Vergeefse hoop van een zwart continent

Zwart Afrika verwacht een sterke economische impuls van het ontwikkelde en relatief welvarende Zuid-Afrika, nu het land loskomt van zijn apartheidsverleden. "Ontwikkelingshulp' zit er voorlopig echter niet in; Zuid-Afrika geeft voorrang aan zijn binnenlandse problemen.

De Zuidafrikanen komen eraan! Zakenlui en economen in de zwarte Afrikaanse staten verhullen hun hooggespannen verwachtingen niet. Het nieuwe Zuid-Afrika, “de economische krachtcentrale van het continent”, zal zijn technologie, zijn expertise en zijn industriële apparaat inzetten ten behoeve van het gehele continent. Immers, de blanke racisten hebben zich, vol schaamte, ontdaan van het apartheidssysteem.

Zwart Afrika droomt hardop. De verwachtingen over de rol van het nieuwe Zuid-Afrika zijn hoog, véél te hoog. Geïntimideerd door de economische blokvorming in de wereld, gemarginaliseerd door de economische neergang en geveld door de voedseltekorten zien vele Afrikanen hun redding komen uit de zuidelijke punt van Afrika.

Zuid-Afrika heeft echter heel andere dromen. “Afrika, dat is voor de meesten van ons het continent waar je overheen vliegt op weg naar de Griekse eilanden,” zegt Gordon Freer, wetenschappelijk medewerker op de faculteit voor Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg. Hij verwoordt het algehele gebrek aan interesse en kennis onder de Zuidafrikanen over de rest van hun continent.

De muur van wantrouwen die na de jaren zestig rond het apartheidsland werd opgetrokken, miste zijn uitwerking niet. Zowel blanke als zwarte Zuidafrikanen associëren de rest van Afrika met verderf en corruptie. Het beeld van het duistere en mysterieuze continent, dat de Europeanen zich een eeuw geleden voorhielden op hun reizen naar Afrika, leeft voort aan het uiteinde van het werelddeel. “Je moet een ware avonturier zijn om naar Zimbabwe te reizen”, aldus Gordon Freer. “Momenteel gaat het er de zwarten in Zuid-Afrika niet om hun achtergrond te ontdekken, hun plaats, hun roots. De allerhoogste prioriteit heeft nu de bevrijding van dit land.”

Ruim twintig jaar lang stond "de zaak Zuid-Afrika' aan de top van de agenda van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE). Vorig jaar besloot deze pan-Afrikaanse organisatie een begin te maken met het einde van de politieke en economische boycot van Zuid-Afrika. Als eerste stap werden contacten "van mens tot mens' weer toegestaan. Kortom, Afrikanen mogen weer naar Zuid-Afrika reizen en vice versa.

De eerste contacten leidden tot verbazing. Menig Tanzaniaan bij voorbeeld vroeg zich af wat voor wezens er uit het vliegtuig zouden stappen toen in november 1991, voor het eerst in 25 jaar, een toestel van de Zuidafrikaanse luchtvaartmaatschappij mocht landen in Dar Es Salaam. Tanzanianen leerden in de media Boeren kennen als monsters die bij het ontbijt een zwarte baby opeten en 's avonds in het wild op zwarte menigtes schieten. Wil je een blanke in het Kiswahili ernstig beledigen, dan noem je hem “kaburu”, naar het Zuidafrikaanse Boer. Zo vervormde het beeld dat menig Afrikaan had van de blanke Zuidafrikaan.

Blanke Zuidafrikanen blijken zich weinig zorgen te maken over de psychologische kloof die ontstond met de andere volken van het continent. Zij beklemtonen steeds weer zelf óók Afrikanen te zijn. “Wij zijn Afrikanen in de volledige betekenis van het woord,” meent Renier Schoeman, Zuidafrika's onderminister van buitenlandse zaken, belast met Afrika.

“Wij onderhouden sinds kort diplomatieke betrekkingen met alle landen in de zuidelijk Afrikaanse regio, door middel van een handelsvertegenwoordiging of ambassades”, vervolgt de minister. “Twee jaar geleden mocht ik op de luchthaven van Nairobi niet eens mijn vliegtuig uit. Vorige maand kwam de Keniase minister van buitenlandse zaken hier in Zuid-Afrika op bezoek en met wederzijds genoegen reisden we een week samen. De tijden zijn veranderd.”

Pag 14: Afrika bang voor dominant Z-Afrika; "Wij verkeren niet in de positie als filantropen naar de rest van Afrika te trekken'

Hoewel de meerderheid der Afrikaanse staten haastig economische en politieke banden met Zuid-Afrika probeert aan te knopen, blijven enkele landen zich weigerachtig tonen. Evenals de zwarte oppositiebeweging ANC en de OAE stellen ze zich op het standpunt dat het ANC éérst moet deelnemen aan een overgangsregering in Zuid-Afrika.

Minister Schoeman zegt “niet geheimzinnig maar wel confidentieel” te willen omgaan met de diplomatieke openingen die hij op het continent maakt. Tot de weigerachtige landen behoren Zimbabwe en Libië. Alleen in dit laatste land wordt nog Zuidafrikaanse paspoorthouders - of buitenlanders met een Zuidafrikaans stempel in hun paspoort - de toegang geweigerd.

Paul Runge keert net terug in Johannesburg van een maand durende reis door Noord- en West-Afrika. Runge is hoofd van de Zuidafrikaanse buitenlandse handelsorganistie (Safto). “Afrikanen houden ervan om met Afrikanen zaken te doen, er bestaat een gemeenschappelijke Afrikaanse identiteit. Het klikt tussen Zuidafrikanen en Afrikanen”, legt hij uit. “Wij Zuidafrikanen houden, in tegenstelling tot Europeanen, van persoonlijke contacten bij het zakendoen, net als de Afrikanen.” Iets later in het gesprek vervalt de directeur van Safto weer in vooroordelen met generalisaties als “het duistere continent”, of “het continent van corruptie dat door socialisme en communisme ten gronde is gericht”.

Het Zuidafrikaanse zakenleven toont groot optimisme. “Wij kunnen de verzoeken uit zwart Afrika niet aan”, vertelt Runge. “Iedere week staan bij ons ten minste drie zwarte handelsdelegaties uit Afrika op de stoep. Wij verwachten een verdere groei van de handel.”

In de donkere dagen van apartheid vóór 1989 opereerden de Zuidafrikaanse zakenlui in Afrika op zogenaamde "boycotmarkten'. Hoewel Afrikaanse politici er weet van hadden, mocht de handel met Zuid-Afrika toch vooral geen algemene bekendheid krijgen. “Als van onze goederen in de Keniase havenstad Mombasa bekend werd waar ze vandaan kwamen, namen de autoriteiten ze in beslag”, herinnert Runge zich. “Wij plakten labels "made in Swasiland' of "made in Mauritius' op onze produkten.” De snelgroeiende handel met Nigeria vindt nog immer onder een dekmantel plaats. Alle Zuidafrikaanse produkten voor Nigeria worden eerst verscheept naar een buurland.

Zuid-Afrika's economie is veel ontwikkelder dan die van welk zwart Afrikaans land ook. Het bruto nationaal produkt van Zuid-Afrika (in 1990 zo'n 190 miljard gulden) is ongeveer even groot als dat van de andere Afrikaanse staten samen. Zeventig procent van Zuid-Afrika's handel op het continent heeft plaats met landen in de zuidelijke Afrikaanse regio. Vooral de handel met Angola en Mozambique neemt snel toe. Buiten de regio zoekt Zuid-Afrika naar markten in vooral Nigeria, Kenia en Egypte.

Handelscijfers vormen slechts een vage afbeelding van de werkelijkheid. In 1989 nam Zuid-Afrika's export naar de rest van het continent met veertig procent toe, in 1990 met twintig procent en vorig jaar bereikte de uitvoer na een 22 procent toename de omvang van 5,1 miljard rand, circa 3,4 miljard gulden.

Die cijfers moeten met enige omzichtigheid worden gehanteerd, aldus Runge. “De geheime handel wordt nu gelegaliseerd en alleen daardoor al zullen ze stijgen. Vermoedelijk exporteerden we vorig jaar in werkelijkheid ter waarde van tien miljard rand.” Runge ziet goede perspectieven voor Zuid-Afrika's handel in de sectoren mijn- en huizenbouw, verkoop van speciaal op Afrika gerichte technologie en samenwerking op het gebied van transport, communicatie en financiële infrastructuur.

Tegen de officiële Zuidafrikaanse export van 5,1 miljard rand staat een povere import uit Afrika van 713 miljoen rand in 1990. “Het is heel moeilijk om iets in Afrika te kopen”, geeft Safto-directeur Runge toe. “Als ik een Egyptische zakenman heb uitgelegd wat ik hem allemaal kan verkopen, laat ik hem aan het woord. Hij pakt zijn koffertje en haalt er een lederen tas uit. Of de Boeroendiër laat zijn ruwe katoen zien. Dan denk ik: oh oh oh oh, wat moet ik daarmee. En, waar is het handelsadres voor de lederen tassen, waar is de controle voor de katoen?”

Zuid-Afrika is, net als het Westen, vooral geïnteresseerd in Afrika's onbewerkte grondstoffen, zoals thee, koffie en sisal. Landen met relatief sterke industrieën als Kenia en Zimbabwe vrezen Zuidafrikaanse concurrentie. Rambo Zuid-Afrika richtte in de jaren tachtig, volgens gegevens van de Verenigde Naties, door militaire destabilisatie voor 60 miljard dollar economische schade aan in zuidelijk Afrika. Kan het in vredestijd zo mogelijk evenveel economische schade aanrichten?

“Als er een algehele liberalisering in de regio komt, zal Zimbabwes beschermde industrie door die van Zuid-Afrika worden vernietigd”, waarschuwt Ben Turok van het Instituut voor Afrikaanse Alternatieven in Johannesburg, een progressieve "denktank'. “Zwart Afrika beschikt niet over voldoende harde valuta. Pretoria en de Wereldbank willen daarom een driehoeksverhouding creëren waarbij de Wereldbank fondsen leent aan zwart Afrika om goederen in Zuid-Afrika te kopen”, onthult hij. “Dit zijn gevaarlijke plannen: het nieuwe Zuid-Afrika wordt zodoende in een polariserend model gedrukt, Zuid-Afrika wordt dan de alles overheersende economische krachtcentrale van Afrika.”

Ben Turok noemt de veel gehoorde uitdrukking “Zuid-Afrika, de motor van Afrika” goedkope regeringspropaganda. “Zuid-Afrika kent een economie gericht op de behoefte aan luxe van de blanke minderheidsgroep. Armen kunnen hier vrijwel geen kooktoestelletjes met twee elektrische platen kopen, zij hebben altijd vier platen, zoals de rijke blanken wensen. Wij zouden eerst eens grondig een studie moeten maken van de economische hulpbronnen in de regio. Dan kunnen de staten in de regio joint ventures oprichten in sectoren als water, energie en transport.”

Minister Schoeman roept internationale investeerders juist op: “Gebruik ons, gebruik ons!” Hij mikt op de komst van buitenlandse bedrijven die vanuit Zuid-Afrika de regio bestrijken. Volgens Schoeman moet er daarom een nieuw economisch samenwerkingsverband komen in Afrika. Hij verwacht een spoedig lidmaatschap voor Zuid-Afrika van de OAE, waarna Pretoria kan lenen bij de Afrikaanse Ontwikkelingsbank.

De ANC-leiding beschikt vermoedelijk over meer kennis van het continent dan de blanke machthebbers. Het ANC kon in ballingschap de al van vóór de apartheid daterende angst in de regio ervaren voor Zuidafrikaanse dominantie. Tussen 1910 en 1950 bij voorbeeld kwam om die reden economische integratie tussen Zuid-Afrika en het toenmalige Rhodesië niet van de grond. Ondersecretaris voor internationale zaken van het ANC Aziz Pahad zegt: “Wij willen niet de Big Brother worden. Zuid-Afrika gebruikte de landen in de regio als bananenrepublieken. Je kan geen zinvolle integratie op gang brengen als de regio alleen maar produkten van ons koopt.” Het ANC wil het nieuwe Zuid-Afrika lid maken van de al bestaande zwarte Afrikaanse smenwerkingsverbanden SADCC en PTA.

Ieder in Zuid-Afrika gevoerd gesprek over de toekomstige relatie met de rest van het continent komt na twintig minuten onveranderlijk uit op de binnenlandse problematiek, op het geweld in de zwarte woonwijken en op de weerbarstige blanken die aan hun economische macht willen vasthouden. Zuid-Afrika blijkt in dit stadium van zijn ontwikkeling volledig op zichzelf gericht. Voor ontwikkelingshulp, waarop in zwart Afrika stiekumpjes wordt gerekend, is zeker geen ruimte. Minister Schoeman: “Liefdadigheid begint thuis.”

Safto-directeur Runge: “Wij kennen in Zuid-Afrika onze eigen Derde Wereld. Kunnen wij een elektriciteitsprogramma uitvoeren in een dorpje in Kameroen, als ze daar over de heuvels in Soweto nog niet allemaal over elektriciteit beschikken?” En Aziz Pahad van het ANC: “De Zuidafrikaanse economie staat op het punt van instorten, onze economie is meer dan welke ook in de regio het slachtoffer van mismanagement. Wij verkeren niet in de positie als filantropen naar de rest van Afrika te trekken.”

Zuid-Afrika toont zich nog steeds een zeer blank land. En iedere conversatie tussen Zuidafrikanen over politiek of economie, over de toekomstperspectieven of over culturele uitwisseling, lijkt onmogelijk zonder overvloedig gebruik van de woorden zwart en wit. De Safto, op de meest praktische wijze begonnen met toenadering tot zwart Afrika, bestaat geheel uit blanke zakenlui. De organisatie zou graag zwarte experts uitzenden, maar het onderwijssysteem leverde hen, als gevolg van discriminatie, niet af.

Het laatste woord zal evenwel aan het ANC zijn, de organisatie die hoogst waarschijnlijk de nieuwe machthebbers van Zuid-Afrika levert. “Het heeft geen zin om nu in Zuid-Afrika te investeren, of om handel met dit land te drijven. Zwart Afrika reageert te haastig”, voorspelt Aziz Pahad. “Wij verkeren hier nog steeds in een zeer instabiele situatie. Het ANC heeft opgeroepen tot massale stakingen om de regering te dwingen tempo te maken met de onderhandelingen. In dergelijke omstandigheden mijd je toch voorlopig contacten met Zuid-Afrika?”