EG-leiders wijzen gevraagde stijging van contributie af

LISSABON, 26 JUNI. De Europese Raad zou vanmiddag in Lissabon besluiten de contributie van de lidstaten de komende twee jaar niet te verhogen. Daarmee zijn de ambitieuze plannen van voorzitter Delors om het budget van de Europese Gemeenschap van 66 naar 88 miljard te verhogen, voorlopig uitgesteld.

Naar verwachting zouden de elf regeringsleiders en het Franse staatshoofd wel een politieke verklaring afleggen waarin de vier armere lidstaten Spanje, Portugal, Ierland en Griekenland beloften worden gedaan over extra subsidies. Maar daarbij zou vermeden worden precieze bedragen te noemen.

In het Verdrag van Maastricht is afgesproken dat deze landen kunnen rekenen op een "verdubbeling' van de subsidies die ze nu al krijgen. De Portugese minister van buitenlandse zaken, Pinheiro, zei vanochtend echter dat “wie een compromis zoekt, concessies moet doen”. De Europese Raad zou wel een duidelijke indicatie geven van de richting die de rijke landen wensen in te slaan met het budget, meent hij.

Voorzitter Delors van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, had voorgesteld de contributie van de lidstaten te verhogen van 1,2 tot 1,37 procent van het bruto nationale produkt. De Commissie gaat ervan uit dat het oorspronkelijke financiële vijfjarenplan, bijgenaamd het "pakket Delors II', nu uitgesmeerd zal worden over zeven jaar.

De regeringsleiders en ministers van buitenlandse zaken bespreken vandaag op verzoek van Delors ook de impasse die is ontstaan na de Deense verwerping van het Verdrag van Maastricht. De Deense premier Schlüter zei bij aankomst in Lissabon dat er geen sprake kan zijn van een nieuw referendum, tenzij het verdrag een “nieuwe politieke en economische inhoud” krijgt. Maar de woordvoerder van het Portugese voorzitterschap van de Raad zei aan het begin van de middag dat de regeringsleiders het verdrag waarschijnlijk niet zullen openbreken.

Voorzitter Klepsch van het Europese parlement zei bij zijn traditionele toespraak aan het begin van de Raad dat er voor het einde van dit jaar nieuwe intergouvernementele conferenties moeten komen “over de praktische toepassing van het Verdrag van Maastricht”. Volgens Klepsch zou de burger daarmee duidelijk gemaakt worden dat de politiek de Deense uitslag ernstig neemt. “De Deense discussie was slechts een symptoom voor een wijdverbreid onbehagen bij vele burgers ten aanzien van het huidige communautaire stelsel.”