Apfelmus

Wanneer weet je als consument redelijkerwijs nog wat je eet? Zolang in de winkel de voedingsmiddelen in de Nederlandse taal gestelde etiketten hebben, valt het voor ons allemaal wel mee. Maar als er nu voedingsmiddelen met etiketten in een vreemde taal op de Nederlandse markt verschijnen? Het touwtrekken tussen enerzijds de bescherming van de consument, die zou moeten kunnen lezen wat hij eventueel binnen krijgt, en anderzijds het in Europa geldende vrije verkeer van goederen, begint dan. De in de vreemde taal gestelde etiketten zitten immers voornamelijk op verpakkingen van voedingsmiddelen uit andere EG-landen: een verbod op "vreemdtalige' etiketten belemmert het vrije verkeer van levensmiddelen binnen de Europese Gemeenschap natuurlijk aanzienlijk.

Een zeker niet beduimeld onderdeel van de Nederlandse Warenwet is het Jam- en geconserveerde vruchtenbesluit. In dat besluit staat dat de naamsduiding op bepaalde levensmiddelen beslist in de Nederlandse taal moet zijn aangebracht. De Keuringsdienst van Waren trof aan de Tijntjedijk te Leeuwarden echter een aantal blikken appelmoes aan, dat uit Duitsland afkomstig was en dus slechts het (Duitse) opschrift Apfelmus had. Dat was natuurlijk helemaal mis, want Apfelmus is geen appelmoes en fluks werd geverbaliseerd. De economische politierechter, die over de strafzaak tegen de importerende winkelier moest oordelen, vond dat de man weliswaar in strijd handelde met de Warenwet, maar liet hem toch vrijuit gaan.

Europeesrechtelijk bezien is een inbreuk op het beginsel van het vrije verkeer van goederen alléén gerechtvaardigd als de gezondheid van de consument daarbij is gebaat. Maar wie begrijpt nu niet dat het kopen van een blik waar Apfelmus op staat tot het bezit van appelmoes leidt, vond de rechter, die vervolgens Apfelmus als - voor de Nederlander begrijpelijke - aanduiding toeliet.

Apfelmus mag dus, hoewel de wet "appelmoes' voorschrijft. Het Haagse Gerechtshof kreeg vervolgens te oordelen over "Pfirsiche halbe Frucht gezuckert' en "Yellow Cling Peach Halves in Syrup". Dat had volgens de Warenwet natuurlijk "vruchten op zware siroop' moeten zijn, maar de rechter vond deze buitenlandse aanduidingen ook zonder Nederlandse vertaling begrijpelijk genoeg voor de Nederlandse consument. Deze zaak ligt toch al wat minder eenvoudig dan de appelmoes affaire.

Maar hoe zit dat in Europa? Het Belgische bedrijf Peeters verkoopt mineraalwater in het Nederlandstalige deel van België, terwijl die geïmporteerde flessen uitsluitend Frans- en Duitstalige etiketten hebben. Naar Belgisch recht mocht dat niet, want het etiket moet in de Nederlandse taal zijn gesteld, zodat Peeters voor de rechter moest verschijnen.

De Leuvense rechter, die over de zaak moest oordelen, meende dat de Belgische regeling in strijd zou kunnen zijn met het in Europa geldende vrije verkeer van goederen en vroeg het Europese Hof van Justitie om uitleg. Het Hof oordeelde dat de Belgische wettelijke regeling, die het uitsluitend gebruik van een bepaalde taal voor de etikettering van levensmiddelen voorschrijft, ten onrechte de mogelijkheid niet openlaat om ook een andere voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal te gebruiken. Als alternatief stelde het Hof nog dat de koper ook door andere maatregelen zou kunnen worden voorgelicht, waarbij zou kunnen worden gedacht aan bijvoorbeeld een sticker of brochure.

Omdat het Hof het criterium "gemakkelijk te begrijpen taal' introduceert, worden sommige EG-landen wellicht bevoordeeld. De Engelse, Duitse en Franse taal zijn binnen het EG-gebied voor veel meer mensen - ook buiten de landsgrenzen die bij voornoemde talen horen - gemakkelijker te begrijpen dan bijvoorbeeld het Nederlands of Deens. Dat betekent dat Nederlandse of Deense exporteurs van levensmiddelen hun etiketten vaker moeten aanpassen dan hun Engelse of Duitse concurrenten, hetgeen concurrentievervalsend zou kunnen werken. Telkens zal het ook de nationale rechter zijn die moet oordelen of een bepaald levensmiddel met een etiket in een vreemde taal makkelijk te begrijpen is voor zijn landgenoten. Dat kan leuke maar zeer tegenstrijdige rechterlijke uitspraken opleveren, zeker in een multi-raciale samenleving als de onze.

Natuurlijk lijkt het op het eerste gezicht wat pietluttig dat in het Nederlandstalige deel van België geen mineraalwater met Franse of Duitse etiketten zou mogen worden verkocht. Wij Nederlanders, geroemd om onze talenkennis, zouden daar geen seconde over tobben. Uit de Belgische procedure blijkt dat het Franstalige etiket op de flessen met mineraalwater van het merk Contrex vermeldt: "Réalise un véritable lavage cellulaire et fissulaire'. Het water met het merk Vitel rept van "l'eau puise sa naturalité et sa purété au coeur du massif Vosgien', terwijl Appolinaris op "eigener Quellkohlensäure" boogt. Dat vertalen wij natuurlijk vlekkeloos, maar zijn wij de doorsnee consument?

De Nederlandse wetgeving wordt inmiddels aan Europa aangepast. Het Nederlands zal dan als taal niet langer verplicht zijn op etiketten, zolang er maar een gemakkelijk voor de consument te begrijpen taal wordt gebruikt. De Nederlandse wetgever gaat er daarbij vanuit dat dit in negen van de tien gevallen toch wel op Nederlands zal uitlopen. I am not so sure.