Een nieuw vriendje

Jan is verhuisd. In de nieuwe stad vindt hij meteen een nieuw vriendje.

Hallo, nu woon ik in het plaatsje Sprutol, zegt Jan. Ik heb al een nieuw vriendje. Hij heet Tom. Leuk hè.

We hebben een schommel in de tuin. En Tom heeft een glijbaan in de tuin. Tom hoeft nog niet naar school. Maar ik wel. Morgen moet ik weer naar school. Maar nu ga ik weer met Tom spelen, zegt Jan.

Ze hebben veel pret. Tom vraagt of Jan bij Tom mag komen eten. Dat mag van Jans moeder. Ze eten patat en kip en appelmoes en als toetje ijs.

Ze vragen aan de moeder van Jan of Jan bij Tom mag logeren. Dat mag voor een keer.

(wordt vervolgd)