststof. Een huls gaat om zijn voet, de ander om het onderbeen en ze zijn met twee scharnieren met elkaar verbonden. Zo kon Zeelenberg weer wat met zijn voet doen en de gebroken botten - waar in Barcelona al een paar schroeven in waren gedraaid - konden ongehinderd aan elkaar groeien. Om dat nog een beetje te bespoedigen nam Zeelenberg zijn toevlucht tot een ander snufje uit de para-medische hoek: elektro-stimulatie. Als hij niet racet schuift hij een soepele manchet om zijn enkel. In de manchet zitten vele koperdraden en die worden op een apparaatje aangesloten dat een wisselend elektro-magnetisch veld door de enkel jaagt. Het geheel is draagbaar uitgevoerd, de accu voor de stroom draagt hij om zijn middel.

“Dat het helpt is niet bewezen”, zegt dr. F.J. van Oosterhout, orthopedisch chirurg te Gorinchem, zelf motorrijder en toeverlaat van Nederlandse motorrenners met gebroken botten. “Het helpt wel bij langzaam helende breuken, maar bij Wilco gaat het tot nu voorspoedig. Het belangrijkste is toch de motivatie van die gasten. Ze willen rijden, en pijn voelen ze niet. Twee jaar geleden heb ik Hans Spaan geopereerd, die was in Donnington van zijn motor gevallen en had zijn sleutelbeen gebroken. Hij vertrok geen spier. "Opschieten, opschieten zei hij steeds'. Is de dokter zelf wel eens gevallen? “Ja, bij een snelheid van nul kilometer per uur. Toen ik mijn motor wilde wegzetten. Ik hield hem niet meer, ik kwam er onder maar ik heb er niks aan overgehouden.”