Werkende moeder niet altijd gunstig voor leerprestaties

ENSCHEDE, 25 JUNI. Kinderen met een moeder die buitenshuis werkt als arbeidster doen het op school slechter dan kinderen uit een vergelijkbaar milieu waarvan de moeder huisvrouw is. Als de werkende moeder een hoger gekwalificeerd beroep heeft, is buitenshuis werken wél van positieve invloed op de schoolprestaties van haar kinderen.

Dat concludeert de Amsterdamse onderwijskundige prof. dr. J. Dronkers uit een onderzoek onder zo'n 11.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs. De onderzoeksresultaten worden vandaag gepresenteerd tijdens de "European Conference on Educational Research' in Enschede.

Uit het onderzoek blijkt dat de toename van het aantal buitenshuis werkende moeders niet heeft geleid tot gemiddeld betere prestaties in het onderwijs. Tussen 1975 en 1985 is het aantal werkende moeders binnen de vrouwelijke beroepsbevolking drastisch gestegen: in 1975 ging het om 12 procent met een jongste kind tussen 0 en 3 jaar oud en om 21 procent met een jongste kind ouder dan 6, in 1985 om respectievelijk 25 en 32 procent.

Een positieve invloed van dit buitenshuis werken is alleen waarneembaar als de moeder niet als arbeidster werkt. Voor hoger gekwalificeerde beroepen geldt dat vooral beroepen waarbij de moeder thuis werkt - wat bijvoorbeeld het geval is bij boerinnen en middenstandsters - een positieve invloed hebben op schoolprestaties. Voor de andere beroepen is volgens Dronkers deels sprake van een "schijnbare voorsprong': ook de hogere opleiding van de moeder is dan van belang en die invloed zou er ook zijn als zij huisvrouw was.

Volgens Dronkers moet uit zijn onderzoek worden geconcludeerd dat het onverstandig is ernaar te streven dat alle moeders buitenshuis gaan werken: “Een ongedifferentieerde afschaffing van het kostwinnersloon in arbeidsovereenkomsten en een overgang naar een geïndividualiseerde grondslag voor het loongebouw is in het nadeel van de gezinnen van ouders die aangewezen zijn op lager gekwalificeerde beroepen.”

Eerder bleek uit onderzoek van Dronkers dat kinderen uit eenoudergezinnen het slechter doen op school dan kinderen met een vader en een moeder. Ook kwam naar voren dat allochtone leerlingen het op school niet slechter doen dan Nederlandse leerlingen uit vergelijkbare milieus.