"Simons was onjuist geïnformeerd'

DEN HAAG, 25 JUNI. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) heeft zich begin dit jaar op “incomplete en/of niet relevante” gegevens van de verzekeraars gebaseerd toen hij beweerde dat de particuliere verzekeraars hun premies met 30 procent konden verlagen. Dat heeft “belangrijk bijgedragen” tot het conflict tussen hem en de organisatie van particuliere ziektekostenverzekeraars, het KLOZ.

Simons schrijft dat in een brief aan de Tweede Kamer over het gisteren verschenen rapport van de Algemene Rekenkamer over de kostenontwikkeling in de gezondheidszorg dat is uitgevoerd in opdracht van WVC en KLOZ.

Het onderzoek moest antwoord geven op de vraag of en in hoeverre de particuliere premies dit jaar omlaag kunnen. Die vraag beantwoordt de Rekenkamer niet, mede doordat er van de opdrachtgevers niet naar de premie-ontwikkeling in de afgelopen jaren mocht worden gekeken. Wel blijkt dat een geringe premieverlaging van hooguit enkele procenten mogelijk is. Dat is veel minder dan de verlaging die Simons eerst voor mogelijk hield en later bijstelde naar 15 procent. Volgens de verzekeraars was premieverlaging uitgesloten. Toch ging een aantal verzekeraars daar wel toe over, soms met 20 procent bij collectieve contracten.

Begin deze middag bij het begin van het debat tussen Simons en de Kamer over de stelselwijziging en het Rekenkamer-rapport, was nog onzeker of de VVD een motie van afkeuring tegen de staatssecretaris zou indienen. “De kans is groot, maar we laten het afhangen van de uitleg die hij geeft”, aldus het Kamerlid Kamp. “Hij moet de burger maar eens duidelijk maken waarom hij zo hoog van de toren heeft geblazen.”

Bij zijn berekeningen begin dit jaar meende Simons op basis van cijfers van de verzekeraars, dat er tussen 1989 en 1991 3 procent meer aan premies was binnengekomen bij de verzekeraars, terwijl nu uit het onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat de premie-inkomsten in die periode met zo'n 10 procent daalden. Volgens de Rekenkamer was deze informatie ongeschikt voor de berekening van de premies. Was dat niet zo geweest, dan zou het meningsverschil tussen hem en de verzekeraars “van meet af aan in een ander daglicht hebben gestaan”, schrijft hij aan de Kamer. Kamp vindt dat Simons zich er te gemakkelijk van af maakt. “Als een bewindsman iets voorspelt, mag je verwachten dat hij over materiaal beschikt waarop hij zijn stelling kan handhaven.”Eerder deze maand adviseerde VVD-leider Bolkestein Simons op te stappen.

Pag 3: CDA blijft trouw aan Simons

Het CDA heeft Simons zijn forse uitspraken vergeven, de PvdA staat pal achter de eigen bewindsman. Lansink (CDA) vindt dat de premies met 5 tot 10 procent omlaag kunnen, Kohnstamm (D66) - die vanochtend twijfelde of hij een eventuele motie van de VVD zou steunen - acht op grond van de stukken een premieverlaging tussen de 2 en 15 procent beredeneerbaar. “De toonhoogte van Simons is nu octaven lager. Zo'n verschil in toonhoogte komt de geloofwaardigheid van geen enkele muzikant ten goede.”

Simons en de verzekeraars hebben allebei “een beetje ongelijk”, vindt CDA-fractievoorzitter Brinkman. Simons heeft “hier en daar een wat grote broek aangetrokken”. Maar omdat Simons al eerder “schuld heeft beleden” door toe te geven dat 30 procent te hoog gegrepen was, “moeten we niet over fouten blijven zeuren”, aldus Brinkman.

De CDA-fractieleider vindt het belangrijker dat Simons verder voorzichtigheid betracht bij maatregelen die onderdeel zijn van de wijziging van het stelsel van ziektekostenverzekeringen (plan-Simons). De bewindsman is volgens Brinkman op de goede weg door een grotere nadruk op kostenbeheersing in de gezondheidszorg te leggen. In het Kamerdebat van vanmiddag zou Lansink weer aandringen op invoering van een verplicht eigen risico tegen ziektekosten.

Het Tweede-Kamerlid Van Otterloo (PvdA) vindt dat Simons geen “verwijtbaar gedrag” kan worden aangerekend, omdat hij zich bij zijn uitlatingen over premieverlaging baseerde op cijfers van de verzekeraars. Simons heeft de verzekeraars voorgesteld hun vrijgekomen vergrijzingsreserves (828 miljoen) te gebruiken voor verlaging van de WTZ-omslag die particulier verzekerden betalen. Hij onderstreept echter dat de verzekeraars hierin “vanzelfsprekend een eigen verantwoordelijkheid hebben”.