Zwarten in Zuid-Afrika zien politie als levensgevaarlijke vijand

Na het bloedbad in Boipatong is één ding zeker: er komt geen vreedzame regeling in Zuid-Afrika, tenzij er stappen worden ondernomen om de geloofwaardigheid van de politie als ordehandhaafster te herstellen. Minister van buitenlandse zaken Pik Botha heeft terecht gezegd dat er geen alternatief voor vreedzaam onderhandelen bestaat. Maar als de onderhandelingen mislukken, doemt het schrikbeeld op van een land dat afglijdt naar anarchie en chaos, een Zuid-Afrika dat verandert in een Libanon of Joegoslavië. En dat schrikbeeld wordt reëler naarmate president De Klerk langer blind blijft voor het feit dat de geloofwaardigheid van de politie dreigt weg te vallen.

Ik was vorige week enige tijd in Boipatong waar ik sprak met overlevenden van het bloedbad en ik bevond me midden in het mini-Sharpeville na het bezoek van De Klerk aan dit zwarte woonoord, toen de politie van nabij het vuur opende - zonder orders en zonder waarschuwing - op een samengedromde menigte van zo'n drieduizend mensen. Ik moet zeggen dat ik wanhoopte aan mijn land. Ik wanhoopte omdat alle mensen die ik in Boipatong sprak pertinent volhielden dat volgens hen de politie de aanvallers tot in hun woonoord had geëscorteerd, en er weer uit na de slachting.

Ik wanhoopte omdat ik met mijn eigen ogen zag hoe onbekwaam de politie optreedt in een ontvlambare situatie zoals die ontstond na De Klerks onbezonnen bezoek. Toen de president weer weg was en de menigte begon te kalmeren en zich te verspreiden, kwamen de vertrokken Casspir-overvalwagens van de politie opeens, zonder aanwijsbare reden, het getroffen woonoord weer binnenrijden. De grote pantserwagens reden langzaam de straat door, slechts enkele meters verwijderd van de terugdeinzende menigte, en zagen er zo agressief en provocerend uit dat een pas aangekomen buitenlandse correspondent naast me verbijsterd uitbarstte: “Waar zijn ze verdomme mee bezig? Het lijkt wel of ze mot zoeken”.

Toen, in die explosieve omstandigheden, ging een politieman in één van de voertuigen in de geschutskoepel staan en vuurde één keer. Het schot doodde een zwarte man op ongeveer tachtig meter afstand. De politie beweert dat de man iemand bedreigde met een kapmes, maar omstanders ontkennen dat en stellen dat er zonder aanleiding is geschoten. Hoe dat ook zij, het doodschieten van de man schiep een situatie die dermate explosief was dat een nog groter drama onvermijdelijk werd.

Er speelden nog andere factoren mee die om een verklaring schreeuwen. De politiemensen droegen geen schilden of wapenstokken zoals oproerpolitie overal elders ter wereld. Ze waren in gevechtstenue in camouflagekleuren en droegen alleen dodelijke wapens: 12 mm geweren geladen met grove hagel en machinepistolen. Het vuurwapen was dus hun eerste in plaats van hun laatste redmiddel bij een confrontatie.

De woedende menigte kwam in beweging en eiste dat de politieman die het dodelijke schot had gelost zou worden gearresteerd. De omstanders waren vastbesloten te verhinderen dat de politie het lijk zou weghalen, omdat die zich dan, zo vreesde men, valselijk op noodweer zou beroepen. Men probeerde daarom zelf bij het lijk te komen.

Toen een lijkwagen van de politie arriveerde, versperde men die de weg. De chauffeur stapte uit, werd door de menigte omstuwd en loste een schot in de grond om zijn belagers af te schrikken. In plaats daarvan bracht het zijn collega's in actie, die op het horen van het schot onmiddellijk op de vlak voor hen staande menigte begonnen te schieten.

Ze bleven meer dan negentien seconden aan een stuk door hun grove hagel op de massa afvuren terwijl de mensen in paniek wegvluchtten, neervallend als ze in de rug werden getroffen, tot er twee doden op de grond lagen en 29 kermende gewonden. Toen het schieten ophield, sprong de commandant overeind en schreeuwde in het Afrikaans tegen zijn manschappen: “Wie het gese julle more skiet? Ek het gese julle moenie skiet sonder bevel”.

En waarom deed de politie toen alles voorbij was niets om de gewonden te helpen? Dat werd aan de weinige journalisten en de zwarte overlevenden overgelaten. Ik zag hoe een jonge fotografe het kapotgeschoten hoofd van een man in haar handen steunde terwijl hij rochelde en stierf. Mijn vrouw, die met me mee op reportage was gegaan en te midden van de panische massa moest vluchten voor haar leven, keerde terug om een man die in de ruggegraat was getroffen achter een geparkeerde auto te slepen. Maar de politie bleef bij de geparkeerde Casspirs staan.

Dit alles werd een gemeenschap aangedaan die vier avonden tevoren al één van de gruwelijkste wreedheden uit de geschiedenis van dit land had moeten ondergaan, toen 51 mensen, onder wie vrouwen en kleine kinderen, in hun bed waren doodgeschoten, -gehakt en -gestoken.

De Klerks besluit om de plaats des onheils te bezoeken, tekent zijn totaal gebrek aan inzicht in de stemming waarin zwart Zuid-Afrika verkeert in deze duistere dagen van onrecht en woede. Voor wie na het bloedbad naar Boipatong was gegaan was het, zodra De Klerks voornemen bekend werd, zonneklaar dat zijn gebaar misplaatst was en onherroepelijk tot ongeregeldheden zou leiden.

Boipatong en de naburige woonoorden kookten van woede. Iedereen hier is er zonder uitzondering van overtuigd dat de politie de hand heeft gehad in de aanval van Inkatha. En dat was niet alleen bij journalisten bekend. Pastoor Ray McCauley van de Rhema-kerk, één van de meest conservatieve kerkleiders in Zuid-Afrika, was vrijdag eveneens in Boipatong, en hij was zo geschokt dat hij De Klerk in een boodschap meedeelde dat naar zijn overtuiging de beweringen over medewerking van de politie bij de aanval geen uit de lucht gegrepen propaganda waren.

“Ik heb Boipatong bezocht en met tal van inwoners gesproken”, schreef pastoor McCauley. “De oogetuigenverslagen die ik heb gehoord, hebben mij diep verontrust, omdat het zich laat aanzien dat de politie heeft gefaald in haar hoogste plicht, de bescherming van onschuldige burgers. De overtuiging wint terrein onder gematigde blanken en zwarten dat de beweringen als zouden politie en Inkatha samenheulen geen uit de lucht gegrepen propaganda zijn maar wel degelijk de waarheid, en dat de overheid daadwerkelijk de hand heeft in het aanstichten van geweld.”

Op de persconferentie die De Klerk gaf na uit Boipatong te zijn verjaagd, gaf hij ANC-secretaris Cyril Ramaphosa de schuld van zijn vijandige bejegening. “Wat kan je anders verwachten als hij mij er op de televisie van beschuldigt verantwoordelijk te zijn voor de moorden”, zei de president. Meent De Klerk werkelijk, nog afgezien van de vraag hoeveel mensen in dit straatarme woonoord en het naastgelegen illegale kampement televisie hebben, dat mensen die zoiets afgrijselijks hebben ondergaan een televisieprogramma nodig hebben om kwaad te worden?

Wat de president en zijn ministers ook mogen zeggen, en met hoeveel verklaringen officiële woordvoerders de politie ook zullen vrijpleiten, deze mensen die met de messen, de hakbijlen en de simpele, zelfgemaakte geweren hebben kennisgemaakt, weten heel goed door wie ze zijn aangevallen. De blanken in hun verre slaapsteden kun je misschien overbluffen, maar niet de zwarten die er zelf bij zijn geweest - en hoe meer je het probeert, hoe meer je jezelf in diskrediet brengt.

En dat gebeurt nu bij de Zuidafrikaanse politie. Die heeft zichzelf in diskrediet gebracht door haar daden en haar cynische, onheuse verklaringen, en wordt thans niet meer gezien als vredestichtster maar als een gevreesde, levensgevaarlijke vijand. De Klerk wil dat niet geloven. Hij wordt boos als het hem wordt voorgehouden. Maar het is de waarheid.

Hoe herstel je geloofwaardigheid? Dat kan alleen door het treffen van drastische maatregelen. Er moet een radicale verandering komen in de hiërarchische structuur van politie en ordetroepen. Die moeten onder een politiek breed samengesteld opperbevel worden geplaatst, en het politieoptreden moet worden gecontroleerd door een internationale commissie. Als dat is gebeurd, zal er wellicht nieuwe hoop ontstaan dat het vredesproces weer op de rails kan worden gezet. Gebeurt het niet, of niet volledig, dan gaapt nog slechts de afgrond.