De man, de bus en het meisje; Fotoboek van Robert E. Jowitt

Er bestaat een leger bus- en tramgekken, mensen die alles van bussen en trams weten. Dat is niet uitzonderlijk. De foto's die Robert E. Jowitt van zijn hobby maakte zijn dat wel, omdat hij er een extra onderwerp aan toevoegde: de vrouw.

Robert E. Jowitt: The Girl in the Street or the Bedside Bus Book, Peter Wooller, Transport Beaux Arts & Belles Lettres, Walford, ƒ 66,35.

Ruim dertig jaar geleden besloot de Engelsman Robert E. Jowitt zich geheel te wijden aan de passie van zijn jeugd: bussen, trams en trolleybussen. Hij had geen zin meer om alleen in de vakantie naar z'n beminde vervoermiddelen te zoeken. Zijn liefde moest het hele jaar opgaan.

Voor een miniatuur als een dinky-toy had hij geen belangstelling. Zo'n kinderlijke verzameling stak maar pover af bij de werkelijkheid. Hij wilde elke bus in zijn natuurlijke omgeving, temidden van huizen, voorbijgangers en het verkeer.

Het lag het meest voor de hand dat hij ze ging fotograferen. Zo gebeurde het ook. Van Heidelberg tot Marseille, van Genève tot Rotterdam, van München tot Lissabon, in heel Europa zag hij nog de meest uiteenlopende ouderwetse modellen in bedrijf. Een Carris met zijn gietijzeren deuren uit 1930, een Renault met gebogen open balkon uit 1935, een Daimler met zijn smalle motorkap uit 1950.

Hij fotografeerde de bussen niet alleen maar maakte ook aantekeningen over hun uiterlijk en capaciteit. Het aantal zitplaatsen en staanplaatsen, een gewijzigde route of een lijn die een ander nummer had gekregen, niets ontsnapte aan zijn aandacht.

Jowitt werd een idiot savant van bus en tram. Daarin stond hij niet alleen. Hij wist heel goed dat hij nu tot een leger bus- en tramgekken hoorde. Sommige geestverwanten kennen zelfs hele dienstregelingen uit hun hoofd. Maar niemand legde zo'n grondige documentatie van de Europese gemeentelijke vervoermiddelen aan.

Op de eerste foto's is de bus soms niet meer dan een vlek in de verte. Een andere keer zie je het glas en het metaal van heel dichtbij, alsof de minnaar elke afstand wil overbruggen. In de meeste gevallen vormt de bus het hart van het stadsgezicht. Hoe klein of groot je het voertuig ook ziet, in het begin overheerst het de huizen, de gebouwen, het andere verkeer en de voorbijgangers.

De onderneming van Jowitt zou alleen maar buitenissig zijn geweest als het bij de bus was gebleven en zich binnen de voorstelling niet een ander beeld had ontwikkeld. Het maakt er eerst onopvallend deel van uit. Niemand zal er extra aandacht aan besteden. Misschien dat Jowitt het zelf niet eens zag.

Dan verliest het zijn argeloosheid om ten slotte gelijkwaardig aan de bus te worden. Het komt tot uitdrukking in de titel van het laatste busboek dat de fotograaf samenstelde: The Girl in the Street or the Bedside Bus Book.

Er is op de driehonderdvijftig voorstellingen van alles te zien: trottoirs, lantaarnpalen, winkelruiten, verkeersborden, plantsoenen, terrasstoelen, schaduwen, regenplassen en andere oude bekenden van het stadsgezicht. Hoe de foto's ook van elkaar verschillen, je ziet steeds een bus en een meisje of vrouw. Ze kan in de bus zitten of er een paar honderd meter van verwijderd zijn, ze loopt naar de bus toe of hij valt haar niet eens op. Ze neemt het grootste deel van de foto in beslag met de bus als stip of we zien alleen haar been dat achter de grote bus te voorschijn komt.

Jowitt wijkt niet van dit uitgangspunt af. Alleen met een bus en een vrouw heeft een stadsgezicht een reden van bestaan. Die voorwaarden zijn zo uitzonderlijk dat de beschouwer een lachbui moet bedwingen. Waarom aanvaardt iemand een plein of een straat pas als hij een volkomen willekeurige tegenstelling ziet?

Het antwoord van Jowitt op die vraag is heel eenvoudig. Als hij in een vreemde stad een bus of tram bestudeerde keek hij ook vaak naar de meisjes die hem voorbijgingen. Het was niet meer dan logisch dat hij ook aan hen, net als de bus, een opvallende plaats gaf.

Hoe moest Jowitt al die foto's in zijn boek rangschikken? Hij had het chronologisch kunnen doen. Een indeling naar steden of landen was ook mogelijk. Die twee volgordes vond hij te simpel. Hij wilde vooral de gewijzigde mode goed laten uitkomen. Daarom plaatste hij foto's uit verschillende tijdperken vlak naast elkaar.

Hij begint met het haar. Kort, lang, paardestaart, vlecht, henna, de kleinste krullen, punk en natuurlijk de hoed. Dan is de kleding aan de beurt. Petticoat, mini-rok, lange rok en de individuele varianten. Schoenen, tassen, stuk voor stuk komen ze aan de beurt. In de beschrijving van het uiterlijk van de meisjes probeert hij net zo nauwkeurig te zijn als in de beschrijving van de bussen en trams.

Wat heeft Jowitt voor ogen gestaan? Een grappige foto, dat spreekt vanzelf. Tegelijkertijd moet hij hebben gedacht dat met al die gegevens de voorstelling exact werd beschreven. Maar juist door die poging tot precisie ontworstelt het beeld zich aan zijn woorden.

Als het haar Jowitts leidraad is springen de schoenen in het oog. Bij de serie met de handtas als belangrijkste motief vraagt de rok om net zoveel aandacht. Als het om de mouwloze jurk gaat dwaalt de blik weer af naar de schoenen. En steeds staat of rijdt daar de bus die ook nog van een bouwjaar of andere bijzonderheden moet worden voorzien.

Het is ook Jowitt niet ontgaan dat zijn modellen voor de meest uiteenlopende categorieën in aanmerking komen. Bij een foto wordt niet vaak naar een andere foto verwezen, maar Jowitt schrijft "zie ook handtas' of "zie ook blote rug' als die twee te duidelijk buiten een scherp gekozen onderwerp vallen.

The Girl in the Street is een boek om bij te grinniken. Het heeft veel weg van een parodie op de foto en haar interpretaties, al is het waarschijnlijk niet helemaal zo bedoeld.