Grote naties zijn onregeerbaar

Van Alfred H. Heineken weten wij eigenlijk niet veel meer dan dat hij puissant rijk is, deel uitmaakt van de nationale jet set, zich in zijn vrije tijd wel eens in barretje Hilton vertreedt en in kantoortijd een pisgele, kwalijk riekende en twijfelachtig smakende substantie produceert waarmee men in noodgevallen de dorst kan lessen. Van een politieke stellingname heeft hij zich steeds onthouden, noch is hij ooit op een wijsgerig-maatschappelijke gedachte betrapt.

Zijn nieuwste initiatief, een blauwdruk van de Verenigde Staten van Europa, is dan ook met enige schamperheid ontvangen. Het dagblad Trouw sprak over "de huisvlijt van de ondernemer'. Het dagblad Het Parool catalogiseerde hem ironisch onder de "dromers en utopisten'.

Dezelfde dag lees ik in de Volkskrant dat er natuurlijk geen sprake van is dat de Centrale Europese Bank aan die minkukels van Hollanders zal worden gegund. Die Centrale Europese Bank komt straks in Frankfurt terecht, de financiële hoofdstad van het oppermachtige Duitsland. Zo schamper hoeven wij dus niet te doen over Heinekens constatering dat er in de Europese Gemeenschap een neiging tot overdominantie ten koste van de kleine naties aanwezig is, mèt alle gevaarlijke, nationalistische implicaties van dien. Eigenlijk, zegt de bierbrouwer, zou Europa uit zo'n vijfenzeventig verschillende naties moeten bestaan, die stuk-voor-stuk maximaal tien miljoen inwoners zullen tellen. Geen enkele inwoner méér. Want "grote naties zijn onregeerbaar' (C. Northcote Parkinson).

Zelfs het met zijn zestien miljoen inwoners vrij overzichtelijk ogende Nederland kan best een maatje kleiner, meent Heineken. Hij verdeelt het land in een staat Holland/Zeeland (hoofdstad 's-Gravenhage), de resterende provincies vormen de staat IJsselland (hoofdstad Arnhem), terwijl de provincie Limburg aan Vlaanderen wordt geschonken. Een uitstekend idee, gegeven de ritsel- en foezeltraditie in deze gewesten, en bovendien gaat deze herschikking het CDA veel stemmen kosten, een gegeven dat eveneens in het belang is van land en volk. Zoals het eveneens verstandig is geweest om de verleiding te weerstaan de provincie Friesland te verzelfstandigen. Friesland is een harmonisch geïntegreerd element in de Hollands/IJssellandse samenleving en het merendeel der Friezen wil helemaal geen gewestelijke autonomie, wat die halfgare, Frieseigene, door regionale eigenwaan verblinde, mini-minoriteit ten plattelande ook moge beweren.

Grote naties zijn onregeerbaar. Luister naar de wijze woorden van de filosofe Hannah Arendt, opgetekend door Die Zeit respectievelijk The New York Review of Books, in 1970, toen geen mens nog vermoedde dat Tsjechen en Slowaken, Serviërs en Kroaten elkaar een kwart eeuw later in de haren zouden vliegen. Haar analyse van Europa's toekomst was, op wat ondergeschikte details na, regelrecht profetisch. “Ik geef alle kleine landen een kans”, zei Hannah Arendt, “om het even of zij zich socialistisch of niet-socialistisch noemen. En ik ben zeer sceptisch ten opzichte van de grootmachten. Marx moge hebben beweerd dat de proletariërs geen vaderland hebben, de proletariërs-zelf hebben daar, zoals bekend, altijd anders over gedacht. De benedenlaag van de bevolking is zelfs hoogst ontvankelijk voor sentimenten als nationalisme, chauvinisme en imperialisme. Men ziet hoe bang Tito voor het Joegoslavische nationaliteitenprobleem is - banger dan voor het zogenaamde kapitalisme. Ik ben daarnaast van mening dat de Sovjet-Unie nooit tegen Tsjechoslowakije zou zijn opgetreden als zij haar eigen oppositie niet had gevreesd, niet de oppositie van haar intellectuelen, maar de latente oppositie van de verschillende nationaliteiten, bijvoorbeeld de Oekraïners die een eigen staat zullen eisen, net als de Tataren.”

Hannah Arendt in 1970! Twee decennia later regeren al die Sovjet-minderheden hun eigen vierkante kilometer, terwijl zowel Tsjechoslowakije als Joegoslavië in scherven liggen.

Een burgeroorlog is nog altijd vele malen verschrikkelijker dan een imperialistische veroveringsoorlog, want in het laatste geval is zichtbaar wie de vijand is die je haten en bestrijden kan. Alfred H. Heinekens Verenigde Staten van Europa verlagen de kans op zo'n regionale stammenstrijd. Trouwens, wie zal beweren dat Schotland, Beieren, de vrijstaat Amsterdam, de Povlakte, Normandië, de vrijstaat Berlijn, Galicië, IJsselland, Macedonië en de vrijstaat Parijs niet in staat zullen zijn de eigen boontjes te doppen?

Nee, grote naties zijn onregeerbaar. Of om het in de woorden van wijlen Hannah Arendt te zeggen: “Deze massamaatschappijen zijn onmogelijk te besturen”. Zij had in de meeste gevallen de wijsheid in pacht, behalve wellicht in de korte periode waarin zij met haar ondoorgrondelijke vriend en collega Martin Heidegger flirtte. Hoe het ook zij, wat deze excellente filosofe in 1970 profeteerde moet in 1992 nog steeds serieus worden genomen, ook al is de analyse van het probleem dit keer afkomstig van een amateur-wereldbeschouwer als Alfred H. Heineken, bierbrouwer in ruste.