Stadsverwarming veel zuiniger; Cv-ketel moet verdwijnen uit veel woonhuizen

ARNHEM, 25 JUNI. De centrale verwarmingsketel moet in de meeste woonhuizen verdwijnen en worden vervangen door een aansluiting op stadsverwarming, gevoed door restwarmte van kleine elektriciteitscentrales.

Als die centrales werken op warmte-krachtkoppeling (stroomopwekking gecombineerd met warmteproduktie) is het rendement van de verstookte energie vele malen hoger dan bij de cv-ketel en wordt ook een belangrijke bijdrage geleverd aan de bescherming van het milieu.

Dit zei ir. N.G. Ketting, directeur van de Samenwerkende Elektriciteits Produktiebedrijven (SEP) gisteren op een congres over warmte-krachtkoppeling, georganiseerd voor het Studiecentrum Bedrijf en Overheid. In Nederland moeten de komende jaren 1,5 miljoen nieuwe woningen worden gebouwd. Volgens Ketting betekent dat een “unieke kans” om die huizen een optimale warmtevoorziening te verschaffen.

Daarvoor is volgens de SEP-directeur een aanpassing van de subsidieregelingen voor de woningbouw en energiebesparing dringend nodig. De subsidie van het ministerie van economische zaken op Hoge Rendements cv-ketel moet op de helling. Ook kritiseerde Ketting het subsidie-stelsel van het ministerie van volkshuisvesting. Woningbouwverenigingen die huizen aansluiten op stadsverwarming kunnen via dat systeem subsidies krijgen voor niet bestaande cv-ketels. Beter is het, aldus Ketting, de uitgespaarde kosten voor gasnet, cv, onderhoud en dergelijke in mindering te brengen op de expoitatielasten van de stadsverwarming.

Stadsverwarming wordt volgens de SEP-directeur economisch veel aantrekkelijker wanneer het wordt gecombineerd met elektriciteitsproduktie en als er een duidelijke samenhang is met het woningbouwbeleid. In de jaren '80 kwamen veel stadsverwarmingsprojecten in grote financiële nood door de inzakkende vraag naar warmte die het gevolg was van grootscheepse isolatie van woningen en door een dalende gasprijs. Het eerste risico kan nu worden voorkomen door de isolatievoorzieningen af te stemmen op het warmteplan en het tweede risico wordt overgenomen door de elektriciteitsproducent die tevens voor de warmte zorgt.

De directeur-generaal Energie van economische zaken, drs. C. schetste een zonnige toekomst voor de warmte-krachtcentrales, die nu samen al 17 procent van de elektriciteitsproduktie voor hun rekening nemen. Er zijn momenteel zoveel projecten aangemeld dat de beschikbare subsidie tekort schiet. Minister Andriessen heeft onlangs 30 miljoen gulden extra beschikbaar gesteld en is bereid opnieuw het bedrag te verhogen als de openbare nutsbedrijven ook een deel van de kosten dragen. Warmte-krachtkoppeling zal in al zijn vormen (groot- en kleinschalig) een zeer substantieel deel van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening gaan vormen, voorspelde de directeur-generaal.

Volgens ing. T. van der Does, directeur van het Projectbureau warmte-krachtkoppeling kan met deze techniek een energiebesparing van 30 procent worden bereikt. De meest moderne installaties zorgen bij gebruik van alle geproduceerde warmte voor een rendement van bijna 90 procent, tegen 40 tot 50 procent bij een moderne elektriciteitscentrale zonder gebruik van de restwarmte.