"Europa? Duitse markt is voor verzekeraars even gesloten als Japan'; Bestuursvoorzitter Zoutendijk neemt afscheid van verzekeraar Delta Lloyd

ROTTERDAM, 26 JUNI. Zijn boekenkast op het hoofdkantoor van Delta Lloyd is al bijna leeg. Op 1 juli vertrekt dr. G. Zoutendijk na zestien jaar als bestuursvoorzitter van verzekeraar Delta Lloyd. Vandaag luiden medewerkers en relaties het voormalige Eerste Kamerlid voor de VVD in Den Haag officieel uit.

Zoutendijk kan zich beroepen op een succesvol voorzitterschap van Delta Lloyd, dat zich in Nederland nog het meest verwant voelt met de onafhankelijke verzekeraar Stad Rotterdam. Al benadrukt Zoutendijk die zelfstandigheid - “wij zijn een structuurvennootschap” -, de vergelijking klopt niet helemaal. Delta Lloyd is in handen van de Britse verzekeraar Commercial Union, waarvan het de grote winstmaker is. “Maar we dragen aan onze aandeelhouder niet meer dividend af dan Stad Rotterdam doet aan de zijne.”

Misschien is het juist wegens die half buitenlandse status dat hij graag met enige afstandelijkheid terugkijkt op de recente revolutie in de Nederlandse verzekeringswereld. Zonder kritiek is hij niet, maar de verzachtende omstandigheid is dat de ontwikkeling zich zo snel voltrok. “In de verzekeringswereld is naar mijn mening in de laatste drie jaar meer veranderd dan in de honderd jaar daarvoor. Wanneer je drie jaar geleden had geroepen dat Nationale-Nederlanden, de NMB en de Postbank zouden samengaan, had iedereen je uitgelachen, inclusief Van Rijn zelf (de scheidend voorzitter van de Internationale Nederlanden Groep, red).”

Achteraf bezien vindt Zoutendijk de recente fusiegolf onder de banken en verzekeraars in Nederland overhaast. ABN en Amro, NMB, Postbank en Nationale-Nederlanden, Avéro en Centraal Beheer, Amev en Verenigde Spaarbank, Rabo en Interpolis: de grote stoelendans voltrok zich in nog geen twee jaar.

Aan Delta Lloyd ging de dans voorbij. Zoutendijk was verbaasd toen de Nederlandsche Bank dit voorjaar bij monde van voorzitter dr. W. Duisenberg en directielid mr. A. Wellink wees op de gevaren van machtsconcentratie en concurrentiebeperking onder de banken en bankverzekeraars. “Dat hadden ze toch kunnen zien aankomen. De Nederlandsche Bank heeft zelf zijn zegen aan de fusies gegeven.

“Dat het wegvallen van de grenzen tussen banken en verzekeraars aan de vooravond viel van de Europese eenwording, gaf natuurlijk wel een schokeffect. Maar de noodzaak voor urgentie ontgaat me. Voor verzekeraars is de Europese markt nog heel ver weg.”

Zoutendijk wijst op de vele belemmeringen die verzekeraars nog steeds ondervinden die activiteiten in andere Europese landen willen beginnen. “Wat Japan is voor de industrie, is Duitsland voor de verzekeraars. Je krijgt er geen voet aan de grond, tenzij je een geheel eigen distributiekanaal opbouwt. Fiscaal gezien is de behandeling van levensverzekeringprodukten ook overal in Europa verschillend. Verzekeraars moeten elke Europese burger benaderen binnen zijn eigen nationale fiscale context, en kunnen zo bijna geen gebruik maken van schaalvoordelen die de Europese markt in theorie biedt. En wie sluit er een schadeverzekering bij, zeg, een Griekse maatschappij? Alleen al het vertalen en interpreteren van de polisvoorwaarden is een probleem.”

De hinder die Delta Lloyd ondervindt van gefuseerde concurrerende maatschappijen, beperkt zich volgens Zoutendijk tot koppelverkopen. Met banken gefuseerde verzekeraars verplichten hun klanten bij een hypotheek ook direct een verzekeringspakket van de gelieerde verzekeraar af te nemen. “Dat is niet toegestaan, maar gebeurt steeds vaker.”

Zoutendijk meent soms zelf voordeel te hebben gehad aan de concentraties in de financiële wereld. Delta Lloyd behoorde vorig jaar tot de sterkste groeiers op de verzekeringsmarkt. “Wij sluiten bij voorbeeld veel verzekeringen af met boeren. Daar hoor je van dat de Rabo financieel al zoveel van ze weet, dat ze voor de verzekeringen liever niet naar Rabo-dochter Interpolis gaan.”

Het bestuur van Delta Lloyd heeft volgens Zoutendijk dan ook nooit overwogen een alliantie te sluiten met een bankpartner. “Wij geloven niet dat de distributiekanalen van een bank zoveel nut voor een verzekeraar hebben. Ingewikkelde verzekeringsprodukten kun je niet via het loket verkopen. Tussenpersonen blijven daar beter geschikt voor, spelen een onmisbare rol bij het afhandelen van claims, en kennen bovendien geen sluitingstijden.”

De scheidend voorzitter erkent wel dat er voor Delta Lloyd ook weinig meer te kiezen was. Alle grote en middelgrote verzekeraars waren in snel tempo voorzien van bankpartners, en als Nederlandse dochter van een Brits concern waren de handen van Delta Lloyd gebonden.

De laatste strategische daad van Delta Lloyd onder Zoutendijk was de koop van de Nederlandse vestiging van Bank Cantrade van het gelijknamige Zwitserse bankenconcern. Niet voor de distributiekanalen, maar voor het klantenbestand en het beheer van het vermogen van Delta Lloyd.

Na de verwerving van Cantrade rest nog het opruimen van de laatste boeken in de kast van zijn directiekamer. Een werk dat rest is het handboek Ondernemen in Nederland. “Dat heb ik toch maar aangeschaft toen ik hier in 1975 in dienst trad.” Zoutendijk, die zijn loopbaan combineerde met vele bestuurs- en adviesfuncties, verwacht nauwelijks te hoeven wennen aan het leven na Delta Lloyd. “Ik ga met mijn nevenfuncties door, en heb nu eindelijk tijd om de stukken beter te lezen.” Alleen tegen het autorijden zonder bedrijfschauffeur en het zelf typen van brieven ziet Zoutendijk op. “Ik heb thuis nog ergens een personal computer staan. Die ga ik volgende week maar eens uitpakken.”