Het doet pijn om mij te zijn; Het Pop-Esperanto van Michael Jackson

In zijn meest recente videoclips is Michael Jackson, die volgende week in Rotterdam optreedt, veranderd in een onbestemd wezen: een beetje blank, een beetje zwart, een beetje vrouw, een beetje man. Hij is volwassen maar flirt met kinderlijke wensen en dromen: een aap en een eigen snoepwinkel. Zijn muziek is in de eerste plaats commercieel, voor Michael Jackson is zijn bestverkochte werk noodzakelijkerwijs zijn beste werk. Hoe komt hij zo? En waarom is hij zo'n grote ster?

Op di 30 juni en wo 1 juli geeft Michael Jackson een concert in het Feijenoordstadion in Rotterdam. De biografie van J. Randy Taraborrelli is als "De magie en de waanzin' in Nederland gepubliceerd. Uitg. Mammoet (Strengholt). Prijs ƒ 29,90.

Over Michael Jackson doen veel sterke verhalen de ronde. Een ervan speelt zich af in het begin van 1984. Jackson, vijfentwintig jaar oud, is op dat moment de succesvolste artiest uit de geschiedenis van de popmuziek. Zijn zesde solo-album, Thriller, is door het Guinness Book of Records uitgeroepen tot de bestverkochte lp aller tijden (25 miljoen exemplaren) en in Los Angeles heeft hij net het recordaantal van acht Grammy Awards in ontvangst genomen. In de euforie van het succes ontbiedt Jackson zijn impresario en zijn zaakwaarnemer. Beiden krijgen een cadeautje, een boek over leven en werk van de legendarische negentiende-eeuwse kermisbaas P.T. Barnum. “Dit is mijn bijbel, en ik wil dat het ook die van jullie wordt”, zegt Jackson. “I want my whole career to be The Greatest Show On Earth.”

P.T. Barnum, die samen met zijn beroemdste attractie, de dwerg Tom Thumb, is afgebeeld op de hoes van Jacksons laatste cd Dangerous, lijkt als rolmodel een vreemde keuze. Maar Michael Jackson heeft van zijn carrière onbetwistbaar de grootste show op aarde gemaakt. Zijn curriculum vitae laat zich lezen als de reclameposter van een spektakelfilm uit de jaren vijftig. Sinds hij in 1969 met zijn vier oudste broers debuteerde in de soulgroep The Jackson 5, verkocht hij honderden miljoenen platen en veroverde hij tientallen keren de eerste plaats op de Amerikaanse hitparade. Tijdens zijn laatste tournee zagen 4,5 miljoen mensen hem optreden. Zijn voorschotten zijn astronomisch, zelfs naar de maatstaven van de dolgedraaide muziekindustrie; zijn vermogen wordt geschat op meer dan een miljard dollar. Van het uit negen liedjes bestaande album Thriller werden zeven succesvolle singles getrokken, van Bad acht, en van Dangerous tot nu toe vier. Zoals een journalist van de Washington Post schreef, "Jackson doesn't just sell records, he sets them.'

Er wordt over Michael Jackson vaker in cijfers dan in woorden geschreven; zijn muzikale verdiensten gaan verloren in de wassende stroom van gouden en platina platen en ongeëvenaarde inkomsten. Jackson zelf zal het weinig kunnen schelen. Hij is een popster pur sang, een kind van de door succes gefascineerde Amerikaanse cultuur. Commercieel denken is zijn tweede natuur geweest vanaf het moment dat hij als tienjarig jongetje zijn eerste contract bij platenmaatschappij Motown tekende. Voor Michael Jackson is zijn bestverkochte werk noodzakelijkerwijs zijn beste werk, en hij kan zich dan ook niet verplaatsen in artiesten die andere dan commerciële doelen nastreven. Hij is in goed gezelschap; veel grote Amerikaanse kunstenaars (Warhol, Hemingway, Fitzgerald, Coppola) plachten hun succes af te meten aan hun verkoopcijfers. En heeft Raymond Chandler niet gezegd dat het bepaald geen artistieke verdienste is als je niet rijk wordt van je talent - eerder een moreel fiasco?

Astaire

Michael Jackson heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor populaire Amerikanen als Walt Disney, Fred Astaire en Steven Spielberg. “I just want to entertain” luidt een van zijn typerende uitspraken. Het is het motto van zijn leven. Hij werd geboren in het industriestadje Gary, Indiana, als vijfde zoon van een muzikale familie van negen kinderen, en stond al jong op het podium met Sinatra- en Astaire-imitaties. Zijn ouders Joe en Katherine kneedden het schattige jongetje met de zuivere sopraan en de verfijnde danspassen tot de leadzanger van een groep die in de eerste helft van de jaren zeventig de zwarte muziek zou domineren. The Jackson 5, zoals Michael en zijn broers Jackie, Tito, Jermaine en Marlon genoemd werden, scoorden hit na hit met hun licht verteerbare mengeling van Motown-soul en rhythm & blues, en wisten door hun platen en (televisie)optredens zowel een zwart als een blank publiek aan zich te binden.

Michael was de ster van de groep. Hij zong met de intensiteit van iemand die al een heel leven achter zich had en bewoog zich op het podium als James Brown in het klein. Twee jaar na het debuut van The Jackson 5 bracht Motown Michaels eerste solo-lp uit. Het succes van dit album en dat van zijn eerste nummer-eenhit "Ben' (een sentimentele ode aan zijn huisrat) leidde tot scheve ogen bij de andere Jackson-broers en barstjes in het krampachtig opgehouden imago van de Jacksons als happy family - een Bill Cosby-gezin avant-la-lettre.

De haat en nijd groeide naarmate Michael zich meer van de groep distantieerde. Na acht albums met The Jackson 5 en tien jaar van tournees in Amerika, Europa en Japan, kwam Michael Jackson in 1979 met Off The Wall, een "coming-of-age record' (Rolling Stone) die hij deels zelf had gecomponeerd en geproduceerd. Het succes van deze plaat, geprezen door de critici en gekocht door vijf miljoen mensen, maakte Michael onafhankelijk van zijn familie. Hij weekte zich zakelijk los van zijn vader, die meer dan vijftien jaar zijn manager was geweest, en kocht een eigen appartement. Officieel bleef hij nog tot 1984 leadzanger van The Jacksons, maar na Off The Wall had zijn solo-carrière voorrang en waren zijn schaarse optredens met The Jacksons niet meer dan benefietconcerten ten bate van zijn door geldnood en alimentatie geplaagde broers.

Voorwaarde

Ironisch genoeg was het tijdens een van die quasi-nostalgische optredens dat Michael Jackson veranderde van een getalenteerde discozanger in de superster die hij nog steeds is. Motown bestond in 1983 vijfentwintig jaar en vierde dat met een voor televisie opgenomen gala-avond over de geschiedenis van de platenmaatschappij. Naast voormalige Motown-sterren als The Temptations en The Supremes waren vanzelfsprekend ook The Jackson 5 uitgenodigd. Michael Jackson, die weinig voelde voor een reünie, stemde uiteindelijk toe in een optreden. Op één voorwaarde: na een paar liedjes met zijn broers zou hij een nummer uitvoeren van zijn nieuwe, door Quincy Jones geproduceerde solo-lp Thriller. Hij zou het playbacken, omdat hij zijn aandacht nodig had voor de dans die hij erbij had ingestudeerd.

"Billy Jean', het liedje dat Michael Jackson koos voor Motown 25 - Yesterday, Today And Forever, behoort tot het mooiste dat hij ooit maakte. Het nummer gaat over de keerzijde van de populariteit; de ik-figuur moet zich verweren tegen een wildvreemde vrouw die hem ervan beschuldigt de vader van haar zoontje te zijn. Alles in "Billy Jean' is goed getroffen: de zware drum die het nummer inleidt, het beheerst swingende basthema, de synthesizeraccenten, de slepende melodie, en daar bovenuit de hoge, sidderende en kreunende zang die Michael Jacksons handelsmerk is. Zelfs de tekst - doorgaans niet het sterkste onderdeel van een Jackson-compositie, om het voorzichtig uit te drukken - draagt bij aan het overrompelende effect.

Ik schat dat ik "Billy Jean', grijsgedraaid in de zomer van 1983, inmiddels meer dan honderd keer heb gehoord; maar het heeft zijn charme niet verloren en dwingt vanaf de eerste maten nog steeds tot dansen. Het is het beste medicijn tegen de misselijkheid die kan ontstaan bij het beluisteren van mierzoete Jackson-composities als "We Are The World' en het themanummer van zijn huidige wereldtournee "Heal The World'. Wie het idee heeft dat Michael Jackson niet meer dan een plastic popster voor dwepende kinderen is (of, zoals Boudewijn Büch het eens uitdrukte, "de keizer van de meest leeghoofdige periode uit de rockgeschiedenis: disco'), zou ten minste één keer moeten luisteren naar "Billy Jean'.

De televisieregistratie van Motown 25 werd op 16 mei 1983 uitgezonden. Vijftig miljoen Amerikanen zagen Marvin Gaye, Diana Ross en vele anderen, maar praatten de volgende dag alleen over Michael Jackson. Zijn choreografie van "Billy Jean' was adembenemend. Met een zwart gleufhoedje als belangrijkste attribuut voerde hij zijn legendarisch geworden moonwalk uit: een serie achterwaarts glijdende danspassen die eindigde in een wervelend opkomende pirouette en die herinnerde aan de gloriedagen van Sammy Davis, Jackie Wilson of Fred Astaire. Motown 25 deed voor Michael Jackson wat de Ed Sullivan Show had gedaan voor Elvis Presley en de Beatles. Terwijl de verkoop van Thriller naar een half miljoen exemplaren per week steeg, werd Jackson de lieveling van een massapubliek. Zelfs de commerciële rockzender MTV, die om duistere redenen in het begin van de jaren tachtig nauwelijks muziek van zwarte artiesten programmeerde, begon zijn videoclips te draaien.

Apartheid

"Billy Jean' was niet de enige baanbrekende compositie op Thriller. Muziekhistorisch was "Beat It', de volgende single van het album, zelfs van nog meer belang. Opgezet als een pompend rock 'n' rollnummer, culmineerde "Beat It' in een snijdende gitaarsolo van de blanke hardrockvedette Eddie Van Halen. Tegenwoordig lijkt dit niets bijzonders, maar in 1983 was het zeer opmerkelijk. In de jaren daarvoor waren blanke (hard)rock en zwarte soul en funk twee streng gescheiden domeinen. Op de Amerikaanse radio heerste een bijna absolute apartheid. Een paar artiesten, onder wie de toen nog weinig bekende Prince, hadden wel pogingen gedaan om de raciale grenzen te doorbreken, maar het was Michael Jackson die met een "typisch blanke' popsong als "Beat It' een massaal blank publiek wist aan te spreken zonder zijn zwarte publiek van zich te vervreemden - als eerste zwarte musicus sinds Jimi Hendrix.

Het succes van "Beat It' was voor een groot deel te danken aan de videoclip die de muziek begeleidde. Het verhaaltje mocht dan pathetisch zijn - Michael Jackson verzoent met zijn gedans twee rivaliserende jeugdbendes - de choreografieën waren aanstekelijk en van een hoog West Side Story-gehalte. Kosten noch moeite waren gespaard; "Beat It' was de eerste van een reeks perfectionistische en exorbitant dure muzikale speelfilmpjes die Michael Jackson bij MTV de status van "Video Vanguard Artist of the Decade' opleverde. In de loop der jaren zou Michael Jackson zich voor talloze miljoenen laten regisseren door onder anderen John Landis (de weerwolf-fantasie rondom het campy griezelnummer "Thriller'), Martin Scorsese (de getto-kitsch van "Bad') en Francis Coppola (de science-fiction van "Another Part Of Me').

Met de verbroedering van rock en funk op Thriller maakte Michael Jackson de felbegeerde oversteek van het zwarte naar het blanke publiek. Niet iedereen was even enthousiast. Er waren critici die zeiden dat het "pop-Esperanto' van Michael Jackson een funeste invloed op de popmuziek had. Zij vreesden voor het "Greatest Hitseffect': in het kielzog van de zeven top-tienhits van Thriller zouden rockalbums weer net als in de jaren zestig gewoon verzamelingen van singles worden - alsof de Beatles en Bob Dylan nooit hun "conceptlp's' hadden gemaakt! Anderen meenden dat door Jacksons excessieve aandacht voor videoclips en andere marketingmiddelen de "inhoud' van de popmuziek ondergeschikt raakte aan de verpakking. Een onbewijsbare stelling die in een iets andere vorm ook al te horen was ten tijde van Elvis Presley en The Sex Pistols.

Uncle Tom

De zwaarste kritiek kreeg Michael Jackson te verduren van sommige van zijn radicale zwarte fans. Zij verweten hem dat hij zijn Afro-Amerikaanse afkomst verloochende: in zijn hang naar erkenning liet hij niet alleen zijn oren teveel hangen naar het blanke muziekestablishment, maar prostitueerde hij bovendien de zwarte soul en funk waarmee hij groot was geworden.

Hoe absurd het ook lijkt om de kampioen van de muzikale integratie van Uncle Tom-gedrag te beschuldigen, de kritiek was niet helemaal uit de lucht gegrepen. Vóór 1983 had Michael Jackson al twee keer plastische chirurgie ondergaan om zijn neus kleiner en minder negroïde te maken. Naar eigen zeggen deed hij dat om van een jeugdtrauma af te raken - zijn broers noemden hem Big Nose - maar in de jaren na Thriller begon het er naar uit te zien dat hij gewoon blank wilde zijn. Steeds nieuwe ingrepen gaven hem een compleet ander gezicht. Zijn onderlip werd dunner gemaakt, zijn jukbeenderen verhoogd, zijn huid gebleekt door Porcelanacrème; hij kreeg een kuiltje in zijn kin en zijn neus verschrompelde tot een vlezig schotje. De hoezen van zijn platen brengen de transformatie in beeld: in 1972 een zwart jongetje met een Afro-look, in 1983 een licht-negroïde jongeman, en in 1987 een bijna-blanke etalagepop. In zijn recentste videoclips draagt hij zijn haar tot over zijn schouders en is hij veranderd in een onbestemd wezen: een beetje blank, een beetje zwart, een beetje vrouw, een beetje man. Het lijkt erop alsof hij de oversteek iets te ver heeft doorgevoerd.

Zijn verslaving aan plastische chirurgie is niet de enige eigenaardigheid waarmee Michael Jackson de afgelopen jaren in het nieuws is gekomen. Hoewel hij twee platen maakte met een behoorlijk aantal sterke nummers - alleen de ballads zijn zoals gewoonlijk niet om aan te horen - ging de aandacht van de wereld vooral naar zijn verknipte psyche. Wanneer hij niet in de studio of op tournee is, leeft Michael Jackson als een vegetarische kluizenaar, een Howard Hughes-achtige persoonlijkheid. Zijn Xanadu is "Neverland', een landgoed ten noordwesten van Los Angeles dat is ingericht als een attractiepark voor kinderen. Op het honderd hectare grote terrein bouwde hij onder meer een treinbaan, een reuzenrad, een bioscoopcomplex, een dierentuin en een rijk gesorteerde snoepwinkel. Een partner heeft hij niet, vrienden nauwelijks; zijn enige gasten zijn kinderen, die meestal worden uitgenodigd omdat ze ongeneeslijk ziek zijn.

Kinderspeelgoed

“I totally identify with Peter Pan” vertrouwde Michael Jackson Jane Fonda in 1983 toe. In veel opzichten is hij inderdaad een kind gebleven; hij heeft de Amerikaanse obsessie met jeugd en onschuld tot het uiterste doorgevoerd. Ervaren Jackson-watchers geloven dat hij de kindertijd probeert te herwinnen die hem door The Jackson 5 en zijn opvoeding als Jehova's Getuige ontstolen is. En dus amuseert hij zich met kinderspeelgoed, omringt hij zich met dieren (zijn aap Bubbles bijvoorbeeld, die ook op de hoes van Dangerous staat), en creëert hij zijn eigen Disneyland. Zijn vriend Steven Spielberg, eveneens iemand die het liefst een jongetje was gebleven, merkte al in het midden van de jaren tachtig op: “Als E.T. niet bij Elliot terecht was gekomen, dan was hij naar het huis van Michael gegaan.”

Het kan allemaal heel goed het gevolg zijn van een ongelukkige jeugd. Wie The Magic and the Madness leest, de vorig jaar verschenen Jackson-biografie van J. Randy Taraborrelli, krijgt een beeld van een emotioneel gestoord wonderkind dat ondanks al zijn slechte eigenschappen met iedere bladzijde meelijwekkender wordt. (“It hurts to be me” zegt hij zelf ergens.) Toch zou het mij niet verbazen als Michael Jacksons Peter Pan-complex een onderdeel was van zijn zorgvuldig gecultiveerde imago. Jackson mag soms naief overkomen, in zakelijke aangelegenheden is hij dat allerminst; en hij is in het verleden al meermalen betrapt op het verspreiden van indianenverhalen terwille van de publiciteit. Zo liet hij in 1986 uitlekken naar de schandaalpers dat hij de rest van zijn leven in een zuurstoftank wilde slapen om 150 jaar oud te worden. Een jaar later maakte hij bekend dat hij van plan was om het honderd jaar oude skelet van de Londense Olifantman te kopen. Al gauw ging de mare dat Jackson er een half miljoen dollar voor over had. P.T. Barnum moet zich grinnikend in zijn graf hebben omgedraaid.

Vier "megasterren' heeft de Amerikaanse popmuziek in de jaren tachtig voortgebracht: Springsteen, Prince, Madonna en Michael Jackson. De grootste van deze is Michael Jackson. Niet door zijn muziek, want de platen van Prince zijn gevarieerder, origineler en vernieuwender. En ook niet door de boodschap die uit zijn teksten spreekt ("It don't matter if you're black or white'), want Springsteen en Madonna hebben meer te vertellen. Nee, Michael Jackson is de grootste omdat hij als enige van de vier al bij leven een mythe is, iemand die zich wel vertoont maar zich niet laat kennen. Een popster die wat uitstraling betreft alleen vergelijkbaar is met Elvis Presley. Zijn beeltenis en zijn succesverhaal zullen blijven voortleven - lang nadat zelfs de laatste beat van "Billy Jean' door iedereen vergeten is.