De vlam

Een paar weken voor zijn dood, in januari 1986, ontving Joseph Beuys in het museum van Duisburg de Wilhelm Lehmbruck-prijs.

Hij wist van het naderend einde, hij was ziek, en in zijn ontroerende dankwoord sprak hij over het doorgeven en het beschutten van de vlam. Het werk aan een betere, tolerantere wereld kon niet door één mens, één kunstenaar worden volbracht - het moest door de volgende generatie weer worden opgepakt. Als ik me goed herinner, stond op de lezenaar vanwaar hij sprak een brandende kaars.

In dit licht, van wat in het Duits zo mooi Vermächtnis heet, moet ook de positie van Beuys als leraar worden gezien. Het is verbazingwekkend dat een zo dwingende persoonlijkheid niet een serie namaak-Beuysjes heeft voortgebracht. Zijn grote kwaliteit was echter de jonge mensen in zijn klas zo te begeleiden dat ze zichzelf konden vinden. Wat hij ze bijbracht was aandacht, houding, zelfkritiek. Kunstenaars die ooit in de klas van Beuys waren, praten daar nu nog over - en praten dan over vriendschap en saamhorigheid. Iedereen was met zijn eigen kunst bezig maar ook was er het besef dat er nog iets anders en groters was dat gezamenlijk moest worden verdedigd: de ernst en de waardigheid van de humane, vrije kunst.

Eén van Beuys' ”leerlingen' was Jörg Immendorff. Als hij zijn imaginaire Café de Flore bevolkt met bevriende kunstenaars als Baselitz, Lüpertz en Penck, maar ook met ouderen zoals Beuys, Max Ernst, Kurt Schwitters, Max Beckmann of Marcel Duchamp, droomt hij opnieuw van die oude saamhorigheid - en van de grote idee dat één kunstenaar alleen niet in staat is de vlam te beschutten, en dat cultuur het werk is van groepen.

Dat is niet alleen een droom, het is ook een verlangen. Maar het vreemde van de Documenta van Jan Hoet, realiseer ik me nu, is dat in die regie elke kunstenaar als een eenling verschijnt. Misschien was het wel Jan Hoets bedoeling de kunstenaars tot een vurig en vruchtbaar collectief te verleiden - maar ze zijn op die uitnodiging niet ingegaan. De houding van de meeste kunstenaars is daarvoor te individueel en te sektarisch geworden. Zo is nu eenmaal de tijd, zeggen we dan. Toch mis ik Joseph Beuys.