Blijvende dollarmisère

Nadat de Amerikaanse dollar in de eerste week van de verslagperiode (12 tot en met 25 juni), na een dreun op 12 juni, nog enigermate op de been beleef, zakte deze munt in de afgelopen dagen flink weg tegenover de gulden. De druk komt van drie kanten. Ten eerste is er een voortdurende teleurstelling over economische cijfers, waarbij tegenvallers ten opzichte van de marktverwachting een drukkend effect op de dollar hebben en meevallers genegeerd worden. Ten tweede streeft de Bank of Japan, daarbij verbaal ondersteund door de Amerikanen, naar een sterkere yen ten opzichte van de dollar, waarbij van tijd tot tijd interventies op de valutamarkten plaats vinden. Een goedkopere dollar-yen koers vertaalt zich via de kruiselingse handel ook in een lagere dollar/marken- en dollar/gulden-koers. Het succes van de Japanse centrale bank is overigens nogal beperkt. De forse afzwakking van de Japanse economie schreeuwt volgens velen om een renteverlaging in Japan en een lagere Japanse rente zal de yen weer minder aantrekkelijk maken ten opzichte van de dollar. Ook de slechte aandelenbeurs in Tokio draagt bepaald niet bij aan een sterkere yen.

Ten derde is er het grote (geldmarkt)renteverschil tussen de VS en Europa, in casu Duitsland, dat op korte termijn ten minste gelijk blijft en volgens sommigen zelfs nog groter kan worden. De voor de markt tegenvallende economische cijfers maken volgens het Witte Huis en vele marktpartijen een renteverlaging nodig. Voorts ligt het niet voor de hand dat de Bundesbank op korte termijn de rente gaat verlagen, zeker niet nadat de geldgroei in Duitsland in mei (9 procent) weer fors uit bleek te gaan boven de maximaal toegestane groei (5,5 procent).

Binnen het EMS is de rust teruggekeerd. De uitslag van het Ierse referendum over de EMU, dat resulteerde in een volmondig "yes' heeft de ontzetting na het Deense "nej' enigszins weggenomen. Zelfs de Deense kroon, die in eerste instantie enigermate in de problemen geraakte, heeft de afgelopen dagen een opmerkelijk herstel laten zien.

De Italiaanse lire kwam wel in de problemen, met name nadat vorige week een grote "investment bank' een devaluatie van de Italiaanse munt met zo'n acht procent voorspelde. Waar particulier initiatief niet al toe kan leiden! De Italiaanse centrale bank werd gedwongen tot interventies ter steuning van de lire en moest voorts publiekelijk verklaren dat de uitspraak “onzin” was. Daar zit ook wel wat in. Op dit moment is het wisselkoersbeleid in Italië zowat het enige waar de Italianen op economische-financieel gebied op kunnen bogen. Als dat beleid zou worden opgegeven, zou het toch al geringe vertrouwen van de financiële markten in Italië nog verder afnemen en zou het moment dichterbij komen waarop Italië de gang naar de EMU wel kan vergeten.

Bron: Rabobank Nederland/ Directoraat Financiële Markten/Research Management