Toezicht milieuregels op zee verscherpt

DEN HAAG, 25 JUNI. Minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) zal het kabinet binnenkort voorstellen om op het Nederlandse deel van de Noordzee een zogenoemde Exclusieve Economische Zone (EEZ) in te stellen. Een dergelijke maatregel moet leiden tot een betere naleving van de milieuvoorschriften op zee, vooral door de scheepvaart. De minister kondigde dit gisteren aan op een symposium over de Noordzee in Den Haag. Ze verwacht het komende parlementaire jaar een wetsvoorstel van die strekking aan de Tweede Kamer te kunnen zenden.

Een EEZ ligt buiten de territoriale wateren (twaalf zeemijlen) en krijgt een specifieke juridische status, die de betrokken kuststaat meer bevoegdheden geeft als het gaat om kunstmatige eilanden, wetenschappelijk onderzoek en het behoud en de bescherming van het zeemilieu. Volgens Maij zal de Nederlandse EEZ ongeveer samenvallen met het Nederlandse continentale plat.

Sinds de laatste ministersconferentie over de Noordzee, voorjaar 1990 in Den Haag, is de instelling van exclusieve economische zones voorwerp van internationaal overleg, dat inmiddels is afgerond. Volgens de minister zullen de besprekingen dit najaar uitmonden in een gezamenlijke verklaring van de Noordzeelanden. Daarin zullen ze, aldus de bewindsvrouw, de wens uitspreken hun bevoegdheden op de Noordzee te vergroten door op gecoördineerde manier zones in te stellen. “Dit betekent dat nu ook voor de Nederlandse regering de weg vrij is naar een EEZ.”

Op het Nederlandse deel van de Noordzee is al een zogenoemde milieuzone aangewezen, die het mogelijk maakt vervuiling en verstoring van het mariene milieu aan banden te leggen. In deze zone zijn de Voordelta (voor de Zeeuwse kust), het Friese Front en de Klaverbank opgenomen. Zoals blijkt uit een gisteren verschenen Noordzee-atlas vervullen deze gebieden een voorname rol als fourageerplaats voor vogels en als kinderkamer en paaiplaats voor vissen; er worden relatief veel zeezoogdieren (dolfijnen en bruinvissen) waargenomen en ze kennen een rijk bodemleven.

Op grond hiervan verdienen deze gebieden een hoger beschermingsniveau dan andere delen van de Noordzee, aldus de minister. Ook de Hollandse kust, de Breeveertien en de Oestergronden zijn als verbindingsroutes voor plant en dier van groot belang.

De milieuzone wordt echter pas effectief als er gerichte maatregelen ter bescherming van het leven in zee aan verbonden zijn. Een zo'n maatregel is kort geleden genomen: sinds 5 april dit jaar mag de off-shore-industrie in de milieuzone geen oliehoudend boorgruis meer lozen. Minister Maij: “Bekend is dat oliehoudend gruis nog jaren na de lozing sterfte van organismen veroorzaakt. Juist in gebieden waar veel dolfijnen en vogels voorkomen en die een unieke veelzijdigheid aan organismen herbergen, is dat ontoelaatbaar.”

Op het Friese Front, zei ze verder, wordt inmiddels bij seismisch onderzoek rekening gehouden met seizoen en plaats om verstoring van zoogdieren met jongen te voorkomen. Ook het winnen van zand op meer dan twintig meter diepte wordt verboden.

De Noordzee-atlas, waarvan het eerste exemplaar aan de minister werd aangeboden, geeft een systematisch overzicht van alle belangen die in deze kustzee spelen. Vooral scheepvaart, olie- en gaswinning, visserij, militaire oefeningen en waterrecreatie leggen een zwaar beslag op de ruimte, met name in de kuststrook.

Een van de sprekers op het symposium, de bioloog dr. H. Saeijs, hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat in Zeeland, fulmineerde op persoonlijke titel tegen de hedendaagse zeevisserij: “Die heeft onder het motto "pakken wat je pakken kan in niemandsland' desastreuze vormen aangenomen. De zee wordt bijkans leeggevist en de bodem wordt kaalgeschraapt. Tot veel meer dan primitieve voorhistorische jagers in de wildernis zijn we nog niet gekomen.” Om zijn klacht te illustreren, noemde hij als voorbeeld de tongvisserij: “Op elke ton vangst wordt vijf ton aan vis en ander gedierte dood overboord gezet.”

Saeijs onthulde dat in september aanstaande ter hoogte van Noordwijk een proef begint met de aanleg van een kunstmatig rif om de visstand te bevorderen. Het gaat om een soort kubussen van natuursteen en beton, die een soortgelijke rol moeten spelen als scheepswrakken, waarvan er circa 50.000 op de bodem van de Noordzee rusten. In zulke wrakken blijkt de vis welig te tieren. Saeijs sprak van “oases in de zeewoestijn met een uitbundig leven”.

De proef, een gezamenlijk project van Rijkswaterstaat en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM), is bedoeld om te onderzoeken in hoeverre in zo'n rustig en vriendelijk milieu vis geoogst zou kunnen worden met een afvalpercentage van praktisch nul en tegen veel lagere kosten dan de gangbare visserij.