Energie- en milieubeleid Nederland te nationaal

ROTTERDAM, 26 JUNI. Nederland speelt internationaal een leidende en constructieve rol bij initiatieven op energie- en milieugebied, maar zal steeds meer problemen ontmoeten bij het ontwikkelen van een nationaal beleid. Om nationale milieudoelstellingen te realiseren, zijn de inspanningen van één land onvoldoende. Daarom moet de Nederlandse regering zich meer richten op een internationaal georiënteerd beleid.

Deze waarschuwing uit het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in een diepgravende studie over het Nederlandse energiebeleid. De regering moet zich meer rekenschap geven van internationale economische ontwikkelingen om toekomstige problemen op de energiemarkten de baas te kunnen. In de voorspellingen van het Centraal Planbureau wordt daarmee onvoldoende rekening gehouden, schrijft het agentschap.

Nederland krijgt een pluim op de hoed voor het aardgasbeleid, in het bijzonder de inspanningen om veel kleine gasvelden te ontwikkelen. Dat heeft geleid tot zekerheid in de gasvoorziening en hoge aardgasbaten voor de overheid. Maar de regering in Den Haag moet volgens het IEA beter inspelen op de open interne markt in de EG die ook meer competitie tussen gasmaatschappijen zal bevorderen. Gasunie zou zich veel meer "pro-actief' (vooruitlopend) bij die verandering moeten opstellen, in plaats van re-actief. Het bedrijf verzet zich nu sterk tegen plannen van de Europese Commissie voor liberalisering van de energiemarkt.

Ook moet Gasunie volgens het IEA gestimuleerd worden om een flexibeler, meer marktgericht prijsbeleid te voeren. Daarbij wijst het IEA op de goedkopere gascontracten die zijn afgesloten voor elektriciteitsopwekking. De Nederlandse stroomproducenten hebben gas in Noorwegen aangekocht tegen een prijs die gekoppeld is aan de (lagere) kolenprijs in plaats van de olieprijs die de Gasunie als referentie hanteert. Ook zou de gasprijs die Gasunie aan de distributiebedrijven berekent, kritisch bekeken moeten worden om voldoende prikkels voor energiebesparing te verzekeren.

Het IEA waarschuwt Nederland ook in verband met de toenemende import van elektriciteit, die de komende jaren kan oplopen tot 20 procent van het verbruik (in 1991 14 procent). Stroomimport hoeft niet noddzakelijk negatief te zijn. Uit een oogpunt van diversificatie van bronnen en economische doelmatigheid kan het voordelen bieden. Maar de regering moet zich wel realiseren, aldus het IEA, dat daar bij een hoog importpeil nadelen tegenover staan als minder betrouwbaarheid, minder zekerheid van de stroomvoorziening en milieukosten.