Seksueel contact komt regelmatig voor bij arts en patiënt

Seksuele contacten tussen arts en patiënt vormden het onderwerp van een anonieme enquête onder alle Nederlandse gynaecologen en KNO-artsen. Driekwart van hen deed mee.

Vier procent van de artsen had wel eens een seksueel contact gehad met een patiënt. Het merendeel zei er geen spijt van te hebben. Ook dachten zij dat de patiënt het positief ervaren had. Het onderzoek werd verricht door de werkgroep Psychosomatische Gynaecologie en Obstetrie van het Academisch Ziekenhuis Groningen en gepubliceerd in de British Medical Journal van 13 juni.

Een gynaecologisch onderzoek vormt een duidelijke inbreuk op de privacy van een vrouw. Net als de psychiatrie wordt de gynaecologie daarom beschouwd als een specialisme met een verhoogd risico op het ontstaan van een seksuele relatie tussen de arts en de patiënt. De Groningers wilden onderzoeken of dit juist is en daarom zijn dezelfde vragen niet alleen aan gynaecologen, maar ook aan KNO-artsen gestuurd. Dat bleek niet het geval: door mannelijke en vrouwelijke(!) gynaecologen èn KNO-artsen werden evenveel seksuele relaties gemeld.

De onderzoekers benadrukken dat dit resultaat voorzichtig moet worden gehanteerd. Erg betrouwbaar zijn de cijfers niet, daarvoor was het aantal contacten te klein. Bovendien kan de speciale geladenheid van de vragen vooral bij mannelijke gynaecologen tot onderrapportage hebben geleid. Het is ook mogelijk dat er werkelijk geen verschil is, omdat de gynaecologen zich meer bewust zijn van het gevaar en daarmee het verhoogde risico compenseren. Dat kan men afleiden uit het feit dat onder KNO-artsen vaker seksuele contacten met meerdere patiënten voorkomen. Ook hebben die in meer gevallen een positief gevoel over de relatie voor zichzelf en voor de patiënt. Bovendien lieten de KNO-artsen vragen naar seksuele contacten vaker onbeantwoord.

Het merendeel van de gynaecologen wenstte meer aandacht voor het probleem van de seksuele arts-patiëntrelatie. De KNO-artsen leek dat minder noodzakelijk.

Het Nederlands Huisartsen Genootschap zag het nut van deze enquête niet in. Op het verzoek om de vragenlijst ook aan huisartsen te mogen voorleggen werd afwijzend gereageerd met als argument dat de arts-patiëntrelatie voor huisartsen niet duidelijk een probleem vormde.